maandag 30 januari 2017

ANOTHER DAY IN PARADISE




“Another  day in paradise” dat is hoe we mekaar ’s morgens begroeten op Playa Tecolote. De playa’s  ten noorden van La Paz zijn dan ook echt een droom, alleen witte stranden en een azuurblauwe zee.  Op Tecolote kan je gratis kamperen maar er zijn totaal geen voorzieningen altijd prachtige natuur, als je behoefte hebt aan restaurantjes of terrasjes of wat dan ook, dan moet je hier niet zijn maar 30 km verder in La Paz. Na 5 of 6 dagen wild kamperen gaan de meesten één dagje naar de camping in La Paz om water te tanken, de was te doen, mails en berichten te checken, telefoneren als het internet mee wil werken en na een bezoek aan de supermarkt kan je dan weer terug naar de playa’s voor een dag of 6.


Wij rijden terug naar La Paz want het Via PanAm team is op weg naar het stadje. We blijven, samen met hen, een paar dagen in La Paz want ze hebben daar één en ander te regelen. De auto van Liesbeth en Weking is langs achter aangereden door een, veel te snelle, Mexicaan en moet hersteld worden en ook de overtocht naar het vasteland van Mexico moet geregeld worden en voor de rest willen we gewoon, samen een paar dagen van mekaars gezelschap genieten.
Na 2 dagen in het gezellige La Paz willen we samen nog een nacht op Playa Tecolote doorbrengen en vandaar gaan ze dan de ferry op naar het vasteland.  Wij rijden al vroeg naar het strand, beladen met een aantal flinke steaks en nog veel meer lekkers terwijl zij nog een aantal zaken in La Paz regelen. De meeste mensen op Playa Tecolote zijn inmiddels op de hoogte van wat en wie het Via PanAm team is en wat ze doen, ze worden dan ook met open armen ontvangen door onze mede-kampeerders. De dag na de barbecue wordt ik met een raar gevoel in mijn maag wakker want vandaag nemen we echt voor lange tijd afscheid van onze kinderen. Onze laatste dag samen brengen we door op het strand in de stralende zon, er wordt wat gezwommen, gebabbeld met de buren en ons Liesbeth knipt nog heel vakkundig mijn haar en dan is het zover….. het afscheid is zowel voor ons, als voor hen niet gemakkelijk. Vanavond om 8.30 u vaart de ferry uit en we beloven om hier met z’n allen met onze lichten te knipperen als ze passeren. Groot is onze verbazing als ze ’s avonds om 8 uur terug op Playa Tecolote aankomen. Door een stomme fout van de Mexicaanse douane mochten ze niet aan boord en moeten ze morgen terug naar La Paz om bepaalde documenten op te halen.
Dat wordt dus nog maar eens afscheid nemen van Liesbeth en Weking en ook van An en Stiaan, die ook een heel speciaal plekje in ons hart gekregen hebben. Als ‘s avonds om 8.30 u de ferry langs vaart, knipperen er bij verschillende auto’s lichten, een felverlicht strand als groet aan het Via PanAm team. Wij blijven nog een paar dagen op Playa Tecolote maar dan wordt het weer  tijd om een beetje verder te rijden.


Onze volgende overnachtingsplaats is aan een kleine, verscholen baai Playa Ensenada Muertos waar juist de vissers binnen varen. Hun vangst is indrukwekkend, ze hebben verschillende hamerhaaien gevangen maar ook een witte haai van 2.5 meter lang, er zijn 6 mannen nodig om hem uit het bootje te heffen en aan land te krijgen. Ik heb er geen foto’s van genomen want dat wordt daar niet op prijs gesteld omdat het vangen van witte haaien en hamerhaaien eigenlijk verboden is.


We besluiten naar Todos Santos te rijden waar het énige, echte “Hotel California” staat. Todos Santos is een gezellig dorpje met smalle straatjes,  veel winkeltjes, restaurantjes en natuurlijk Hotel California. We rijden juist buiten het dorpje naar een strandje en we staan nog maar goed en wel geparkeerd als onze Duitse vrienden van Tecolote hier ook aankomen. De volgende morgen bezoeken we samen Todos Santos en alhoewel we heel goed weten dat Hotel California een “tourist trap” is, willen we er absoluut naartoe. Samen met Gebhard en Liesl eten we op de binnenplaats van het hotel en het is super. Het eten is goed, de obers zijn vriendelijk, de sfeer is er fantastisch en er wordt, traditioneel, maar één nummer gespeeld “Hotel California” van de Eagles.

10 minuten buiten Todos Santos ligt een mooi strandje, La Pastoria en daar gaan we een paar dagen blijven. De attractie hier aan de Pacific Oceaan zijn de walvissen. Elk jaar komen duizenden grijze walvissen naar hier om te paren en kleine walvisjes op de wereld te zetten. Ze verlaten de noordelijke Beringzee en leggen zo’n 10.000 km af naar de kusten van Baja California.We zien de hele dag de waterstralen van de walvissen en regelmatig zien we ze, in de verte, springen en spelen in de Oceaan.
Playa Pastoria is ook heel populair bij de surfers. Door de hoge golven en de stroming is het hier te gevaarlijk om te zwemmen maar voor de surfers is het een echte speeltuin. ’s Morgens vroeg liggen ze al in de golven te wachten op de perfecte wave. Het is een apart volkje, de surfers, de meeste onder hen hebben een oude, roestige pick-up truck, een hond en wat surfplanken en dat is het dan maar het zijn toffe mensen en we vervelen ons geen seconde op dit strand.


We zitten nu in het uiterste zuiden van Baja en het weer is hier nu zoals in België in een hele, goeie en warme juli maand. We gaan morgen toch proberen om weg te geraken in Todos Santos om terug naar La Paz te rijden en dan stilaan wat noordelijker, heel, heel  traag terug richting U.S.A

woensdag 11 januari 2017

KERSTMIS EN NIEUWJAAR IN BAJA.



Kerstavond en Kerstmis blijven toch speciaal, op die dagen wil je bij je familie of hele goede vrienden zijn. Wij hebben de kerstdagen doorgebracht met een deel van hen en we hebben er enorm van genoten.
Op Kerstavond hadden we een restaurant met, zoals de traditie wil, teveel eten en teveel wijn en Kerstdag zelf was een rustige, lome dag met heel veel zon.
Na de kerstdagen hebben we nog maar eens afscheid genomen van het Via PanAm team en zijn doorgereden naar het Zuiden. We zullen hen terugzien half januari als ze de boot nemen naar het vasteland van Mexico. Het grote afscheid komt steeds dichterbij en ik zie er enorm tegen op, ze gaan dat zeker en vast heel goed doen met hun vier en ze trekken heel goed hun plan maar dat wil nog niet zeggen dat wij ze niet keihard gaan missen, april 2018 is nog zo ver weg.


Het regent als we in Mulegé aankomen , volgens de plaatselijke bevolking is het 15 jaar geleden dat het in December geregend heeft. In de zomer gebeurt het dat er een aantal weken heel veel regen valt zodat er op sommige plaatsen meer dan 1 meter water staat maar dat is het dan ook voor de rest van het jaar.
De camping in Mulegé staat vol appelsienenbomen, de takken hangen zwaar door en er hangt een zoete geur. Dit is een paradijs voor iemand die verslaafd is aan appelsienen en vooral als de eigenaar zegt dat ik er zoveel mag plukken als ik wil.

Een beetje zuidelijk van Mulegé zijn een aantal prachtige strandjes. Op het eerste, Playa Santipac, blijven we drie dagen en we gaan hier ook gelijk Nieuwjaar vieren.
Met Oudejaar eten we, samen met een aantal Canadezen, bij de Mexicaanse familie die een eethuisje uitbaten op het strand. Het eten en de Margarita’s zijn lekker en het gezelschap goed.
Van Oud naar Nieuw zitten we samen met een Zwitsers koppel aan het kampvuur. Nicol en Renato hebben ook een lange tijd door Zuid-Amerika gereisd en het blijkt dat we veel gemeenschappelijke vrienden en kennissen hebben. Het is een aangename, rustige Oudejaarsnacht en het taaltje dat we spreken met de Zwitsers is een mengeling van Engels, Spaans, Italiaans en Duits maar we verstaan mekaar perfect soms nog beter dan wanneer je allemaal dezelfde taal spreekt, nu moet je echt luisteren naar mekaar. Onze talenkennis wordt tijdens deze reis toch weer serieus opgefrist. We komen redelijk veel Fransen en Duitsers tegen en een Belg past zich altijd aan en probeert iedereen in zijn taal aan te spreken. Zo kan het gebeuren dat je op een dag Engels, Frans, Duits en Spaans gesproken hebt of toch iets dat er op lijkt.


Met Nieuwjaar rijden we naar het stadje Loreto met de hoop op een goede internetverbinding, op de 1ste dag van het nieuwe jaar wil ik toch graag met het thuisfront bellen. De internetverbinding is bijlange niet wat we ervan verwacht hadden maar we weten dat daar alles goed gaat en zij weten dat het ons hier goed gaat en dat is al heel wat.
1 januari 2017 is een warme dag met een stralende blauwe hemel. Op de camping in Loreto ontmoeten we een Nederlands koppel die overal ter wereld al gefietst hebben.  Ze zijn in Mexico City vertrokken en doen nu heel Baja California, ik heb veel respect voor hen want het gaat hier enorm bergop en bergaf en het kan hier serieus waaien.

We besluiten niet in Loreto te blijven en terug naar één van de kleine strandjes te rijden.  Op Playa Requeson, aan een kleine schitterende baai, vinden we een mooi plekje voor de volgende drie dagen.
De Franse familie die we steeds weer tegenkomen is hier ook aangeland en een dag later komen de Nederlanders, Hans en Francien, er ook aangefietst. Baja is niet zo groot en er zijn maar weinig wegen dus lijkt het na een tijdje of je iedereen kent die hier rondreist.
Playa Requeson is een klein paradijsje, buiten een paar kampeerders en een paar vissers is hier niets of niemand. Er is geen water of elektriciteit, geen winkels of restaurants.  Je moet zorgen dat je genoeg eten en drinkwater bij hebt want, buiten vis, kan je hier niets kopen.
Als de kleine vissersbootjes aankomen wordt de vangst ter plaatse gekuist en verkocht, verser kan echt niet. We kopen voor 1€ een kilo vis om samen met Hans en Francien te eten, we hebben geen idee welke vis het is maar het was lekker en verser heb ik hem nog nooit gegeten. Wat een leventje, begin januari, lekker buiten in het zonnetje op het strand……dan smaakt alles lekker.
Vandaag was het een heel spektakel toen de vissers op het strand kwamen. De vangst was rijk, ze hadden verschillende reuze roggen gevangen en dat duurt even om die te kuisen. De branding kleurde rood van het roggenbloed en er vlogen honderden vogels, vechtend om een beetje visafval. Het was een prachtig schouwspel maar ik heb vandaag vandaag geen vis gekocht want zo’n reuze rog past absoluut niet in het diepvriezertje van de Josmobiel.

Vanmorgen vroeg stond de Braziliaanse jongen, die hier al weken op het strand woont, aan onze auto met nieuws.  Vanaf 1 januari zijn de benzineprijzen hier flink de hoogte in gegaan en daarom wordt er gestaakt, er zijn al verschillende blokkades en van hier tot in het uiterste zuiden zijn de meeste benzinestations gesloten. We besluiten gewoon een paar dagen langer op het strand te blijven tot de storm wat is gaan liggen, er zijn ergere dingen dan hier in de zon te zitten. We rijden samen met de Braziliaan naar Mulegé om eten en drinkwater en daar zien we lange rijen aan de gesloten benzinepomp staan. We praten met een aantal vrachtwagenchauffeurs, volgens hen zou binnen 2 dagen alles weer terug normaal verlopen en één van ons geeft ons een adres waar we diesel kunnen kopen.  Met een volle diesel- en watertank en eten en drinkwater voor een paar dagen rijden we terug naar Playa El Requeson en inderdaad twee dagen later gaat alles hier in Baja weer gewoon zijn gangetje.  Alhoewel het heel verleidelijk is om heel de winter hier te blijven hangen, nemen we toch afscheid van iedereen op El Requeson en rijden verder naar het zuiden.



Onderweg naar het zuiden krijgen we het ineens in ons hoofd om door het binnenland en door de bergen naar La Paz te rijden. We hebben er geen idee van hoeveel kilometers deze weg is en van de toestand van de weg weten we al helemaal niks. We beginnen aan ons off-road avontuur en al gauw blijkt dat de weg slecht is, het gaat heel traag met 15 km per uur. Tegen de avond vinden we een prachtig plekje met zicht op de Zee van Cortez en met de hoop dat de weg morgen beter wordt kruipen we in ons bed. De volgende dag komen we er achter dat het slechtste stuk nog moest komen, wij vloeken en de Josmobiel kreunt  en nog maar eens zeggen we dat we dat nooit meer gaan doen, maar we worden wel beloond met een prachtig stukje natuur, de bergen hebben zo’n mooie kleuren zodat we de praktisch onberijdbare weg  even vergeten. De temperatuur hier in het binnenland loopt op tot ruim 30 graden en het is heet en stoffig in de Josmobiel, het zand zit tot in de kasten maar we hebben alle twee een big smile op ons gezicht van contentement.   Het is geleden van in Bolivië dat we nog zo’n slechte weg gehad hebben, inmiddels zouden we ouder en wijzer moeten zijn maar blijkbaar komt bij ons het verstand niet met de jaren.   

vrijdag 23 december 2016

BAJA CALIFORNIA - MEXICO



Als we de Mexicaanse grens oversteken, komen we ineens in een totaal andere wereld terecht.

Hier tellen snelheidsbeperkingen niet meer mee, je moet niet meer pinken als je afdraait, je mag gerust over een volle witte lijn rijden als je in wil halen en als de weg breed genoeg is dan maak je gewoon een paar rijvakken bij.
De grote supermarktketens, zoals in de USA, hebben plaats gemaakt voor ontelbare kleine winkeltjes waarvan het altijd niet duidelijk is wat ze verkopen maar na wat zoeken vindt je al gauw alles wat je nodig hebt.
Het is hier rommelig en vooral stoffig want in de dorpen en stadjes is alleen de hoofdweg geasfalteerd, voor de rest zijn het allemaal zandwegen.

Ondanks die paar ongemakjes is het hier zalig. Mensen leven hier meer buiten, alles speelt zich af op straat en overal langs de kant van de weg staan kraampjes met eten, groenten en fruit, kleding enz…. het lijkt wel of het hier alle dagen markt is.
Het is hier echt geen weelde en de Mexicanen zijn continu bezig met overleven maar toch is iedereen hier vriendelijk en behulpzaam. Natuurlijk worden we beschouwd als “gringo’s” maar toch worden we overal onthaald met een warme, welgemeende glimlach.


Baja California is een schiereiland met aan de éne kant de Pacific Ocean en aan de andere kant de Zee van Cortez en in dit deel van Mexico willen wij onze winter doorbrengen.
Onze eerste afspraak in Baja is met het Via PanAm team. Wij zijn dolgelukkig dat we onze kinderen en An en Stiaan, in goede gezondheid, terugzien.  Onze Via PanAmmers zijn supergoed bezig, ze zijn inmiddels een goed draaiend en hecht team geworden en het “back to basic” leven doet hen zichtbaar heel goed. Wij zijn dan ook oprecht trots op hen.
We kamperen samen op een schitterend plekje aan één van de stranden van Baja en als we ’s avonds, met een goed glas wijn, buiten zitten is het weer overduidelijk hoe hard en ook waarom we Liesbeth en Weking thuis zo missen. We genieten echt van een paar dagen samen met hen, dan rijden wij en lopen zij weer verder maar niet voor lang want we gaan samen de Kerstdagen doorbrengen.


Wij rijden verder Baja in en blijven wat hangen  aan de stranden van de Pacific Ocean. We genieten van de rustige, praktisch verlaten stranden, buiten wat vissers en hier en daar een verdwaalde toerist zijn we hier alleen, de stranden zijn van ons en de duinen zijn onze tuin. Overdag is het aangenaam en zonnig maar rond vijf uur koelt het serieus af en is het tijd om in de Josmobiel te vluchten.In de Josmobiel zit inmiddels even veel zand als op de stranden van Baja California maar ik heb besloten van dat te negeren zolang we in Baja zijn, ik heb trouwens geen keuze want het is een verloren strijd.
Verder naar het Zuiden verlaten we de stranden en rijden we door de bergen. De natuur is hier droog, dor en woest, prachtig in al haar ruwheid en de bergen zijn bezaaid met duizenden cactussen in allerlei vormen en maten,  ik hou van dit ruige landschap waar elk beeld uit een Western film lijkt te komen.


We rijden op ons gemakje naar Guerrero Negro waar we Kerstmis gaan vieren met de kinderen, wij willen alvast een restaurantje en een slaapplaats opzoeken voor de rest hier aankomt.
Als we het dorp binnen rijden schrikken we even en denken : “hier kunnen we echt nooit iets fatsoenlijk vinden, wat een bende is dat hier”, het regent en de zandwegen zijn herschapen in één grote modderpoel waar de Mexicanen vrolijk door racen zo hard ze kunnen.  In het dorp ontmoeten we een Duits koppel, zij zijn op weg naar Zuid-Amerika, we gaan samen iets drinken en hebben een heel gezellige namiddag samen. Reizen schept toch echt een band.
Als we buiten komen schijnt de zon weer en de straten drogen weer op, het ziet er direct heel anders uit en als we een paar keer door het dorp gereden hebben, zijn we het gewoon en ziet het er direct heel anders uit. We checken wat restaurantjes en vinden uiteindelijk een heel gezellig restaurantje waar we ook met zijn alle kunnen kamperen.
We vervelen ons totaal niet in het chaotische Guerrero Negro, vlakbij het dorp liggen mooie lagunes waar honderden verschillende vogelsoorten zitten. De kijkers worden opgesteld en terwijl wij de vogels gadeslaan komt het Via PanAm team stilaan onze kant uitgelopen.



Wij wensen iedereen een Zalig Kerstfeest en een Gelukkig, gezond en liefdevol 2017.

vrijdag 9 december 2016

PACIFIC COAST

We hangen boven de Oceaan ergens tussen Amsterdam en Seattle en dan heb je tijd genoeg om na te denken.

We zijn twee maanden thuis geweest en die waren redelijk hectisch.  Spannende onderzoeken voor mij, een ziekenhuisopname voor Jos en tussendoor veel etentjes, feestjes en als afsluiter een fantastisch, geslaagde Natuurloop. Twee weken voor onze geplande vertrekdatum krijgen we groen licht van de Cardioloog, op voorwaarde dat we het rustig aan doen. Geen inspannende fietstochtjes tegen de wind en geen stress situaties meer voor de Jos, alleen rustig genieten en dat gaan we de komende 3 ½ maanden volop doen.


We landen in Seattle na een perfecte vlucht van 9.5 uur en bellen de taxichauffeur die ons afgelopen september weggebracht heeft, een uurtje na de landing staan we al bij de Josmobiel.  Onze eerste halte is Walmart, we doen uitgebreid boodschappen en laten tegelijk een oliewissel bij de Josmobiel doen. Als alles in de kasten zit is onze pijp uit, we hebben er tenslotte al heel wat uurtjes op zitten, en we kruipen onder ons dekbed al is het hier nog maar 5 uur in de namiddag.

We besluiten op ons gemakje naar het Zuiden te rijden en de kust te volgen tot aan de Mexicaanse grens.  We rijden langs de prachtige kustlijn van Oregon, het donkere weer en de regen lijken, op één of andere manier, perfect te passen bij het dramatische landschap. We vinden ’s avonds heel vlotjes een slaapplaats en zijn weer helemaal aangepast aan het leven in een mobilhome.
Hoe mooi die grijze luchten ook zijn, we zijn toch opgelucht dat het in California warmer en droger is, de zon geeft steeds meer warmte en de Oceaan krijgt een schitterende blauwe kleur. We blijven de kust volgen en steeds als je denkt, nu kan het niet mooier worden dan ligt er achter de volgende bocht weer zo’n pareltje.

Onderweg zien we een groep zeeleeuwen vissen en dat is zo’n prachtig schouwspel, echt een gevecht om eten. De zeeleeuwen duiken naar de vis en jagen die op, langs alle kanten duiken er pelikanen vlakbij de zeeleeuwen terwijl de altijd aanwezige meeuwen ook een graantje mee willen pikken.  Een beetje verder naar het Zuiden ligt een grote kolonie zeeolifanten, ze hebben hier een aantal stranden geclaimd en komen hier elk jaar terug om te paren en jongen te krijgen, vorig jaar zijn er 5200 jongen geboren. We blijven heel de namiddag genieten van die logge, dikke beesten die soms onverwacht snel en behendig blijken te zijn.

We rijden San Francisco binnen over de Golden Gate Bridge, het feit dat onze kinderen hier een paar weken geleden gelopen hebben maakt meer indruk op mij dan de stad zelf. We maken een lange wandeling langs het water maar dan houden we San Francisco voor bekeken.
Als je die afstand van Seattle tot hier in California rijdt dan is het ongelooflijk dat iemand die afstand loopt. Als we over die bochtige kustweg rijden met zijn grote hoogteverschillen krijgen we steeds meer respect voor wat het Via Panam team aan het doen is. Chapeau Weking & Stiaan en Liesbeth en An.

Los Angeles, Hollywood en Beverly Hills zijn echt niet aan ons besteed en laten we dan ook wijselijk links liggen. Het uiterste zuiden van California is druk, dicht bevolkt en er is veel verkeer, we vragen ons hier dikwijls af hoe Weking en Stiaan hier gelopen hebben door al die drukte. We hebben het mooiste stuk van de kust duidelijk gehad of je moet houden van kitscherige villa’s, dan zit je hier goed.
Binnen een paar dagen gaan we de grens over naar Baja, we kijken echt uit naar de rust en de stilte van Baja maar vooral naar het weerzien met de kinderen en An en Stiaan.


woensdag 21 september 2016

WASHINGTON STATE,

We rijden B.C/Canada uit en de U.S.A. binnen, we zijn in de staat Washington. Het zijn de laatste weken van deze reis en we moeten nog storage regelen voor de Josmobiel, kijken of onze vlucht niet veranderd is enz.....en we willen ook nog enkele nationale parken bezoeken, dus er staat nog het één en ander op onze agenda.

Het eerste nationale park dat we bezoeken is North Cascades, het is er mooi maar de bergen zien er zo donker en dreigend uit. We blijven hier één nacht en rijden dan verder naar Seattle om alles van daaruit te gaan regelen. Seattle, de City of Rain, doet zijn naam alle eer aan want het is grijs en druilerig als we de stad passeren. Ik had al wat adressen van storage opgezocht, niet te ver van de luchthaven en bij het 1ste adres hebben we al prijs.Bij Daffodil Storage worden we vriendelijk ontvangen en ze hebben een mooi plekje vrij voor de Josmobiel. We regelen de hele papierwinkel en spreken af dat we 21/9 de auto afleveren, op weg naar de luchthaven. Nu we gerust zijn dat de Josmobiel een veilig plekje heeft, terwijl wij in België zijn, gaan we van onze laatste weken genieten.

We rijden naar Olympic Nationaal Park dat aan de Pacific Oceaan gelegen is, het park bestaat vooral uit nevelige stranden en enge, donkere bossen. Geen wonder dat ze hier de film van "Twilight"opgenomen hebben, dit is de perfecte omgeving voor een vampier maar duidelijk niet voor ons. Ik heb echt een onbehaaglijk gevoel bij dit deel van Washington en de vele borden met "Trump for President, maken het er niet beter op. Resoluut zetten we koers naar Mount Rainier Nationaal Park en hier is het zalig. De natuur is hier schitterend, blauwe luchten en de Mount Rainier die, met zijn besneeuwde top, het hele park domineert. We blijven hier bijna een hele week hangen en rijden dan een eindje verder naar het Oosten, gewoon omdat we op de kaart een paar plaatsen zien met een mooie naam zoals Weenatchie en Yakima. Het landschap hier is niet echt wat je verwacht in de "Evergreen State" Washington. Het is hier droog en warm en het lijkt hier wel een beetje op Arizona, de Columbia River kronkelt zich door het dorre landschap en op de beide oevers staat het vol boomgaarden met appels, peren, perziken en nectarines. We zitten hier heel ver van de Mexicaanse grens maar toch horen we hier overal, in de winkels en op straat, Spaans spreken, overal zijn Mexicaanse winkeltjes en eethuisjes, er is overal muziek en het is hier zoveel vrolijker dan aan de andere kant van Washington. De Mexicanen zijn massaal naar hier getrokken om in de fruitteelt te werken en ze geven zeker meer kleur aan de staat Washington.

Inmiddels zijn we terug in Seattle, de Josmobiel wordt klaargemaakt voor de winter en nog eens goed gekuist zodat hij proper naar de storage kan. Bij Daffodil Storage bellen ze een taxi voor ons en dan is het tijd om afscheid te nemen van de Josmobiel wat toch altijd even slikken is, hopelijk zien we hem snel terug.

We hebben een schitterende reis gehad, Alaska is prachtig en hoewel het niet mijn grootste favoriet is, blijft het een unieke staat. Britisch Columbia en ook de Yukon waren toppers voor ons, het is zo zalig om hier te kamperen, er is zo oneindig veel ruimte en zoveel ongerepte natuur. We hebben genoten van al die natuurpracht maar ook van de mensen die we tegengekomen zijn. In de eerste plaats onze kinderen en An en Stiaan, het volledige Via PanAm team, het was zalig om hen af en toe een paar dagen te volgen en we hopen hen op het einde van het jaar ergens in het Zuiden van de States terug te zien. Bedankt aan alle volgers van onze blog en waarschijnlijk starten we terug eind november.

zaterdag 3 september 2016

BEAUTIFUL  BRITISH  COLUMBIA



Onze plannen zijn weer gewijzigd, we wilden graag met de ferry van Prince Rupert naar Bella Coola door de Inside Passage maar dat gaat niet door.  De ferry is voor de volgende week volgeboekt en om een hele week te wachten in Prince Rupert hebben we geen zin.
We zijn niet voor niets naar Prince Rupert gereden want de weg er naartoe was prachtig. Onderweg bezoeken we de oude “salmon cannery” in Port Edward. Van 1889 tot 1989 legden de boten met zalm hier aan, de zalm werd schoongemaakt en direct ingeblikt. Honderden mensen, van allerlei nationaliteiten, werkten hier het hele zomerseizoen. De kleine houten huisjes op palen en de fabriek, aan het water,  zijn goed bewaard gebleven.  Port Edward is zeker een bezoekje waard.


We rijden rustig aan zuidwaarts en passeren het Via Panam team in Burns Lake. Op de kleine gratis camping, aan het meer brengen we een gezellige avond met hen door.  De volgende morgen loopt het Via Panam team verder en wij rijden de ferry op, die ons naar de andere kant van het meer brengt.  Hier zijn geen toeristen, hier en daar staat een boerderijtje op de groene heuvels en de enige bewoners, die we zien, zijn Mennonieten. Wij vinden een schitterend kampeerplekje aan Ootsa Lake, ook hier zijn we helemaal alleen, het is hier doodstil en het enige licht dat hier brandt, is van ons kampvuur.

Terug in de bewoonde wereld pikken we weer aan bij het Via Panam team en volgen hen over een gravelweg, waar we regelmatig zwarte beren zien, tot in Quesnel.  Op een kleine camping aan het meer, kook ik een traditioneel afscheidsdiner voor onze kinderen en An en Stiaan.  Voor we ’s morgens vertrekken laat ons Liesbeth haar verborgen talent zien en knipt, vakkundig, de Jos zijn haar in een vlotte coupe. Het is nu echt tijd om afscheid  van hen te nemen en dat is niet gemakkelijk maar hopelijk zien we mekaar, deze winter, in goede gezondheid en topfit terug.


We besluiten van de weg af te rijden en de gravelwegen op te zoeken, dat blijkt een goed idee te zijn want we zien al direct zwarte beren en zelfs grizzly’s. We komen bij de Fraser River Canyon in een landschap terecht dat we hier niet echt verwacht hadden. Het is hier veel droger, niet zo groen en het lijkt wel of we terug in Zuid-Amerika zitten, inclusief de slechte gravelweg met veel wasbord.  Deze wegen zijn eigenlijk “forest roads” en worden vooral gebruikt door grote trucks, volgeladen met boomstammen. Als we op een kruising staan te gokken welke kant we uit moeten, stopt er een trucker en hij zet ons terug op het goede spoor. Hij verwittigd via zijn CB alle andere truckers die op deze weg rijden, het volgende uur komen we dan ook alleen maar truckers tegen die wuiven en met hun lichten knipperen, geweldig is dat. Tegen de avond vinden we weer een overnachtingsplekje aan een meertje. In British Columbia zijn er veel Recreation Sites, dat zijn kleine, gratis kampeerplaatsen zonder voorzieningen. Er staat meestal een tafel en een stookring met voldoende hout en als je het niet erg vindt om ver van de bewoonde wereld, midden in een bos of aan een meertje, te zitten dan zijn dit de perfecte kampeerplekjes. British Columbia is een paradijs voor de wildkampeerder en het is perfect mogelijk om hier maanden rond te rijden zonder één keer  te betalen  voor een kampeerplekje.


Voor we terug de USA binnen gaan, komen we in het plaatsje Hope en hier ontdekken we, bij toeval, dat de film van Rambo “First Blood” hier volledig opgenomen is. We bezoeken de Othello tunnels, oude spoorwegtunnels  in een kloof, het is ronduit schitterend en echt een aanrader voor iedereen die British Columbia wil bezoeken. Het is natuurlijk meegenomen dat Rambo hier van de kliffen, in de rivier gesprongen is en met zijn motor door de straten gescheurd heeft,  het benzinestation is natuurlijk verdwenen, dat  is door John Rambo opgeblazen.


Morgen gaan we de grens over maar we komen zeker terug naar Beautiful British Columbia hoewel een local ons waarschuwde : “ als je terug komt, zit het gevaar erin dat je nooit meer weg wilt, je zou de eerste niet zijn……”