woensdag 12 december 2018

DE GOLF VAN MEXICO EN DE MAYA ROUTE.


Onderweg naar de Yucatan rijden we, dwars door Mexico, naar de Golf van Mexico. We willen de kust een stukje volgen en daarna naar de Maya route met zijn ruïnes en zijn grotten en cenotes.

Vanaf we aan de Golfkust zijn, passeren we fietsers met grote beelden op hun rug gebonden, niet zo maar beeldjes maar echt beelden van 1,5 meter hoog. Eerst dachten we dat het toeval was maar later zien we hele groepen, we stoppen bij een groep en vragen waar ze naartoe rijden en wat er aan de hand is. De bedevaarders zijn per fiets, met grote beelden op hun rug, versierd met vlaggen en foto's van de Virgen op weg naar Merida.
Op 12 december is het de feestdag van de Virgen de Guadalupe, de patroonheilige van Mexico. De Virgen de Guadalupe is het symbool van de samenhorigheid van Mexico en vanuit het hele land gaan bedevaarders op weg naar Mexico City maar ook naar Merida, waar we ook naartoe wilden gaan maar wat hier toch nog wel 800 km vandaan ligt. 

In Isla Aguada zien we een camping aan de Golf van Mexico en deze camping is uniek in Mexico. Ze is helemaal rolstoeltoegankelijk, nergens is eens stoep of een drempel te zien en overal zijn betonnen wandelpaadjes over de camping, er zijn aangepaste douches en W.C.'s.
Hier zijn ook hotelkamers te huur en die zijn zo perfect aangepast, dit heb ik in Europa zelden gezien, er is echt overal aan gedacht.
De man van Thelma, de eigenares, had zelf een dwarslaesie en heeft alles zelf ontworpen en ook uitgeprobeerd. Thelma stelt ook mensen in een rolstoel tewerk en dat is helemaal uniek in Mexico want normaal zie je die alleen, bedelend langs de weg of op drukke kruispunten.

Na een paar dagen platte rust op de camping rijden we de Maya route op, in Kabah bezoek ik een kleinere maar prachtige Maya ruïne terwijl de Jos op zijn gemakske in zijn zetel blijft liggen. Een paar uurtjes later stoppen we bij ons eerste cenote, dit is iets totaal nieuws voor ons.
Een cenote is een grot of een poel met water en voor de Maya's waren de cenotes heilige plaatsen, de ingang naar de Onderwereld.
We staan op de parking van Cenote Kankirixche en niets laat vermoeden dat er zich een paradijs onder onze voeten bevindt. Veel van de ongeveer 3000 cenotes van de Yucatan zitten goed verstopt onder de grond. Als ik met de houten trap afdaal kom ik bij de groenblauwe waterbron, het zonlicht dat langs de groene slingerplanten binnenvalt in de grot geeft het water een onwaarschijnlijke kleur en naargelang er meer of minder zon is, verandert het water van kleur. Zwemmen gaat voor een andere keer zijn, het water is koud en ik voel me niet echt op mijn gemak, zo alleen in de grot.

In Uxmal, een grote Maya ruïne, blijven we overnachten op de parking. We willen 's morgens in alle rust de Maya site bezoeken, er hangt dan een heel andere sfeer dan wanneer er busladingen toeristen rondlopen. Jos kan een groot deel van Uxmal bezoeken, alleen het op de tempels klimmen laat hij aan mij over. Omdat we voorlopig weer genoeg Maya ruïnes gezien hebben, draaien we af naar Celestun, een slaperig vissersdorp aan de Golf van Mexico.

In de mangrove bossen vlakbij Celestun leven zo'n 200 vogelsoorten maar het zijn vooral de flamingo's waar het dorpje zijn bekendheid aan te danken heeft. Je kan hier boottochten door de lagunes maken maar we hebben iets veel plezanter gevonden.
Umberto, de man van de camping, is de trotse bezitter van een mooi beschilderde Tuk Tuk en wil met ons langs de lagunes rijden op zoek naar flamingo's. Als we geen flamingo's zien, moeten we niets betalen en dat lijkt ons een goede deal.
Het is een heel gedoe om de Jos in de Tuk Tuk te krijgen en even denk ik eraan om de hele trip af te blazen maar dat is buiten Jos zijn koppigheid gerekend.
We vertrekken langs het vissershaventje van Celestun , het stinkt hier zo enorm en het is hier zo vuil dat ik de eerstvolgende weken absoluut geen vis meer zal eten en al zeker niet hier. De weg naar de lagunes is ronduit slecht, de tuk tuk hangt soms helemaal naar één kant en als we wat bergop moeten, begint hij te sputteren.
Jos is er, zoals gewoonlijk, heel gerust in en als we en hele groep felroze flamingo's zien, ben ik de helse rit al snel vergeten. We hebben toch wel een 300 à 400 flamingo's gezien en Umberto wist ons van alles te vertellen over de vogels maar ook over de zoutwinning en de visserij van Celestun.
We zijn echt blij dat we niet met de toeristenbootjes meegegaan zijn want deze uitstap was, buiten de flamingo's zien, een heel avontuur op zich.  We blijven nog een paar dagen hangen in Celestun, het is een vuil en armoedig dorpje maar toch hangt er een aangename sfeer.

In Merida staan we in de tuin van een hostel, op wandelafstand van het Historisch Centrum waar het allemaal te doen is. Heel Merida loopt stilaan vol met bedevaarders, hier en daar liggen ze op stoepen en in het park te slapen, sommigen hebben er ruim 1000 km opzitten.
Op 12 december is de kerk echt te klein voor de zingende en biddende Mexicanen. Overal staan prachtige bloemstukken en brandende kaarsen, buiten staan de fietsen met vlaggen , de heiligenbeelden, tuk tuk's versierd met beelden, bloemen en foto's van de Virgen de Guadalupe.
Terwijl de mis nog volop aan de gang is en je de mensen door luidsprekers hoort zingen en bidden, zijn ze op het plein naast de kerk al volop taco's en tortas aan het bakken en staat er al een DJ door zijn micro te roepen en te zingen. Typische Mexicaanse chaos maar op de één of andere manier lijkt het toch allemaal te kloppen en het is zalig om mee te beleven.

Het is wel jammer dat we voor het donker wordt terug in het hostal moeten zijn, niet omdat er een avondklok is maar omdat de voetpaden voor een rolstoel onbegaanbaar zijn. Jos moet met zijn rolstoel over de straat tussen het drukke verkeer en dat is echt bangelijk, zelfs al het licht is. Dit is echt levensgevaarlijk in het donker en daarom laten we de bedevaarders verder vieren en gaan we op tijd naar huis.

Morgen blijven we nog een dagje in Merida en daarna laten we, zoals de bedevaarders, de stad weer achter ons.

dinsdag 27 november 2018

DE STRANDEN LANGS DE STILLE OCEAAN.



Terug in Puerto Escondido, dit is al een beetje bekend terrein voor ons.  Felipe, de eigenaar, ontvangt ons met open armen en hij heeft een schitterend plekje voor ons vrijgehouden.
De camping is vlak aan het strand, de restaurantjes en de winkeltjes gelegen maar toch is het een kleine, rustige oase midden in het levendige Puerto Escondido.
We staan samen met Jan, een Canadees met Nederlandse roots, op de camping. Het is niet druk, het seizoen is nog niet echt begonnen en dat vinden we helemaal niet erg, we hebben veel plaats en de douches zijn altijd vrij.

Het strand, Playa Zicatela, is prachtig maar zwemmen kan je hier wel vergeten, pootje baden kan nog juist maar zelfs dan trekt de zee zo hard aan je dat je wijselijk niet verder gaat.
Dit is het paradijs voor de surfers, Playa Zicatela, is in dat wereldje heel bekend en de golven worden hier de Mexican Pipelines genoemd. Hier worden internationale surfwedstrijden georganiseerd en Playa Zicatela zou op nummer 3 zijn op de lijst van bete surfplekken ter wereld.
Ik ga 's morgens wel eens kijken als de surfers hun kunsten aan het vertonen zijn maar eigenlijk vind ik het maar een gesukkel. Ze liggen in het water te wachten op de perfecte golf en als ze dan eindelijk op hun surfboard staan, donderen ze er binnen de 5 minuten af en dan moeten ze weer helemaal opnieuw beginnen, pfff vermoeiend hoor.
Na 2 weken Puerto Escondido is het weer tijd om verder te rijden, we hebben het hier voorlopig weer gezien.

We slaan af naar San Augustin, een dorpje aan de kust, je moet 13 km over een aardeweg met veel wasbord, putten en dan ook nog zelfgemaakte drempels hier en daar.  Door mekaar geschud en helemaal onder het stof komen we aan in San Augustin. De beloning is echter groot, dit is een paradijs en nooit eerder zag ik zo'n mooi en ongerept strand.
Er is een kleine camping (3 auto's) aan het strand, uitgebaat door Nederlanders. Ze zijn de enige buitenlanders die hier wonen en hun kleine camping wordt gedoogd zolang ze maar geen eten gaan verkopen.
Er zijn hier een aantal restaurantjes en een paar kleine winkeltjes en voor de rest wonen hier wat vissers.
We hebben al gauw onze draai gevonden in San Augustin. De zee is hier fantastisch, hier kan je wel zwemmen dus ik dobber een paar uur per dag in het azuurblauwe water. Jos geniet van de zon en het prachtige uitzicht en hij maakt alle dagen een toer met zijn bike over de stoffige wegen van het dorpje. Een bike aan een rolstoel is hier onbekend en dat moet dan uitgebreid bewonderd worden door de plaatselijke bevolking.
Het leven in dit kleine vissersdorpje gaat rustig zijn gangetje. Verse groenten en fruit zijn hier geen enkel probleem, de ene dag stopt er een truck met sinaasappels (80 ct voor 20 stuks) en de andere dag komt de groenteboer voorbij. Elke verkoper heeft zijn eigen geluid of muziekje, bij de mannen van de gas is het een loeiende koe en het liedje van de bakker is zo grappig dat het dagen in je hoofd blijft hangen.
De vissers die er wonen zijn arm en de meeste kinderen gaan bijna nooit naar school. Ze spelen de hele dag in de stoffige straten, de meeste jongens zijn voorbestemd om visser te worden en de meisjes om (veel te jong) moeder te worden. Toch wordt er hier steeds meer gebouwen en binnen 10 jaar zal San Augustin er heel anders uit zien.
Op mijn verjaardag, gaat er meestal wel iets mis en dat was dit jaar niet anders. Jos had een serieus probleem met zijn rolstoel, de as was gescheurd en de rolstoel was onbruikbaar dus een volledige pert total.  Omdat de as van heel dun aluminium is, kon hij niet gelast worden maar voor elk probleem is er ook altijd weer een oplossing.
De man van de camping is naar zijn smid gereden en die zou proberen om er ijzeren stuk tussen te lassen. Jos heeft de hele dag in een strandstoel gezeten maar hij had het volste vertrouwen in de Mexicanen. Om 6 uur 's avonds kwam Frans terug met het verlossende nieuws dat het gelukt was, de rolstoel is nog nooit zo sterk geweest als nu en de totale kost van reparatie en materiaal was 9,5 €. Jos had echt gelijk toen hij zei : " maak je geen zorgen, die Mexicanen krijgen dat wel geregeld en dat komt dik in orde"
Mijn verjaardag zijn we dan gewoon een dag later gaan vieren in een klein visrestaurantje hier, lekker en vers.

Hoe mooi en rustig het hier ook is, het begint stilaan te kriebelen, we moeten verder. We hebben nu lang genoeg rondgehangen op de stranden en willen stilaan richting Yucatan. De Yucatan is onbekend terrein voor ons, we kijken er dan ook naar uit om weer terug op weg te gaan.

zondag 4 november 2018

DIA DE LOS MUERTOS


De dag van de dode is een Mexicaanse feest-en herdenkingsdag, het is het grootste feest van het jaar in vele Mexicaanse plaatsen.
Deze traditie vindt plaats op 1 en 2 november, dus wat wij Allerheiligen en Allerzielen noemen. Dia de los Muertos komt op buitenstaanders soms luguber en vreemd over maar dat is helemaal niet.
Hier gelooft men dat de zielen van de kinderen op 1 november terugkeren naar de aarde en op 2 november de zielen van de volwassenen.
De graven van hun dierbaren worden schoongemaakt en overvloedig versierd met bloemen. Op de graven offeren ze voedsel en drank en na afloop eten en drinken ze dat zelf op omdat ze geloven dat de zielen van de doden, de ziel van het voedsel tot zich genomen hebben. Veel mensen bouwen thuis of op pleinen ook altaren met foto's van overledenen en ook hier worden volop eten, drinken en bloemen geofferd.


Wij zijn in Oaxaca gebleven om Dia de los Muertos mee te vieren met de Mexicanen en tegelijk met hen onze eigen dierbaren te herdenken.
In Oaxaca is het een uitbundig feest dat op 30 oktober begint en doorgaat tot en met 3 november. Elke avond trekken talloze fanfares door de straten, gevolgd door optochten met prachtig verklede en geschminkte mensen. De fanfares maken vooral enorm veel lawaai en spelen zo vals dat het bijna mooi is, de menigte die hen volgt danst uitbundig op het eentonige deuntje.
We bezoeken een aantal altaren die rijkelijk versierd zijn met groenten, fruit, flessen tequilla, foto's en gedichten.
De traditionele gezichtsschilderingen "de Catrina's" zie je hier overal in het straatbeeld, het is heel belangrijk om de mooiste te zijn en de artiesten die de gezichtsschilderingen doen, draaien dan ook overuren.

Op 2 november rijden we met Ciro, de eigenaar van de parking waar we staan, naar het Pantheon General, het grootste kerkhof van Oaxaca.
De grave zijn uitbundig versierd, hier en daar zitten de mensen te eten en te drinken, dicht bij hun dierbaren. Bij andere graven staan Mariachi's  de lievelingsliedjes van de overledenen te zingen en er staan soms zelfs zangers compleet met micro en boxen bij de graven te zingen.
Als ik stilletjes naar de graven ga, wordt ik met open armen ontvangen door de rouwende families, ze staan erop dat ik foto's neem van hun graven en even rustig bij hen blijf zitten.

Toch verloopt alles heel sereen, het is echt niet de kermis die buitenlandse toeristen en TV zenders er van proberen te maken. Het is echt prachtig om te zien hoe de Mexicanen met hun verdriet en de dood omgaan. Het voelt heel goed en juist aan om hier op het kerkhof mee te feesten en te rouwen met de Mexicanen.

We hebben genoten van de Dia de los Muertos, van de muziek, de zang en dans, de explosie van kleur in de straten en de bloemen maar het meeste indruk heeft het kerkhofbezoek op mij gemaakt waar buiten gefeest ook oprecht gerouwd wordt.

We nemen afscheid van onze vriend, Ciro, en rijden door de bergen aar Puerto Escondido aan de kust. Dit is bekend terrein voor ons en we willen hier een aantal weken uitrusten vooraleer we weer verder reizen.

woensdag 31 oktober 2018

AMSTERDAM - MEXICO CITY - OAXACA


Als we 's morgens, gepakt en gezakt, zitten te ontbijten, krijgen we een telefoontje van de Nederlandse Spoorwegen met de mededeling : " de trein die U geboekt hebt, Brecht - Schiphol, rijdt niet." Ze gaven geen verdere uitleg en konden ons ook geen assistentie garanderen als we een vroegere trein namen dus dat was het wat betreft de treinreis.
Gelukkig zit Weking, die toch al geen vertrouwen in de trein had, klaar om ons naar Schiphol te brengen.

Onze vlucht van Amsterdam naar Mexico City (11.5 u) gaat, zoals altijd met KLM, heel vlotjes en ons hotel in Mexico City is dik in orde, de aangepaste kamer is ook echt aangepast wat een hele opluchting is. We blijven 2 dagen in Mexico City om wat uit te rusten voor we verder vliegen naar Oaxaca waar we echt aan onze reis gaan beginnen.

Na een paar dagen de toerist uitgehangen te hebben in Mexico City, vliegen we verder naar Oaxaca. Als we landen, zie ik direct dat we met een trap het vliegtuig moeten verlaten en trappen en rolstoelen dat heeft nooit goed gewerkt. De Jos wordt door 2 kleine Mexicaantjes de trap afgedragen, die mannen hebben gezweet maar ze hebben dat perfect gedaan.
De Josmobiel staat netjes onder het afdak maar hij is langs alle kanten ingeparkeerd, zodat Jos onmogelijk in de auto kan geraken. Als ik probeer de auto te starten geeft hij geen teken van leven, de batterijen zijn volledig dood.
We zoeken ergens een stopcontact en beginnen direct met het laden want Jos zou vanavond toch wel graag in zijn auto slapen. Na een aantal uren laden en verschillende startpogingen brengt de Josmobiel het niet verder dan wat armzalig gekreun. Omdat we van de luchthaven direct naar de camping gereden zijn, hebben we totaal geen eten of drinken in huis en we zijn helemaal alleen op de camping, dat ziet er veelbelovend uit.
Juist als ik besluit om naar de grote weg te wandelen en per taxi te gaan winkelen, komt er een grote pick-up truck opgereden. De man van Colorado zet zijn truck achter de Josmobiel en sleurt hem uit de loods, starten doet hij nog niet maar Jos kan in zijn auto en dat is al een hele stap voorwaarts.
We lenen een grote bidon water van onze redder in nood, pakken onze valiezen uit en kruipen in ons bed. Morgen wordt het weer licht en zien we wel verder wat er gebeurd.

De volgende morgen start de Josmobiel zonder problemen, we zetten onze zonnebrillen op en crossen direct naar de supermercado om voorraad in te slagen. Naderhand rijden we nog een uurtje rond in Oaxaca, gaan langs bij Mercedes om onze afspraak te bevestigen en de Josmo doet wat hij moet doen, gewoon rijden.

We kunnen nu echt beginnen te genieten van de Mexicaanse zon en het Mexicaanse leven. We blijven zeker nog een weekje in Oaxaca om de Dia de los Muertos te vieren, de dodenherdenkingen, mee te vieren. We gaan meevieren met de Mexicanen met hun grootste feest van het jaar en we zullen waarschijnlijk een hoop foto's maken voor het volgende verhaal.

woensdag 14 maart 2018

MEXICO-CITY - AMSTERDAM



We zijn al een paar dagen flink aan het rommelen in de Josmobiel, alle kasten worden schoongemaakt en nagekeken en hier en daar wordt wat gerepareerd. Het valt niet mee om door te werken want het is stralend weer en er is veel afleiding op de camping. Er staan Fransen, Brazilianen, Canadezen en een Amerikaan en het is echt een gezellige boel hier, er worden verschillende talen door mekaar gesproken en alle reisroutes, wegen, mooie plekjes enz..worden bij een goei glas wijn besproken.


Alles is geregeld voor de terugkeer naar België, de vlucht van Oaxaca naar Mexico City, het hotel in Mexico City, de vlucht van Mexico City naar Amsterdam en de Thalys van Schiphol naar Antwerpen. Het is toch altijd weer een heel geregel maar inmiddels zijn we daar al heel ervaren in.

Uiteindelijk is het zover, de Josmobiel is helemaal klaar en we zetten hem in de loods waar we hem, hopelijk, de volgende herfst terug oppikken. De Mexicaan die ons naar de luchthaven van Oaxaca zal brengen is, buiten alle verwachting, netjes op tijd en dat blijkt achteraf gezien maar goed ook. De Natives uit de omliggende Pueblo's hebben nog maar eens besloten om verschillende wegen in Oaxaca te blokkeren maar onze Mexicaanse vriend kent de weg hier. Hij rijdt wat blokjes rond maar daar is iedereen natuurlijk mee bezig dus het schiet niet echt op. Als we een straat gevonden hebben waar we door kunnen, hebben die vlak voor onze neus ook weer geblokkeerd dus we zoeken verder. De taxichauffeur rijdt door wat zandwegen, hier en daar bij mensen over hun grond, hij rijdt door het rood, maakt gauw een rijvak bij maar....we geraken op tijd aan de luchthaven. Ik heb trouwens van hem begrepen dat je voor rood licht niet altijd moet stoppen, dat gooit volgens hem heel de boel in de war, het is gewoon een suggestie dat je een beetje op moet passen. We nemen afscheid van onze Mexicaanse vriend en beloven hem te bellen als we terug in Oaxaca komen.


De vlucht naar Mexico City gaat heel vlotjes en voor we goed en wel zitten, zetten ze de landing al weer in. In de luchthaven van Mexico City hebben we direct onze koffers en 20 minuten na de landing zitten we in een taxi naar het hotel.

We hebben een aangepaste kamer geboekt maar we nemen dit gewoonlijk met een korrel zout en maken ons daar niet echt heel druk over maar het moet wel gaan natuurlijk. Ze blijken maar één aangepaste kamer te hebben in het hotel en die is bezet, alhoewel ik van hen een bevestiging gekregen heb. De grotere kamer die ze ons aanbieden is prachtig, Jos kan met wat moeite in het bad maar hij kan niet in het toilet. De enige oplossing is, op de 5de verdieping, bij het restaurant, het toilet gebruiken en wij zitten zelf op de 4de verdieping. Jos heeft daar geen enkel probleem mee en doet er niet moeilijk over maar ik ben toch eens een hartig woordje gaan spreken met de manager van het hotel. Het hotel is perfect gelegen, in hartje Mexico City en daarom blijven we gewoon hier mits wat korting en extra voordeeltjes.

Het historisch gedeelte van Mexico City is mooi en kleurrijk maar het mist de gezelligheid van de kleinere steden zoals Oaxaca. We wandelen door het centrum en genieten nog wat van het stralende weer want er staat ons iets heel anders te wachten in België heb ik gehoord.


We zitten nu op de luchthaven van Mexico City te wachten op onze vlucht naar Amsterdam dus het zit erop voor deze trip.


We hebben ongelooflijk genoten van Mexico, het is een prachtig land, met uitgestrekte stranden met palmbomen, bergen, kristalblauwe rivieren, jungle en een rijke cultuur maar de keerzijde is natuurlijk dat het er verkeer chaotisch is, er veel vuil en rommel langs de wegen ligt, ze nooit op tijd op hun afspraken zijn en je heel veel geduld moet hebben in de winkels. Maar het allerbeste van Mexico zijn de Mexicanen, het is een warm, hartelijk volk en ze hebben het echt niet altijd gemakkelijk, ze moeten vechten voor elke Peso maar het zijn survivors en ze zijn enorm creatief en heel snel tevreden. Mexicanen verstaan de kunst om altijd een glimlach op je gezicht te toveren en je wordt vanzelf vrolijk als je met hen praat, naar hun muziek luistert of ze gewoon bezig ziet en we hopen dan ook volgende winter hier terug te zijn.


We willen iedereen die ons gevolgd heeft of berichtjes gestuurd heeft, van harte bedanken, het is altijd plezant om iets van familie, vrienden, kennissen of buren enz....te horen. Bedankt allemaal en tot op de Nieuwmoer

zaterdag 3 maart 2018

CASCADA TAMUL en de GOLF VAN MEXICO



Op weg naar het Noorden omzeilen we heel bewust Mexico City, de grootste stad van de wereld. We gaan Mexico City zeker nog bezoeken maar niet met de auto, we willen absoluut niet met de Josmobiel in die heksenketel terecht komen.

Een eind boven Mexico City, in Ixmuilquipin, ontdekken we eigenlijk per toeval een prachtig plekje aan een rivier. Het ligt heel afgelegen, af en toe passeren er een paar kano's  maar voor de rest zien we 2 dagen geen levende ziel. Omdat we hier alleen zijn, kan ik wasdraad spannen waar ik wil en begin ik aan de was. Het is een heel karwei om alles met de hand te wassen en te spoelen maar het is een aangenaam tijdverdrijf in het zonnetje.

Na een paar dagen en met een kast vol propere was, rijden we verder naar het Noorden langs de Franciskaner Misiones, 4 in totaal.  De 4 bijna identieke kerkjes en kloosters liggen in kleine, slaperige bergdorpjes en zien er zoveel kleurrijker uit dan bij ons de dorpskerken.

Op weg naar de Cascada Tamul, ons uiteindelijke doel, stoppen we in Tamasopo om de plaatselijke waterval te bewonderen. De Cascada Tamasopo is mooi maar niet echt spectaculair maar we ontdekken wel een paradijselijk plekje, Haciënda Gomez.
Op het terrein van de haciënda zijn verschillende watervallen en het is, zoals overal in deze regio, heel rustig. We blijven hier 2 dagen genieten van onze privé waterval waar je nog goed kan zwemmen ook en het heeft echt iets, bij een waterval zwemmen.
We delen de waterval en het hele domein met een Argentijns koppel en dat gaat heel vlotjes, we kunnen het heel goed vinden samen. Zoals echte Argentijnen zijn, hebben ze na 10 minuten hun stoelen al naar de Josmobiel verhuisd en omdat ze geen tafel bij hebben, eten ze gewoon aan de onze. Simpel toch.

Na een paar dagen nemen we afscheid van de Argentijnen en rijden naar Cascada Tamul waar we, na veel omwegen, toch nog geraken.
Ik hoop, uit de grond van mijn hart, dat het zal lukken om Jos in de boot te krijgen want dit staat echt op onze bucket list.
Je moet met grote houten roeiboten, tegen de stroom in, de rivier op en iedereen moet flink roeien maar er zit een beloning aan vast....de Tamul waterval.

De Mexicanen maken er, zoals gewoonlijk, weer geen probleem van om Jos mee te nemen en volgens hen gaat dat gemakkelijk alhoewel ze toegeven dat er nog nooit iemand met een rolstoel mee aan boord gegaan is.
Het is een hele onderneming vooraleer  Jos in de boot zit, eerst dragen ze hem, langs de steile oever, naar beneden en dan willen ze de rolstoel mee aan boord nemen. De rolstoel is echter te breed en past niet tussen de zitbanken, geen probleem zeggen de Mexicanen dan halen we er gewoon één wiel af. Op dat moment heb ik even moeten ingrijpen en ze duidelijk uit moeten leggen dat Jos niet kan zitten in een rolstoel met één wiel. Als hij op het bankje zit, kan hij niet roeien omdat hij zijn twee handen nodig heeft om zijn evenwicht te bewaren maar omdat Jos gewoon met de rest mee wil roeien, zetten ze hem op de bodem van de boot. Hij zit wel wat in het water maar voor de rest heel comfortabel en hij is dolgelukkig dat hij mee kan.

De tocht over de rivier is ongelooflijk mooi, de kleur van het water is fascinerend, echt azuurblauw en langs de oevers zijn verschillende, kleine watervalletjes.
Voor we de waterval bereiken, moeten we door twee stroomversnellingen. Iedereen, behalve Jos, moet uit de boot want die wordt door twee mannen door de stroomversnellingen getrokken.
Petje af voor die mannen, ze doen een touw om hun middel en trekken de logge, zware boten met Jos en al tegen de stroom in, door de twee stroomversnellingen.

De beloning is groot, als je na 4 km peddelen de majestueuze Tamul waterval ziet die zich 105 m diep in de rivier stort. We hebben vandaag echt alles mee, de zon schijnt in de kloof en dan schittert de waterval, de rotsen zijn witter en het water is blauwer. We genieten van dit prachtige uitzicht en we zijn de Mexicanen heel dankbaar dat ze al die moeite wilden doen om Jos aan boord te krijgen. Super.
De weg terug is zalig, we gaan stroomafwaarts en dobberen rustig over de rivier en hier en daar stoppen we om wat te zwemmen in het kristalheldere water.

Stilaan gaan we terug afzakken, richting Oaxaca maar we hebben nog een paar weken de tijd en omdat het weer aan de Golf van Mexico inmiddels heel goed is, gaan we daar nog wat blijven hangen.

Op weg naar de kust rijden we langs de archeologische site "El Tajin" El Tajin is de belangrijkste en best bewaarde vindplaats in de kuststreek van de Golf van Mexico en werd in 1992, door Unesco, uitgeroepen tot Werelderfgoed. De plek ligt tussen heuvels die bedekt zijn met een dicht, tropisch bladerdak en verdrinkt meestal in de mist. Bijna 50 gebouwen werden gerestaureerd, wat neerkomt op 10% van de totale site.
Ik wandel tussen de ruïnes  en ze zijn mooi en indrukwekkend maar ik mis hier echt de sfeer van Yaxchilan en Palenque, misschien heb ik last van een overdosis ruïnes.

Wij komen hier eigenlijk vooral voor "de dans van de Voladores". Wat je te zien krijgt is een oud ritueel van de Totonaken dat nu natuurlijk voor de toeristen wordt uitgevoerd.
De leider van de dans en zijn 4 dansers klimmen naar de top van een 30 meter hoge paal. De leider speelt op een fluit ter ere van de vier windstreken terwijl de Voladores, die met een touw om hun middel vastzitten, zich laten vallen. Met hun hoofd omlaag, vliegen ze in steeds grotere cirkels naar de grond en het is werkelijk een schitterend schouwspel.

Aan de Costa Esmeralda, zijn verschillende, lege campings. We kiezen de allermooiste uit, bij Estrella Polar hebben we voor 10 € per nacht, elektriciteit en water, douches, W.C's, goeie wi-fi, een mooi zwembad en het strand aan de Golf van Mexico op 50 meter. We blijven hier, in totaal 8 nachten en tijdens de week zijn we hier praktisch alleen maar in het weekend komen de grote, Mexicaanse families om de hele dag te zwemmen, veel te veel te eten en veel te drinken. Het is grappig om ze bezig te zien en vooral te horen, hele luidruchtige maar vooral warme mensen zijn het. We krijgen dan ook de hele dag, langs alle kanten, eten en drinken aangeboden.

We hebben hier op de camping nog een hele, aangename ontmoeting gehad met een Nederlands stel die in Amerika wonen. We hebben elkaar gevonden ergens in 2010 via een website van Sprinters of zo en in 2012 hebben we elkaar ontmoet in Baltimore/USA. Na al die jaren is het gelukt om mekaar weer eens terug te zien, hier in Mexico en we hebben er echt van genoten en we zijn dan ook zeker dat het niet de laatste keer was dat we mekaar gezien hebben.

Onze tijd in Mexico zit er bijna op, morgen vertrekken we richting Oaxaca waar we de resterende dagen gaan gebruiken om eens grote schoonmaak te houden in de Josmobiel.
Ons volgende verslag zal waarschijnlijk vanuit Mexico City komen waar we, voor we naar Amsterdam vertrekken, een paar dagen tijd nemen om de stad te bezoeken.

zaterdag 17 februari 2018

TERUG NAAR PUERTO ESCONDIDO


We verlaten de Chiapas en gaan op weg naar de Golf van Mexico. Onderweg wordt de lucht grijs en het begint te regenen, het is triestig weer en zo voelen we ons ook.
We hebben niet zo’n best nieuws gekregen vanuit België en dat is moeilijk als je zover van huis zit, we hebben erover gepraat om vroeger terug naar huis te gaan maar hebben uiteindelijk toch besloten om tot 14 maart in Mexico te blijven en zo veel mogelijk contact te houden met het thuisfront.



We komen in de stad Villa Hermosa die zijn naam echt geen eer aandoet, het is een vuile, vieze stad en met die regen wordt het er niet beter op. Omdat we vandaag niet tot aan de Golf van Mexico geraken, stoppen we bij een Pemex (tankstation) om te overnachten.  Het is de regel dat als je bij Pemex tankt, je er kan overnachten. We vullen de dieseltank, geven de pompbediende en de nachtwaker een fooi en parkeren ons op een rustig plekje. In de gietende regen ga ik naar het kantoortje en de bediende daar zegt dat we 150 peso moeten betalen gewoon om te parkeren. Ik sta in de gietende regen, ik ben moe, ik maak me zorgen om wat er thuis gebeurt en dat heeft het meisje in het Pemex kantoor geweten. Ik ben razend kwaad en begin in, naar mijn gevoel, vloeiend Spaans, te schelden. Het resultaat is dat ze zich verontschuldigt en dat we gratis mogen overnachten.
De volgende dag rijden we verder naar Vera Cruz waar we een prachtige camping vinden aan het strand maar het weer blijft grijs en kil en zo ziet het water van de Golf er dan ook uit. Als we de volgende morgen wakker worden, regent het nog steeds en de Jos zegt : “ik ben weg hier, ik rij terug naar de andere kant.” Hij start de auto en rijdt in één ruk dwars door de Istmus, het smalste gedeelte van Mexico, richting Puerto Escondido.

Onderweg hebben we nog een wegblokkade, we zien de auto’s al van ver staan maar waar de blokkade eigenlijk om draait zijn we niet te weten gekomen. Na een uurtje wordt er gezegd dat iedereen die 200 peso wil betalen door mag rijden en dat gaan we zeker doen. We beginnen, samen met een hoop anderen, langs de file te rijden naar de blokkade toe maar aan de andere kant beginnen ze ook te rijden en daar tussenin rijden nog wat taxi’s om gestrande reizigers op te pikken. Het is een totale chaos, er wordt getoeterd, gevloekt, geroepen en getierd maar de boel zit potvast en daar staan we weer.  Na nog eens een dik uur hebben ze begrepen dat het eenvoudiger is om beurtelings te rijden, we betalen 200 peso en wensen de mensen veel succes met wat ze ook aan het doen zijn en rijden verder.


Voor we naar Puerto Escondido gaan, wil Jos nog even gaan kijken in Puerto Angel maar omdat daar niets is om te overnachten rijden we langs Zipolite Beach naar een camping. Als we op de camping komen, zien we het direct…..er staat een prachtig Overlander voertuig, een Iveco 4x4 met Roemeense nummerplaten. Vorig jaar in april of mei reden we in de regio Tilburg over de autostrade en we zagen in de verte….een prachtig Overlander voertuig, een Iveco 4x4 met Roemeense nummerplaten. We haalden hem in, lieten hem weer voorbij rijden en haalden hem nog eens in om hem van alle kanten te bekijken en vriendelijk naar de bestuurder te wuiven. We waren er toen absoluut zeker van dat hij op weg was naar de haven van Antwerpen om in te schepen naar wie weet waar en we hoopten hem ooit eens ergens tegen te komen maar die kans is klein. Dit is echt ongelooflijk dat we hen hier per toeval treffen, hij heeft zijn auto in Tilburg gekocht en was toen inderdaad op weg naar de haven van Antwerpen om in te schepen naar Halifax/Canada. Deze warme, hartelijke ontmoeting met het Braziliaans/Roemeens koppel heeft ons echt goed gedaan, we hebben genoten van hun jeugdig enthousiasme en hopen dat ze al hun dromen kunnen waarmaken en wie weet staat er op een dag een Iveco 4x4 met Roemeense nummerplaten bij ons op de oprit.


Puerto Escondido is een beetje thuiskomen, we kennen de kleine camping, we kennen de familie die er woont en we worden als oude vrienden ontvangen. Puerto Escondido heeft alles wat we nodig hebben, het is er warm, we zitten vlakbij het strand, er zijn restaurantjes en winkeltjes en Jos kan met zijn bike over de boulevard fietsen. Op de kleine camping is er volop schaduw van de palmbomen en daarom besluiten we om hier 2 weken te blijven en eens goed uit te rusten, we zijn een beetje reismoe en hier is het gemakkelijker om het thuisfront te bereiken.
Het is zalig op de kleine camping, er staan een aantal Canadezen waarvan er één nog redelijk goed Nederlands spreekt. De andere Canadezen zijn van Quebec en spreken een soort onverstaanbaar Frans, het Quebecois. Het zijn supervriendelijke mensen en na één week slaag ik er in om hen te verstaan wat volgens Jos onmogelijk is. Hij verstaat er nog altijd geen woord van en verdenkt mij er van te doen alsof en op goed geluk ja of nee te zeggen. Alhoewel we ons hier geen seconde vervelen, gaan we na 2 weken rust toch afscheid nemen van Puerto Escondido. Felipe, de eigenaar, pinkt een traantje weg als we vertrekken en we beloven om volgend jaar zeker terug te komen.


We willen stilaan alles geregeld hebben i.v.m de storage voor de Josmobiel en denken er aan om stilaan richting Mexico City te gaan rijden.  Vanuit Puerto Escondido rijden we voor de 2de keer de bergen over en het is donker als we in Oaxaca aankomen. Omdat het een zware rit was door de bergen en Jos geen zin heeft om vandaag te rijden, blijven we een dagje in Oaxaca rondhangen. Ik zit wat op het internet te zoeken en zie ineens dat er op 20 km van Oaxaca een camping, met Canadese eigenaars, is waar ze storage aanbieden. De volgende morgen rijden we naar de camping, maken kennis met de eigenaars en bekijken de storage mogelijkheden. De Josmobiel kan hier overdekt staan wat altijd een voordeel is, je moet de auto niet helemaal afdekken voor de brandende zon en de hevige regens in de zomer. We spreken een prijs af en beslissen om onze auto hier te laten i.p.v. in Mexico City, vooral de covered storage maar ook de prijs hebben de doorslag gegeven dat onze plannen weer helemaal gewijzigd zijn.


Omdat onze vlucht naar Amsterdam vanuit Mexico City vertrekt moeten we vanuit Oaxaca naar daar vliegen . We gaan eens een kijkje nemen op de kleine luchthaven van Oaxaca en kopen er ineens tickets om naar Mexico City te vliegen.
Alles is geregeld, op 12 maart vliegen we van Oaxaca, waar we de Josmobiel achterlaten, naar Mexico City. We blijven een paar dagen in de grootste stad van de wereld en vliegen op 14 maart vanuit Mexico City naar Amsterdam (15 maart).


Opgelucht dat alles geregeld is, besluiten we om wat naar het Noorden te rijden en nog 3 weken “den toerist” uit te gaan hangen.