vrijdag 18 januari 2019

PALENQUE - AUTOPECH IN DE BERGEN OP WEG NAAR OAXACA/EL TULE



De camping in Palenque is nog altijd hetzelfde, veel dromerige hippies en een prachtige tuin. Omdat de vruchten, in één van de bomen, rijp zijn zit de boom vol felgekleurde vogels. Het is een prachtig schouwspel en op een paar dagen plukken de toekans en andere felgekleurde vogels de boom helemaal kaal. We blijven hier nog een paar dagen hangen maar omdat het hier zo nat en vochtig is, rijden we toch maar verder.

Rondom Palenque vind je de mooiste watervallen, Agua Azul en Misol-Ha hebben we vorig jaar al gedaan maar Cascadas Roberto Barrios is nieuw voor ons.
De watervallen van Roberto Barrios liggen een beetje afgelegen in de bergen en zijn daarom ook veel minder druk en toeristisch dan de anderen. Als je Roberto Barrios binnen rijdt staat er een bord met het opschrift : Esta Usted en territorio Zapatista rebelde wat wil zeggen : U bevindt zich in opstandig Zapatisten territorium. Verder in het dorpje is er niets te zien van enige rebelse organisatie maar Roberto Barrios is geen dorp als een ander.

Op de parking van de watervallen praten we met de mensen daar en we kunnen hier blijven overnachten, ze garanderen ons dat alles veilig is en dat we rustig kunnen slapen, muy tranquillo dus. Ik heb nu de hele dag tijd om het bos in te trekken op zoek naar de mooiste plekjes aan de verschillende watervalletjes.  De kleine azuurblauwe meertjes zijn door watervallen met elkaar verbonden, onder elke waterval liggen kristalheldere poelen waarin het heerlijk zwemmen is.
Het is een prachtig stukje natuur dat vooral populair is bij de Mexicaanse toeristen en de lokale bevolking. De kinderen van het dorp spelen in het water, ze zitten er te picknicken en de mensen zoeken er verkoeling in de warme, vochtige jungle. Voor mij was het een prachtige dag, Jos kon jammer genoeg niet mee over de steile bospaadjes maar hij geniet van het zonnetje en heeft allicht gezelschap van de lokale bevolking.
Na een rustige nacht tussen de Zapatisten in Roberto Barrios rijden we stilaan richting Oaxaca, we willen op tijd op zoek gaan naar storage, we willen een veilige plek hebben voor de Josmobiel.

Als we in Villa Hermosa aankomen valt de regen met bakken uit de hemel, er staat zo'n 30 cm water in de straten en het is eigenlijk onmogelijk om verder te rijden. Met veel moeite geraken we tot op een parking van een Walmart waar we dan ineens blijven overnachten.
De volgende morgen is het gelukkig opgeklaard want wij moeten nog een flinke bergpas over om in Oaxaca te geraken.

De Sierra Juarez is een prachtige bergpas, de ene kant is pure jungle met reuzegrote varens, slingerplanten en bloemen en de andere kant is droog met vooral dennenbossen.
We zijn bijna boven als we een vreemd geluid horen aan de auto, we zetten ons zoveel mogelijk aan de kant van de smalle, steile bergweg. Ik wandel naar een dichtbij gelegen restaurant in de hoop Mercedes Oaxaca te kunnen bereiken maar dat kan ik wel vergeten, er is geen signaal dus geen internet en geen telefoon. We wachten een paar uurtjes maar we hopen hier toch weg te zijn voor het donker wordt omdat we niet veilig staan en ook omdat ik misselijk en ziek ben van de hoogte. De auto start wel terug maar wil niet in vitesse maar na flink wat gas geven doet hij ineens wat hij moet doen en kunnen we verder. Het volgende dorp ligt op 47 km bergafwaarts en we besluiten het erop te wagen, alles gaat goed en we hebben een rustige nacht in het dorpje Ixtala. De volgende dag geraken we zonder problemen in Oaxaca, we hebben pas na het weekend een afspraak bij Mercedes en daarom gaan we wat genieten van onze favoriete stad.

We slapen op een parking vlakbij Mercedes en als we 's morgens willen starten doet de auto totaal niets meer dus moeten we alsnog een takelwagen bellen. De Josmobiel wordt met de Jos erin opgetakeld en 5 minuten later rijden we bij Mercedes binnen.
Het was weer even spannend, wat gaat het zijn? Hebben we onderdelen nodig en hebben ze die in voorraad? Maar na een paar uurtjes krijgen we het goede nieuws dat het gewoon een electrisch probleem was en dat het opgelost is, de Josmobiel wordt nog gekuist en helemaal spic en span rijden we bij Mercedes buiten.
Opgelucht rijden we de stad Oaxaca in waar ze, naar goede Mexicaanse gewoonte, weer een aantal wegen geblokkeerd hebben, het gaat straat in en straat uit om zo de blokkades te omzeilen en na 2 uur hebben we de 15 km naar de camping gedaan.

We staan op een kleine camping in het dorpje Santa Maria del Tule en dat is vooral bekend om zijn "grootste boom van de wereld". Wij zijn verleden jaar en ook dit jaar al regelmatig El Tule gepasseerd en altijd hebben we een beetje gelachen met hun grootste boom zonder hem echt gezien te hebben. Nu zijn we dan eindelijk naar de bewuste boom gaan kijken en het is echt waar, hij is prachtig en inderdaad reuzegroot. De boom is 42 meter hoog, de kruin is geloof ik 58 meter maar de stam heeft een diameter van 14,5 meter en of het nu de grootste boom van de wereld is of niet, het is een prachtexemplaar.

De Canadese eigenaar van de camping heeft voor ons een storage plek gevonden bij een vriendelijke Mexicaanse familie. Ze hebben een grote parking, ze wonen daar en hebben er een kleine kruidenierswinkel. Het terrein is afgesloten, er zijn camera's en 's nachts loopt er een hond rond. We zijn gaan praten met de mensen en ik had er direct een heel goed gevoel bij.
Vorig jaar stond de auto op een andere plaats en daar stond hij netjes onder een afdak maar ik ben nooit echt gerust geweest in die plek waar in de zomer niemand woont. Het is toen goed afgelopen maar we zijn voelen ons allebei veel beter op deze plek en bij de Mexicaanse familie.
Omdat de auto hier niet onder een afdak kan staan, heb ik op internet bij de Mercado Libre Mexico een tent gekocht van 3 m x 6 m en daar kan de Josmobiel juist onder. De tent is afgesloten aan de zijkanten en de voor- en achterkant is open zodat er de wind door kan.

Voilà, de storage is geregeld, nu onze vlucht van Oaxaca naar Mexico City nog en dan hebben we nog 2 maanden tegoed om rustig te genieten van Mexico.

maandag 7 januari 2019

RIVIERA MAYA


Cancun is de eerste plaats waar we halt houden in de staat Quintana Roo.  Op het eerste gezicht staat Cancun, een grote badstad, ons tegen maar we gaan het toch een kans geven.  Omdat ik weiger de zotte prijzen voor de campings hier te betalen, slapen we op de parking van Walmart, altijd goed, veilig en je hebt vers brood 's morgens.
De volgende dagen we wat rond in Cancun, door de grote hotelzone met privé stranden en naar Playa Delfines, een publiek strand.  Het is er zo ongelooflijk druk, er staan mensen om het verkeer te regelen en we moeten zo dicht bij elkaar parkeren dat Jos niet uit de auto kan.
Ik wandel even over Playa Delfines en bewonder het blauwe water van de Caïribische zee en dat was het dan voor ons in Cancun.
Playa del Carmen is hetzelfde, veel hotels en veel toeristen en nergens een mooi plekje om aan het strand te parkeren.

We hebben van een bevriende Overlander een tip gekregen over een mooie camping in de bossen, weg van de drukke playa's. Tussen Playa del Carmen en Tulum draaien we af naar "Cavelands in the jungle" waar een gestrande Nederlander al 20 jaar een camping heeft.
Op het terrein van de camping liggen verschillende grotten en zelfs een kleine cenote. We parkeren onze auto zo dat we bij wijze van spreken in de cenote kunnen rollen.  Zalig hier, hier hoor je alleen maar vogels en af en toe een andere kampeerder. Na een paar dagen rust, bij Rens op de camping, rijden we verder naar Tulum.

Ik had me zoveel voorgesteld van de Rivièra Maya maar de weg van Cancun tot voorbij Tulum is bezaaid (of begaaid) met grote, buitenlandse hotelketens en luxe resorts en alle stranden zijn privaat en goed afgeschermd.
Het ergste van al vind ik dat langs de weg, om de paar kilometer, torens staan met security in. De, meestal Amerikaanse, luxe resorts beschermen hun privé domein en hun stranden, ze zijn zo afgeschermd dat de gewone Mexicaan niet meer bij zijn stranden kan.
Stel je toch eens voor dat een Amerikaanse toerist geconfronteerd zou worden met een Mexicaanse familie, radio's op de schouder en hun koelboxen vol met bier en taco's, dat mag absoluut niet gebeuren want daar komen ze niet voor naar Mexico.

Tulum zelf is een gezellig plaatsje maar het is Mexico niet. Ik ruik hier geen aangebrande kippenbillen en taco's, het is te proper en te gladjes om echt Mexicaans te zijn.  We rijden dan maar naar het natuurreservaat Sia'an Ka'an in de hoop een mooi strand te vinden waar we op mogen maar zelfs in het natuurreservaat staat het vol hotels en restaurantjes met vegan en healthy food.  Nadat we verschillende kleine zijwegen geprobeerd hebben, vinden we toch een strandje waar we een paar uurtjes blijven zitten, het is er mooi en rustig.
Terug in Tulum parkeren we bij de Chedraui supermarkt om te overnachten. Het is echt gezellig op de parking want er staan nog 11 mobilhomes, allemaal mensen die de campings hier te duur vinden.

Ik ben er zeker van dat er veel mensen zijn die wel echt genieten van de Rivièra Maya. Je een paar weken laten verwennen in een hotel of resort en wat uitstappen doen, kan heel tof zijn maar het is gewoon een ander soort toerisme en het past niet echt bij ons.

Als we zo'n 100 km voorbij de Rivièra Maya zijn en in het eerste stadje komen, ben ik gerust. Ik ruik, proef en hoor Mexico weer, chaos in de straten, rommelige winkels en ja hoor, aangebrande kippenbillen.

Om Oudejaar te vieren gaan we naar Chetumal, aan de grens met Belize. Als we aankomen, staan er al 2 Duitse mobilhomes en één van hen hebben we al ontmoet bij de Laguna Bacalar. We besluiten om met ons 6 te gaan eten en daarna verder te vieren aan de mobilhomes. Het was een gezellig Oudejaar en we zijn heel rustig het nieuwe jaar ingegaan.
We blijven nog een paar dagen op de camping om te genieten van het zwembad en nemen dan afscheid van onze Duitse vrienden.

We verlaten Quintana Roo, we hebben een tip gekregen over een kleine camping in de jungle en daar gaan we eens kijken. Een stukje voor het stadje Escarcega draaien we af, de jungle in.
De kleine camping is van een plaatselijke familie en de zonen brengen ons naar de open plek in de jungle. Ze tonen ons trots de W.C. en de douche en rijden dan vrolijk met hun 3 op de brommer weg.
Dit is echt wat ze noemen, een primitieve camping. De W.C. is OK en redelijk netjes maar de bril die erop ligt, is van een kindertoilet denk ik. Het is in ieder geval een heel grappig zicht en de douche is buiten, midden op de camping, en heeft geen gordijn of deur.
De brulapen die er zitten, laten zich 's middags heel even aan ons zien, ze spelen wat in de bomen en dan zijn ze weer weg.
's Nachts om 4 uur worden we wakker van een gebrul en ja hoor daar zijn ze dan, de brulapen die hun naam duidelijk niet gestolen hebben. Hun gebrul  klinkt heel luid en eng in de nacht maar tegelijk is het fascinerend om zoiets boven je hoofd te horen terwijl je lekker in je bed ligt.
De jungle is toch iets speciaals en wij zijn er graag, ik vooral overdag. Als het donker wordt dan is het ook echt pikdonker hier en overal ritselt en beweegt wat. Ik zit constant met een zaklamp rond te schijnen of er toch zeker niets over en rond mijn voeten kruipt.
Inmiddels zijn we vertrokken en zijn we op weg naar Palenque, we zijn er al eens geweest maar het is een hele speciale plek en er hangt een aangename sfeer.. Je komt er ook dikwijls andere overlanders tegen en dat is af en toe ook wel eens leuk.

dinsdag 25 december 2018

MAYA RUINES - LAGUNES - CENOTES IN DE YUCATAN


Een bezoek aan de Maya stad, Chichén Itza, mag niet ontbreken tijdens een rondreis door Mexico.

De ruïnes van Chichén Itza staan op de lijst van Unbesco werelderfgoed en zijn in 2009 verkozen tot één van de nieuwe wereldwonderen.
Chichén Itza was ooit één van de belangrijkste steden van de Maya's, het is een mysterieuze stad waarvan nog lang niet alle overblijfselen blootgelegd zijn en die vragen op blijft roepen.
Chichén Itza wordt jaarlijks door ongeveer 1,2 miljoen mensen bezocht en bij aankomst wordt meteen duidelijk waarom. Het is een prachtig complex waarvan ik eigenlijk alleen die éne pyramide kende die op alle foto's prijkt en ongeacht hoeveel ruïnes je al bezocht hebt, Chichén Itza is heel indrukwekkend.

Om de busladingen met toeristen voor te zijn, hebben we overnacht vlak voor de ingang en waren we bij de eersten aan de loketten. We hebben heel rustig het hele complex kunnen bekijken en ook foto's kunnen nemen zonder dat er vijfhonderd Japanners of Chinezen bij op staan. Jos heeft deze keer helemaal niets moeten missen en kon, met een beetje hulp, alles op zijn gemakske bekijken.

Na Chichén Itza rijden we noordwaarts tot aan de Golf van Mexico naar het mangrovegebied van Rio Lagartos.
Doordat het zoute zeewater zich vlak achter de Golf van Mexico met zoet rivierwater mengt, is hier een heel gevarieerd dierenbestand. Rio Lagartos ligt wat afgelegen, het is eigenlijk te ver voor de toeristen die de grote trekpleisters bezoeken en zo is het dorpje heel authentiek gebleven.  Er zijn geen campings maar al gauw hebben we een prachtig plekje aan de lagune gevonden, er is een restaurantje en je kan er zwemmen, tenminste als je niet bang bent van krokodillen. We spreken af met de mensen van het restaurantje om morgenvroeg met een bootje de lagune op te gaan.

's Morgens moeten we "El Capitan" nog uit bed zetten maar na een half uurtje en veel duw- en trekwerk is Jos ook veilig aan boord.
We hebben een superdag, we zien verschillende waadvogels, pelikanen, flamingo's en krokodillen maar dat was eigenlijk niet het belangrijkste. Het geweldigste van het hele boottripje was eigenlijk "El Capitan", we hebben het meeste genoten van zijn verhalen, zijn grappen en vooral zijn kinderlijke blijheid als we met het kleine bootje over de golven bonkten en hij riep : TOPES (Mexicaanse verkeersdrempels).
El Capitan was dolgelukkig omdat we ons amuseerden en vooral omdat Don Jos (de Jos), zijn amigo, genoten heeft van het boottochtje.

We blijven ook nog een nachtje in het kleine vissersdorp, San Felipe en ook daar slapen we ook gewoon in de haven. We zien 's avonds de plaatselijke vissers binnenvaren en de vangst van boord dragen. Ook hier zien we krokodillen tussen de vissersbootjes zwemmen maar dat is dan ook het enigste gevaarlijke in San Felipe.

Terug in het stadje Valladolid bespreken we een restaurantje voor Kerstavond en gaan dan op weg om wat cenotes te bekijken.
Cenote Oxman, vlakbij Valladolid, is een juweeltje. De cenote is op het terrein van Haciënda Lopez, waar we blijven kamperen.
Cenote Oxman is een open cenote van ongeveer 20 m diameter en 30 meter diep, je moet 75 trappen doen om het water te bereiken. De vertikale wanden zijn begroeid met planten en de wortels van de bomen, boven op de grot, zoeken hun weg diep in het water van de cenote.
Het is echt adembenemend om in het diepblauwe, kristalheldere water te zwemmen. Ik zwem tot in het midden van de cenote en blijf dan rustig op mijn rug drijven.  Als je daar zo ligt te drijven, zie je de hele cenote, de kaarsrechte, vertikale wanden, de stalactieten, de boomwortels en lianen. Het is een magische ervaring.
Hoewel ik niet graag trappen loop, doe ik toch 4 keer perdag de 75 treden af en op en het is echt de moeite waard.

Met kerstavond gaan we naar het restaurant waar we gereserveerd hebben en de tafeltjes zijn gedekt in de patio, we zitten buiten maar toch ook binnen, onder de bomen. We missen op kerstavond onze kinderen en onze familie maar toch hebben we een hele gezellige avond, het eten was méér dan gewoon lekker, het was super en de bediening was top.

Met Kerstmis bezoeken we nog een cenote, Xkekén, en dan rijden we Valladolid uit op weg naar Cancun in de staat Quintana Roo.

woensdag 12 december 2018

DE GOLF VAN MEXICO EN DE MAYA ROUTE.


Onderweg naar de Yucatan rijden we, dwars door Mexico, naar de Golf van Mexico. We willen de kust een stukje volgen en daarna naar de Maya route met zijn ruïnes en zijn grotten en cenotes.

Vanaf we aan de Golfkust zijn, passeren we fietsers met grote beelden op hun rug gebonden, niet zo maar beeldjes maar echt beelden van 1,5 meter hoog. Eerst dachten we dat het toeval was maar later zien we hele groepen, we stoppen bij een groep en vragen waar ze naartoe rijden en wat er aan de hand is. De bedevaarders zijn per fiets, met grote beelden op hun rug, versierd met vlaggen en foto's van de Virgen op weg naar Merida.
Op 12 december is het de feestdag van de Virgen de Guadalupe, de patroonheilige van Mexico. De Virgen de Guadalupe is het symbool van de samenhorigheid van Mexico en vanuit het hele land gaan bedevaarders op weg naar Mexico City maar ook naar Merida, waar we ook naartoe wilden gaan maar wat hier toch nog wel 800 km vandaan ligt. 

In Isla Aguada zien we een camping aan de Golf van Mexico en deze camping is uniek in Mexico. Ze is helemaal rolstoeltoegankelijk, nergens is eens stoep of een drempel te zien en overal zijn betonnen wandelpaadjes over de camping, er zijn aangepaste douches en W.C.'s.
Hier zijn ook hotelkamers te huur en die zijn zo perfect aangepast, dit heb ik in Europa zelden gezien, er is echt overal aan gedacht.
De man van Thelma, de eigenares, had zelf een dwarslaesie en heeft alles zelf ontworpen en ook uitgeprobeerd. Thelma stelt ook mensen in een rolstoel tewerk en dat is helemaal uniek in Mexico want normaal zie je die alleen, bedelend langs de weg of op drukke kruispunten.

Na een paar dagen platte rust op de camping rijden we de Maya route op, in Kabah bezoek ik een kleinere maar prachtige Maya ruïne terwijl de Jos op zijn gemakske in zijn zetel blijft liggen. Een paar uurtjes later stoppen we bij ons eerste cenote, dit is iets totaal nieuws voor ons.
Een cenote is een grot of een poel met water en voor de Maya's waren de cenotes heilige plaatsen, de ingang naar de Onderwereld.
We staan op de parking van Cenote Kankirixche en niets laat vermoeden dat er zich een paradijs onder onze voeten bevindt. Veel van de ongeveer 3000 cenotes van de Yucatan zitten goed verstopt onder de grond. Als ik met de houten trap afdaal kom ik bij de groenblauwe waterbron, het zonlicht dat langs de groene slingerplanten binnenvalt in de grot geeft het water een onwaarschijnlijke kleur en naargelang er meer of minder zon is, verandert het water van kleur. Zwemmen gaat voor een andere keer zijn, het water is koud en ik voel me niet echt op mijn gemak, zo alleen in de grot.

In Uxmal, een grote Maya ruïne, blijven we overnachten op de parking. We willen 's morgens in alle rust de Maya site bezoeken, er hangt dan een heel andere sfeer dan wanneer er busladingen toeristen rondlopen. Jos kan een groot deel van Uxmal bezoeken, alleen het op de tempels klimmen laat hij aan mij over. Omdat we voorlopig weer genoeg Maya ruïnes gezien hebben, draaien we af naar Celestun, een slaperig vissersdorp aan de Golf van Mexico.

In de mangrove bossen vlakbij Celestun leven zo'n 200 vogelsoorten maar het zijn vooral de flamingo's waar het dorpje zijn bekendheid aan te danken heeft. Je kan hier boottochten door de lagunes maken maar we hebben iets veel plezanter gevonden.
Umberto, de man van de camping, is de trotse bezitter van een mooi beschilderde Tuk Tuk en wil met ons langs de lagunes rijden op zoek naar flamingo's. Als we geen flamingo's zien, moeten we niets betalen en dat lijkt ons een goede deal.
Het is een heel gedoe om de Jos in de Tuk Tuk te krijgen en even denk ik eraan om de hele trip af te blazen maar dat is buiten Jos zijn koppigheid gerekend.
We vertrekken langs het vissershaventje van Celestun , het stinkt hier zo enorm en het is hier zo vuil dat ik de eerstvolgende weken absoluut geen vis meer zal eten en al zeker niet hier. De weg naar de lagunes is ronduit slecht, de tuk tuk hangt soms helemaal naar één kant en als we wat bergop moeten, begint hij te sputteren.
Jos is er, zoals gewoonlijk, heel gerust in en als we en hele groep felroze flamingo's zien, ben ik de helse rit al snel vergeten. We hebben toch wel een 300 à 400 flamingo's gezien en Umberto wist ons van alles te vertellen over de vogels maar ook over de zoutwinning en de visserij van Celestun.
We zijn echt blij dat we niet met de toeristenbootjes meegegaan zijn want deze uitstap was, buiten de flamingo's zien, een heel avontuur op zich.  We blijven nog een paar dagen hangen in Celestun, het is een vuil en armoedig dorpje maar toch hangt er een aangename sfeer.

In Merida staan we in de tuin van een hostel, op wandelafstand van het Historisch Centrum waar het allemaal te doen is. Heel Merida loopt stilaan vol met bedevaarders, hier en daar liggen ze op stoepen en in het park te slapen, sommigen hebben er ruim 1000 km opzitten.
Op 12 december is de kerk echt te klein voor de zingende en biddende Mexicanen. Overal staan prachtige bloemstukken en brandende kaarsen, buiten staan de fietsen met vlaggen , de heiligenbeelden, tuk tuk's versierd met beelden, bloemen en foto's van de Virgen de Guadalupe.
Terwijl de mis nog volop aan de gang is en je de mensen door luidsprekers hoort zingen en bidden, zijn ze op het plein naast de kerk al volop taco's en tortas aan het bakken en staat er al een DJ door zijn micro te roepen en te zingen. Typische Mexicaanse chaos maar op de één of andere manier lijkt het toch allemaal te kloppen en het is zalig om mee te beleven.

Het is wel jammer dat we voor het donker wordt terug in het hostal moeten zijn, niet omdat er een avondklok is maar omdat de voetpaden voor een rolstoel onbegaanbaar zijn. Jos moet met zijn rolstoel over de straat tussen het drukke verkeer en dat is echt bangelijk, zelfs al het licht is. Dit is echt levensgevaarlijk in het donker en daarom laten we de bedevaarders verder vieren en gaan we op tijd naar huis.

Morgen blijven we nog een dagje in Merida en daarna laten we, zoals de bedevaarders, de stad weer achter ons.

dinsdag 27 november 2018

DE STRANDEN LANGS DE STILLE OCEAAN.



Terug in Puerto Escondido, dit is al een beetje bekend terrein voor ons.  Felipe, de eigenaar, ontvangt ons met open armen en hij heeft een schitterend plekje voor ons vrijgehouden.
De camping is vlak aan het strand, de restaurantjes en de winkeltjes gelegen maar toch is het een kleine, rustige oase midden in het levendige Puerto Escondido.
We staan samen met Jan, een Canadees met Nederlandse roots, op de camping. Het is niet druk, het seizoen is nog niet echt begonnen en dat vinden we helemaal niet erg, we hebben veel plaats en de douches zijn altijd vrij.

Het strand, Playa Zicatela, is prachtig maar zwemmen kan je hier wel vergeten, pootje baden kan nog juist maar zelfs dan trekt de zee zo hard aan je dat je wijselijk niet verder gaat.
Dit is het paradijs voor de surfers, Playa Zicatela, is in dat wereldje heel bekend en de golven worden hier de Mexican Pipelines genoemd. Hier worden internationale surfwedstrijden georganiseerd en Playa Zicatela zou op nummer 3 zijn op de lijst van bete surfplekken ter wereld.
Ik ga 's morgens wel eens kijken als de surfers hun kunsten aan het vertonen zijn maar eigenlijk vind ik het maar een gesukkel. Ze liggen in het water te wachten op de perfecte golf en als ze dan eindelijk op hun surfboard staan, donderen ze er binnen de 5 minuten af en dan moeten ze weer helemaal opnieuw beginnen, pfff vermoeiend hoor.
Na 2 weken Puerto Escondido is het weer tijd om verder te rijden, we hebben het hier voorlopig weer gezien.

We slaan af naar San Augustin, een dorpje aan de kust, je moet 13 km over een aardeweg met veel wasbord, putten en dan ook nog zelfgemaakte drempels hier en daar.  Door mekaar geschud en helemaal onder het stof komen we aan in San Augustin. De beloning is echter groot, dit is een paradijs en nooit eerder zag ik zo'n mooi en ongerept strand.
Er is een kleine camping (3 auto's) aan het strand, uitgebaat door Nederlanders. Ze zijn de enige buitenlanders die hier wonen en hun kleine camping wordt gedoogd zolang ze maar geen eten gaan verkopen.
Er zijn hier een aantal restaurantjes en een paar kleine winkeltjes en voor de rest wonen hier wat vissers.
We hebben al gauw onze draai gevonden in San Augustin. De zee is hier fantastisch, hier kan je wel zwemmen dus ik dobber een paar uur per dag in het azuurblauwe water. Jos geniet van de zon en het prachtige uitzicht en hij maakt alle dagen een toer met zijn bike over de stoffige wegen van het dorpje. Een bike aan een rolstoel is hier onbekend en dat moet dan uitgebreid bewonderd worden door de plaatselijke bevolking.
Het leven in dit kleine vissersdorpje gaat rustig zijn gangetje. Verse groenten en fruit zijn hier geen enkel probleem, de ene dag stopt er een truck met sinaasappels (80 ct voor 20 stuks) en de andere dag komt de groenteboer voorbij. Elke verkoper heeft zijn eigen geluid of muziekje, bij de mannen van de gas is het een loeiende koe en het liedje van de bakker is zo grappig dat het dagen in je hoofd blijft hangen.
De vissers die er wonen zijn arm en de meeste kinderen gaan bijna nooit naar school. Ze spelen de hele dag in de stoffige straten, de meeste jongens zijn voorbestemd om visser te worden en de meisjes om (veel te jong) moeder te worden. Toch wordt er hier steeds meer gebouwen en binnen 10 jaar zal San Augustin er heel anders uit zien.
Op mijn verjaardag, gaat er meestal wel iets mis en dat was dit jaar niet anders. Jos had een serieus probleem met zijn rolstoel, de as was gescheurd en de rolstoel was onbruikbaar dus een volledige pert total.  Omdat de as van heel dun aluminium is, kon hij niet gelast worden maar voor elk probleem is er ook altijd weer een oplossing.
De man van de camping is naar zijn smid gereden en die zou proberen om er ijzeren stuk tussen te lassen. Jos heeft de hele dag in een strandstoel gezeten maar hij had het volste vertrouwen in de Mexicanen. Om 6 uur 's avonds kwam Frans terug met het verlossende nieuws dat het gelukt was, de rolstoel is nog nooit zo sterk geweest als nu en de totale kost van reparatie en materiaal was 9,5 €. Jos had echt gelijk toen hij zei : " maak je geen zorgen, die Mexicanen krijgen dat wel geregeld en dat komt dik in orde"
Mijn verjaardag zijn we dan gewoon een dag later gaan vieren in een klein visrestaurantje hier, lekker en vers.

Hoe mooi en rustig het hier ook is, het begint stilaan te kriebelen, we moeten verder. We hebben nu lang genoeg rondgehangen op de stranden en willen stilaan richting Yucatan. De Yucatan is onbekend terrein voor ons, we kijken er dan ook naar uit om weer terug op weg te gaan.

zondag 4 november 2018

DIA DE LOS MUERTOS


De dag van de dode is een Mexicaanse feest-en herdenkingsdag, het is het grootste feest van het jaar in vele Mexicaanse plaatsen.
Deze traditie vindt plaats op 1 en 2 november, dus wat wij Allerheiligen en Allerzielen noemen. Dia de los Muertos komt op buitenstaanders soms luguber en vreemd over maar dat is helemaal niet.
Hier gelooft men dat de zielen van de kinderen op 1 november terugkeren naar de aarde en op 2 november de zielen van de volwassenen.
De graven van hun dierbaren worden schoongemaakt en overvloedig versierd met bloemen. Op de graven offeren ze voedsel en drank en na afloop eten en drinken ze dat zelf op omdat ze geloven dat de zielen van de doden, de ziel van het voedsel tot zich genomen hebben. Veel mensen bouwen thuis of op pleinen ook altaren met foto's van overledenen en ook hier worden volop eten, drinken en bloemen geofferd.


Wij zijn in Oaxaca gebleven om Dia de los Muertos mee te vieren met de Mexicanen en tegelijk met hen onze eigen dierbaren te herdenken.
In Oaxaca is het een uitbundig feest dat op 30 oktober begint en doorgaat tot en met 3 november. Elke avond trekken talloze fanfares door de straten, gevolgd door optochten met prachtig verklede en geschminkte mensen. De fanfares maken vooral enorm veel lawaai en spelen zo vals dat het bijna mooi is, de menigte die hen volgt danst uitbundig op het eentonige deuntje.
We bezoeken een aantal altaren die rijkelijk versierd zijn met groenten, fruit, flessen tequilla, foto's en gedichten.
De traditionele gezichtsschilderingen "de Catrina's" zie je hier overal in het straatbeeld, het is heel belangrijk om de mooiste te zijn en de artiesten die de gezichtsschilderingen doen, draaien dan ook overuren.

Op 2 november rijden we met Ciro, de eigenaar van de parking waar we staan, naar het Pantheon General, het grootste kerkhof van Oaxaca.
De grave zijn uitbundig versierd, hier en daar zitten de mensen te eten en te drinken, dicht bij hun dierbaren. Bij andere graven staan Mariachi's  de lievelingsliedjes van de overledenen te zingen en er staan soms zelfs zangers compleet met micro en boxen bij de graven te zingen.
Als ik stilletjes naar de graven ga, wordt ik met open armen ontvangen door de rouwende families, ze staan erop dat ik foto's neem van hun graven en even rustig bij hen blijf zitten.

Toch verloopt alles heel sereen, het is echt niet de kermis die buitenlandse toeristen en TV zenders er van proberen te maken. Het is echt prachtig om te zien hoe de Mexicanen met hun verdriet en de dood omgaan. Het voelt heel goed en juist aan om hier op het kerkhof mee te feesten en te rouwen met de Mexicanen.

We hebben genoten van de Dia de los Muertos, van de muziek, de zang en dans, de explosie van kleur in de straten en de bloemen maar het meeste indruk heeft het kerkhofbezoek op mij gemaakt waar buiten gefeest ook oprecht gerouwd wordt.

We nemen afscheid van onze vriend, Ciro, en rijden door de bergen aar Puerto Escondido aan de kust. Dit is bekend terrein voor ons en we willen hier een aantal weken uitrusten vooraleer we weer verder reizen.

woensdag 31 oktober 2018

AMSTERDAM - MEXICO CITY - OAXACA


Als we 's morgens, gepakt en gezakt, zitten te ontbijten, krijgen we een telefoontje van de Nederlandse Spoorwegen met de mededeling : " de trein die U geboekt hebt, Brecht - Schiphol, rijdt niet." Ze gaven geen verdere uitleg en konden ons ook geen assistentie garanderen als we een vroegere trein namen dus dat was het wat betreft de treinreis.
Gelukkig zit Weking, die toch al geen vertrouwen in de trein had, klaar om ons naar Schiphol te brengen.

Onze vlucht van Amsterdam naar Mexico City (11.5 u) gaat, zoals altijd met KLM, heel vlotjes en ons hotel in Mexico City is dik in orde, de aangepaste kamer is ook echt aangepast wat een hele opluchting is. We blijven 2 dagen in Mexico City om wat uit te rusten voor we verder vliegen naar Oaxaca waar we echt aan onze reis gaan beginnen.

Na een paar dagen de toerist uitgehangen te hebben in Mexico City, vliegen we verder naar Oaxaca. Als we landen, zie ik direct dat we met een trap het vliegtuig moeten verlaten en trappen en rolstoelen dat heeft nooit goed gewerkt. De Jos wordt door 2 kleine Mexicaantjes de trap afgedragen, die mannen hebben gezweet maar ze hebben dat perfect gedaan.
De Josmobiel staat netjes onder het afdak maar hij is langs alle kanten ingeparkeerd, zodat Jos onmogelijk in de auto kan geraken. Als ik probeer de auto te starten geeft hij geen teken van leven, de batterijen zijn volledig dood.
We zoeken ergens een stopcontact en beginnen direct met het laden want Jos zou vanavond toch wel graag in zijn auto slapen. Na een aantal uren laden en verschillende startpogingen brengt de Josmobiel het niet verder dan wat armzalig gekreun. Omdat we van de luchthaven direct naar de camping gereden zijn, hebben we totaal geen eten of drinken in huis en we zijn helemaal alleen op de camping, dat ziet er veelbelovend uit.
Juist als ik besluit om naar de grote weg te wandelen en per taxi te gaan winkelen, komt er een grote pick-up truck opgereden. De man van Colorado zet zijn truck achter de Josmobiel en sleurt hem uit de loods, starten doet hij nog niet maar Jos kan in zijn auto en dat is al een hele stap voorwaarts.
We lenen een grote bidon water van onze redder in nood, pakken onze valiezen uit en kruipen in ons bed. Morgen wordt het weer licht en zien we wel verder wat er gebeurd.

De volgende morgen start de Josmobiel zonder problemen, we zetten onze zonnebrillen op en crossen direct naar de supermercado om voorraad in te slagen. Naderhand rijden we nog een uurtje rond in Oaxaca, gaan langs bij Mercedes om onze afspraak te bevestigen en de Josmo doet wat hij moet doen, gewoon rijden.

We kunnen nu echt beginnen te genieten van de Mexicaanse zon en het Mexicaanse leven. We blijven zeker nog een weekje in Oaxaca om de Dia de los Muertos te vieren, de dodenherdenkingen, mee te vieren. We gaan meevieren met de Mexicanen met hun grootste feest van het jaar en we zullen waarschijnlijk een hoop foto's maken voor het volgende verhaal.