woensdag 31 oktober 2018
AMSTERDAM - MEXICO CITY - OAXACA
Als we 's morgens, gepakt en gezakt, zitten te ontbijten, krijgen we een telefoontje van de Nederlandse Spoorwegen met de mededeling : " de trein die U geboekt hebt, Brecht - Schiphol, rijdt niet." Ze gaven geen verdere uitleg en konden ons ook geen assistentie garanderen als we een vroegere trein namen dus dat was het wat betreft de treinreis.
Gelukkig zit Weking, die toch al geen vertrouwen in de trein had, klaar om ons naar Schiphol te brengen.
Onze vlucht van Amsterdam naar Mexico City (11.5 u) gaat, zoals altijd met KLM, heel vlotjes en ons hotel in Mexico City is dik in orde, de aangepaste kamer is ook echt aangepast wat een hele opluchting is. We blijven 2 dagen in Mexico City om wat uit te rusten voor we verder vliegen naar Oaxaca waar we echt aan onze reis gaan beginnen.
Na een paar dagen de toerist uitgehangen te hebben in Mexico City, vliegen we verder naar Oaxaca. Als we landen, zie ik direct dat we met een trap het vliegtuig moeten verlaten en trappen en rolstoelen dat heeft nooit goed gewerkt. De Jos wordt door 2 kleine Mexicaantjes de trap afgedragen, die mannen hebben gezweet maar ze hebben dat perfect gedaan.
De Josmobiel staat netjes onder het afdak maar hij is langs alle kanten ingeparkeerd, zodat Jos onmogelijk in de auto kan geraken. Als ik probeer de auto te starten geeft hij geen teken van leven, de batterijen zijn volledig dood.
We zoeken ergens een stopcontact en beginnen direct met het laden want Jos zou vanavond toch wel graag in zijn auto slapen. Na een aantal uren laden en verschillende startpogingen brengt de Josmobiel het niet verder dan wat armzalig gekreun. Omdat we van de luchthaven direct naar de camping gereden zijn, hebben we totaal geen eten of drinken in huis en we zijn helemaal alleen op de camping, dat ziet er veelbelovend uit.
Juist als ik besluit om naar de grote weg te wandelen en per taxi te gaan winkelen, komt er een grote pick-up truck opgereden. De man van Colorado zet zijn truck achter de Josmobiel en sleurt hem uit de loods, starten doet hij nog niet maar Jos kan in zijn auto en dat is al een hele stap voorwaarts.
We lenen een grote bidon water van onze redder in nood, pakken onze valiezen uit en kruipen in ons bed. Morgen wordt het weer licht en zien we wel verder wat er gebeurd.
De volgende morgen start de Josmobiel zonder problemen, we zetten onze zonnebrillen op en crossen direct naar de supermercado om voorraad in te slagen. Naderhand rijden we nog een uurtje rond in Oaxaca, gaan langs bij Mercedes om onze afspraak te bevestigen en de Josmo doet wat hij moet doen, gewoon rijden.
We kunnen nu echt beginnen te genieten van de Mexicaanse zon en het Mexicaanse leven. We blijven zeker nog een weekje in Oaxaca om de Dia de los Muertos te vieren, de dodenherdenkingen, mee te vieren. We gaan meevieren met de Mexicanen met hun grootste feest van het jaar en we zullen waarschijnlijk een hoop foto's maken voor het volgende verhaal.
woensdag 14 maart 2018
MEXICO-CITY - AMSTERDAM
We zijn al een paar dagen flink aan het rommelen in de Josmobiel, alle kasten worden schoongemaakt en nagekeken en hier en daar wordt wat gerepareerd. Het valt niet mee om door te werken want het is stralend weer en er is veel afleiding op de camping. Er staan Fransen, Brazilianen, Canadezen en een Amerikaan en het is echt een gezellige boel hier, er worden verschillende talen door mekaar gesproken en alle reisroutes, wegen, mooie plekjes enz..worden bij een goei glas wijn besproken.
Alles is geregeld voor de terugkeer naar België, de vlucht van Oaxaca naar Mexico City, het hotel in Mexico City, de vlucht van Mexico City naar Amsterdam en de Thalys van Schiphol naar Antwerpen. Het is toch altijd weer een heel geregel maar inmiddels zijn we daar al heel ervaren in.
Uiteindelijk is het zover, de Josmobiel is helemaal klaar en we zetten hem in de loods waar we hem, hopelijk, de volgende herfst terug oppikken. De Mexicaan die ons naar de luchthaven van Oaxaca zal brengen is, buiten alle verwachting, netjes op tijd en dat blijkt achteraf gezien maar goed ook. De Natives uit de omliggende Pueblo's hebben nog maar eens besloten om verschillende wegen in Oaxaca te blokkeren maar onze Mexicaanse vriend kent de weg hier. Hij rijdt wat blokjes rond maar daar is iedereen natuurlijk mee bezig dus het schiet niet echt op. Als we een straat gevonden hebben waar we door kunnen, hebben die vlak voor onze neus ook weer geblokkeerd dus we zoeken verder. De taxichauffeur rijdt door wat zandwegen, hier en daar bij mensen over hun grond, hij rijdt door het rood, maakt gauw een rijvak bij maar....we geraken op tijd aan de luchthaven. Ik heb trouwens van hem begrepen dat je voor rood licht niet altijd moet stoppen, dat gooit volgens hem heel de boel in de war, het is gewoon een suggestie dat je een beetje op moet passen. We nemen afscheid van onze Mexicaanse vriend en beloven hem te bellen als we terug in Oaxaca komen.
De vlucht naar Mexico City gaat heel vlotjes en voor we goed en wel zitten, zetten ze de landing al weer in. In de luchthaven van Mexico City hebben we direct onze koffers en 20 minuten na de landing zitten we in een taxi naar het hotel.
We hebben een aangepaste kamer geboekt maar we nemen dit gewoonlijk met een korrel zout en maken ons daar niet echt heel druk over maar het moet wel gaan natuurlijk. Ze blijken maar één aangepaste kamer te hebben in het hotel en die is bezet, alhoewel ik van hen een bevestiging gekregen heb. De grotere kamer die ze ons aanbieden is prachtig, Jos kan met wat moeite in het bad maar hij kan niet in het toilet. De enige oplossing is, op de 5de verdieping, bij het restaurant, het toilet gebruiken en wij zitten zelf op de 4de verdieping. Jos heeft daar geen enkel probleem mee en doet er niet moeilijk over maar ik ben toch eens een hartig woordje gaan spreken met de manager van het hotel. Het hotel is perfect gelegen, in hartje Mexico City en daarom blijven we gewoon hier mits wat korting en extra voordeeltjes.
Het historisch gedeelte van Mexico City is mooi en kleurrijk maar het mist de gezelligheid van de kleinere steden zoals Oaxaca. We wandelen door het centrum en genieten nog wat van het stralende weer want er staat ons iets heel anders te wachten in België heb ik gehoord.
We zitten nu op de luchthaven van Mexico City te wachten op onze vlucht naar Amsterdam dus het zit erop voor deze trip.
We hebben ongelooflijk genoten van Mexico, het is een prachtig land, met uitgestrekte stranden met palmbomen, bergen, kristalblauwe rivieren, jungle en een rijke cultuur maar de keerzijde is natuurlijk dat het er verkeer chaotisch is, er veel vuil en rommel langs de wegen ligt, ze nooit op tijd op hun afspraken zijn en je heel veel geduld moet hebben in de winkels. Maar het allerbeste van Mexico zijn de Mexicanen, het is een warm, hartelijk volk en ze hebben het echt niet altijd gemakkelijk, ze moeten vechten voor elke Peso maar het zijn survivors en ze zijn enorm creatief en heel snel tevreden. Mexicanen verstaan de kunst om altijd een glimlach op je gezicht te toveren en je wordt vanzelf vrolijk als je met hen praat, naar hun muziek luistert of ze gewoon bezig ziet en we hopen dan ook volgende winter hier terug te zijn.
We willen iedereen die ons gevolgd heeft of berichtjes gestuurd heeft, van harte bedanken, het is altijd plezant om iets van familie, vrienden, kennissen of buren enz....te horen. Bedankt allemaal en tot op de Nieuwmoer
zaterdag 3 maart 2018
CASCADA TAMUL en de GOLF VAN MEXICO
Op weg naar het Noorden omzeilen we heel bewust Mexico City, de grootste stad van de wereld. We gaan Mexico City zeker nog bezoeken maar niet met de auto, we willen absoluut niet met de Josmobiel in die heksenketel terecht komen.
Een eind boven Mexico City, in Ixmuilquipin, ontdekken we eigenlijk per toeval een prachtig plekje aan een rivier. Het ligt heel afgelegen, af en toe passeren er een paar kano's maar voor de rest zien we 2 dagen geen levende ziel. Omdat we hier alleen zijn, kan ik wasdraad spannen waar ik wil en begin ik aan de was. Het is een heel karwei om alles met de hand te wassen en te spoelen maar het is een aangenaam tijdverdrijf in het zonnetje.
Na een paar dagen en met een kast vol propere was, rijden we verder naar het Noorden langs de Franciskaner Misiones, 4 in totaal. De 4 bijna identieke kerkjes en kloosters liggen in kleine, slaperige bergdorpjes en zien er zoveel kleurrijker uit dan bij ons de dorpskerken.
Op weg naar de Cascada Tamul, ons uiteindelijke doel, stoppen we in Tamasopo om de plaatselijke waterval te bewonderen. De Cascada Tamasopo is mooi maar niet echt spectaculair maar we ontdekken wel een paradijselijk plekje, Haciënda Gomez.
Op het terrein van de haciënda zijn verschillende watervallen en het is, zoals overal in deze regio, heel rustig. We blijven hier 2 dagen genieten van onze privé waterval waar je nog goed kan zwemmen ook en het heeft echt iets, bij een waterval zwemmen.
We delen de waterval en het hele domein met een Argentijns koppel en dat gaat heel vlotjes, we kunnen het heel goed vinden samen. Zoals echte Argentijnen zijn, hebben ze na 10 minuten hun stoelen al naar de Josmobiel verhuisd en omdat ze geen tafel bij hebben, eten ze gewoon aan de onze. Simpel toch.
Na een paar dagen nemen we afscheid van de Argentijnen en rijden naar Cascada Tamul waar we, na veel omwegen, toch nog geraken.
Ik hoop, uit de grond van mijn hart, dat het zal lukken om Jos in de boot te krijgen want dit staat echt op onze bucket list.
Je moet met grote houten roeiboten, tegen de stroom in, de rivier op en iedereen moet flink roeien maar er zit een beloning aan vast....de Tamul waterval.
De Mexicanen maken er, zoals gewoonlijk, weer geen probleem van om Jos mee te nemen en volgens hen gaat dat gemakkelijk alhoewel ze toegeven dat er nog nooit iemand met een rolstoel mee aan boord gegaan is.
Het is een hele onderneming vooraleer Jos in de boot zit, eerst dragen ze hem, langs de steile oever, naar beneden en dan willen ze de rolstoel mee aan boord nemen. De rolstoel is echter te breed en past niet tussen de zitbanken, geen probleem zeggen de Mexicanen dan halen we er gewoon één wiel af. Op dat moment heb ik even moeten ingrijpen en ze duidelijk uit moeten leggen dat Jos niet kan zitten in een rolstoel met één wiel. Als hij op het bankje zit, kan hij niet roeien omdat hij zijn twee handen nodig heeft om zijn evenwicht te bewaren maar omdat Jos gewoon met de rest mee wil roeien, zetten ze hem op de bodem van de boot. Hij zit wel wat in het water maar voor de rest heel comfortabel en hij is dolgelukkig dat hij mee kan.
De tocht over de rivier is ongelooflijk mooi, de kleur van het water is fascinerend, echt azuurblauw en langs de oevers zijn verschillende, kleine watervalletjes.
Voor we de waterval bereiken, moeten we door twee stroomversnellingen. Iedereen, behalve Jos, moet uit de boot want die wordt door twee mannen door de stroomversnellingen getrokken.
Petje af voor die mannen, ze doen een touw om hun middel en trekken de logge, zware boten met Jos en al tegen de stroom in, door de twee stroomversnellingen.
De beloning is groot, als je na 4 km peddelen de majestueuze Tamul waterval ziet die zich 105 m diep in de rivier stort. We hebben vandaag echt alles mee, de zon schijnt in de kloof en dan schittert de waterval, de rotsen zijn witter en het water is blauwer. We genieten van dit prachtige uitzicht en we zijn de Mexicanen heel dankbaar dat ze al die moeite wilden doen om Jos aan boord te krijgen. Super.
De weg terug is zalig, we gaan stroomafwaarts en dobberen rustig over de rivier en hier en daar stoppen we om wat te zwemmen in het kristalheldere water.
Stilaan gaan we terug afzakken, richting Oaxaca maar we hebben nog een paar weken de tijd en omdat het weer aan de Golf van Mexico inmiddels heel goed is, gaan we daar nog wat blijven hangen.
Op weg naar de kust rijden we langs de archeologische site "El Tajin" El Tajin is de belangrijkste en best bewaarde vindplaats in de kuststreek van de Golf van Mexico en werd in 1992, door Unesco, uitgeroepen tot Werelderfgoed. De plek ligt tussen heuvels die bedekt zijn met een dicht, tropisch bladerdak en verdrinkt meestal in de mist. Bijna 50 gebouwen werden gerestaureerd, wat neerkomt op 10% van de totale site.
Ik wandel tussen de ruïnes en ze zijn mooi en indrukwekkend maar ik mis hier echt de sfeer van Yaxchilan en Palenque, misschien heb ik last van een overdosis ruïnes.
Wij komen hier eigenlijk vooral voor "de dans van de Voladores". Wat je te zien krijgt is een oud ritueel van de Totonaken dat nu natuurlijk voor de toeristen wordt uitgevoerd.
De leider van de dans en zijn 4 dansers klimmen naar de top van een 30 meter hoge paal. De leider speelt op een fluit ter ere van de vier windstreken terwijl de Voladores, die met een touw om hun middel vastzitten, zich laten vallen. Met hun hoofd omlaag, vliegen ze in steeds grotere cirkels naar de grond en het is werkelijk een schitterend schouwspel.
Aan de Costa Esmeralda, zijn verschillende, lege campings. We kiezen de allermooiste uit, bij Estrella Polar hebben we voor 10 € per nacht, elektriciteit en water, douches, W.C's, goeie wi-fi, een mooi zwembad en het strand aan de Golf van Mexico op 50 meter. We blijven hier, in totaal 8 nachten en tijdens de week zijn we hier praktisch alleen maar in het weekend komen de grote, Mexicaanse families om de hele dag te zwemmen, veel te veel te eten en veel te drinken. Het is grappig om ze bezig te zien en vooral te horen, hele luidruchtige maar vooral warme mensen zijn het. We krijgen dan ook de hele dag, langs alle kanten, eten en drinken aangeboden.
We hebben hier op de camping nog een hele, aangename ontmoeting gehad met een Nederlands stel die in Amerika wonen. We hebben elkaar gevonden ergens in 2010 via een website van Sprinters of zo en in 2012 hebben we elkaar ontmoet in Baltimore/USA. Na al die jaren is het gelukt om mekaar weer eens terug te zien, hier in Mexico en we hebben er echt van genoten en we zijn dan ook zeker dat het niet de laatste keer was dat we mekaar gezien hebben.
Onze tijd in Mexico zit er bijna op, morgen vertrekken we richting Oaxaca waar we de resterende dagen gaan gebruiken om eens grote schoonmaak te houden in de Josmobiel.
Ons volgende verslag zal waarschijnlijk vanuit Mexico City komen waar we, voor we naar Amsterdam vertrekken, een paar dagen tijd nemen om de stad te bezoeken.
zaterdag 17 februari 2018
TERUG NAAR PUERTO ESCONDIDO
We verlaten
de Chiapas en gaan op weg naar de Golf van Mexico. Onderweg wordt de lucht
grijs en het begint te regenen, het is triestig weer en zo voelen we ons ook.
We hebben
niet zo’n best nieuws gekregen vanuit België en dat is moeilijk als je zover
van huis zit, we hebben erover gepraat om vroeger terug naar huis te gaan maar
hebben uiteindelijk toch besloten om tot 14 maart in Mexico te blijven en zo
veel mogelijk contact te houden met het thuisfront.
We komen in
de stad Villa Hermosa die zijn naam echt geen eer aandoet, het is een vuile,
vieze stad en met die regen wordt het er niet beter op. Omdat we vandaag niet
tot aan de Golf van Mexico geraken, stoppen we bij een Pemex (tankstation) om
te overnachten. Het is de regel dat als
je bij Pemex tankt, je er kan overnachten. We vullen de dieseltank, geven de
pompbediende en de nachtwaker een fooi en parkeren ons op een rustig plekje. In
de gietende regen ga ik naar het kantoortje en de bediende daar zegt dat we 150
peso moeten betalen gewoon om te parkeren. Ik sta in de gietende regen, ik ben
moe, ik maak me zorgen om wat er thuis gebeurt en dat heeft het meisje in het
Pemex kantoor geweten. Ik ben razend kwaad en begin in, naar mijn gevoel,
vloeiend Spaans, te schelden. Het resultaat is dat ze zich verontschuldigt en
dat we gratis mogen overnachten.
De volgende
dag rijden we verder naar Vera Cruz waar we een prachtige camping vinden aan
het strand maar het weer blijft grijs en kil en zo ziet het water van de Golf
er dan ook uit. Als we de volgende morgen wakker worden, regent het nog steeds
en de Jos zegt : “ik ben weg hier, ik rij terug naar de andere kant.” Hij start
de auto en rijdt in één ruk dwars door de Istmus, het smalste gedeelte van
Mexico, richting Puerto Escondido.
Onderweg
hebben we nog een wegblokkade, we zien de auto’s al van ver staan maar waar de
blokkade eigenlijk om draait zijn we niet te weten gekomen. Na een uurtje wordt
er gezegd dat iedereen die 200 peso wil betalen door mag rijden en dat gaan we
zeker doen. We beginnen, samen met een hoop anderen, langs de file te rijden
naar de blokkade toe maar aan de andere kant beginnen ze ook te rijden en daar
tussenin rijden nog wat taxi’s om gestrande reizigers op te pikken. Het is een
totale chaos, er wordt getoeterd, gevloekt, geroepen en getierd maar de boel
zit potvast en daar staan we weer. Na
nog eens een dik uur hebben ze begrepen dat het eenvoudiger is om beurtelings
te rijden, we betalen 200 peso en wensen de mensen veel succes met wat ze ook
aan het doen zijn en rijden verder.
Voor we naar
Puerto Escondido gaan, wil Jos nog even gaan kijken in Puerto Angel maar omdat
daar niets is om te overnachten rijden we langs Zipolite Beach naar een
camping. Als we op de camping komen, zien we het direct…..er staat een prachtig
Overlander voertuig, een Iveco 4x4 met Roemeense nummerplaten. Vorig jaar in
april of mei reden we in de regio Tilburg over de autostrade en we zagen in de
verte….een prachtig Overlander voertuig, een Iveco 4x4 met Roemeense
nummerplaten. We haalden hem in, lieten hem weer voorbij rijden en haalden hem
nog eens in om hem van alle kanten te bekijken en vriendelijk naar de
bestuurder te wuiven. We waren er toen absoluut zeker van dat hij op weg was
naar de haven van Antwerpen om in te schepen naar wie weet waar en we hoopten
hem ooit eens ergens tegen te komen maar die kans is klein. Dit is echt
ongelooflijk dat we hen hier per toeval treffen, hij heeft zijn auto in Tilburg
gekocht en was toen inderdaad op weg naar de haven van Antwerpen om in te
schepen naar Halifax/Canada. Deze warme, hartelijke ontmoeting met het Braziliaans/Roemeens koppel heeft ons echt goed gedaan, we hebben genoten van hun jeugdig enthousiasme en hopen dat ze al hun dromen kunnen waarmaken en wie weet staat er op een dag een Iveco 4x4 met Roemeense nummerplaten bij ons op de oprit.
Puerto
Escondido is een beetje thuiskomen, we kennen de kleine camping, we kennen de
familie die er woont en we worden als oude vrienden ontvangen. Puerto Escondido
heeft alles wat we nodig hebben, het is er warm, we zitten vlakbij het strand,
er zijn restaurantjes en winkeltjes en Jos kan met zijn bike over de boulevard
fietsen. Op de kleine camping is er volop schaduw van de palmbomen en daarom
besluiten we om hier 2 weken te blijven en eens goed uit te rusten, we zijn een
beetje reismoe en hier is het gemakkelijker om het thuisfront te bereiken.
Het is zalig
op de kleine camping, er staan een aantal Canadezen waarvan er één nog redelijk
goed Nederlands spreekt. De andere Canadezen zijn van Quebec en spreken een
soort onverstaanbaar Frans, het Quebecois. Het zijn supervriendelijke mensen en
na één week slaag ik er in om hen te verstaan wat volgens Jos onmogelijk is.
Hij verstaat er nog altijd geen woord van en verdenkt mij er van te doen alsof
en op goed geluk ja of nee te zeggen. Alhoewel we ons hier geen seconde
vervelen, gaan we na 2 weken rust toch afscheid nemen van Puerto Escondido.
Felipe, de eigenaar, pinkt een traantje weg als we vertrekken en we beloven om
volgend jaar zeker terug te komen.
We willen
stilaan alles geregeld hebben i.v.m de storage voor de Josmobiel en denken er
aan om stilaan richting Mexico City te gaan rijden. Vanuit Puerto Escondido rijden we voor de 2de
keer de bergen over en het is donker als we in Oaxaca aankomen. Omdat het een
zware rit was door de bergen en Jos geen zin heeft om vandaag te rijden,
blijven we een dagje in Oaxaca rondhangen. Ik zit wat op het internet te zoeken
en zie ineens dat er op 20 km van Oaxaca een camping, met Canadese eigenaars,
is waar ze storage aanbieden. De volgende morgen rijden we naar de camping,
maken kennis met de eigenaars en bekijken de storage mogelijkheden. De
Josmobiel kan hier overdekt staan wat altijd een voordeel is, je moet de auto
niet helemaal afdekken voor de brandende zon en de hevige regens in de zomer.
We spreken een prijs af en beslissen om onze auto hier te laten i.p.v. in
Mexico City, vooral de covered storage maar ook de prijs hebben de doorslag
gegeven dat onze plannen weer helemaal gewijzigd zijn.
Omdat onze
vlucht naar Amsterdam vanuit Mexico City vertrekt moeten we vanuit Oaxaca naar
daar vliegen . We gaan eens een kijkje nemen op de kleine luchthaven van Oaxaca
en kopen er ineens tickets om naar Mexico City te vliegen.
Alles is
geregeld, op 12 maart vliegen we van Oaxaca, waar we de Josmobiel achterlaten,
naar Mexico City. We blijven een paar dagen in de grootste stad van de wereld
en vliegen op 14 maart vanuit Mexico City naar Amsterdam (15 maart).
Opgelucht dat
alles geregeld is, besluiten we om wat naar het Noorden te rijden en nog 3
weken “den toerist” uit te gaan hangen.
woensdag 24 januari 2018
DE CHIAPAS..... HOOGLAND, JUNGLE en WEGBLOKKADES
We rijden de Chiapas binnen, deze staat is meer dan gelijk welke andere Mexicaanse staat een Indiaanse staat. Deze indianen, afstammelingen van de Maya's en gekleed in hun traditionele kleding, spreken meestal hun eigen taal het Tzotzil, Tzeltal of het T' chol. Als je naar de uithoeken van de Chiapas reist, naar de hooglanden en de jungle, dan merk je direct dat de Indiaanse bevolking tot de armste van het land behoort. Ze kunnen niet terugvallen of gezondheidszorg of pensioenen en hebben weinig of geen toegang tot goed onderwijs.
De Zapatisten, zijn een deels gewapende revolutionair leger en ze vechten voor recht op land, onderdak, gezondheidszorg en werk maar vooral voor de erkenning van de identiteit van de Indianen en hun cultuur en ze zijn op dit moment nog altijd actief.
We rijden naar de Stad Tuxla Guttierez om daar de Canyon del Sumidero te bezoeken en om de canyon echt ten volle te beleven moet je er met een bootje door. Om de bootjes te bereiken moeten we 6 trappen af, over een ander bootje en dan in onze boot wat voor Jos enorme obstakels zijn. Maar dat is buiten de Mexicanen gerekend, met 4 dragen ze hem de trappen af, over de boot tot hij netjes op zijn plaats zit en kan genieten van de boottrip.
Na de prachtige boottrip willen we Tuxla uitrijden maar de rondweg is geblokkeerd door een massa mensen. Blokkades zijn bijna dagelijkse kost in de Chiapas, er broeit hier altijd wel iets en er zijn op verschillende plaatsen kleine opstanden tegen de regering. We rijden gewoon een paar blokken om en gaan op weg naar de volgende stad San Cristobal de las Casas.
San Cristobal de las Casas is een prachtig stadje met een wirwar van smalle straatjes en kleurige huisjes met rode dakpannen. Voor ons is San Cristobal de las Casas echter niet zo simpel, de straatjes zijn echt te steil, de stoepen zijn te hoog en het is er koud, we zitten hier in de bergen.
Na een paar dagen besluiten we verder te rijden naar Palenque maar er sijpelen steeds meer berichten binnen over grote wegblokkades tussen San Cristobal en Palenque. We spreken met een paar mensen die er net vandaan komen en het blijkt er daar redelijk agressief aan toe te gaan aan enkele blokkades.
We willen absoluut geen problemen gaan zoeken en rijden naar het Zuiden, om door de jungle, langs de grens met Guatemala naar Palenque te rijden. Deze omweg is echt geen straf, het landschap wordt steeds tropischer en uiteindelijk rijden we door een dicht oerwoud. In Guaycamayas vinden we een schitterend plekje aan de rivier, bij een lokale familie in hun tuin. Het is met geen pen te beschrijven hoe de jungle klinkt. Van het geluid dat de brulapen maken, krijg je gewoon kippenvel, overal hoor je vogels en soms enge geluiden die je helemaal niet kan thuisbrengen, het is er in ieder geval nooit stil.
Ik praat veel met Magdalena, bij wie we in de tuin staan, ze vertelt me dat de kinderen van het dorp al maanden niet naar school gaan omdat er geen onderwijzeres tot daar komt. De armoede hier in de jungle is schrijnend, de mensen wonen in houten huisjes tussen een paar maïsplanten en met wat kippen en magere kalkoenen.
Toch zegt Magdalena dat ze tevreden is, in haar tuin groeien maïs, bonen, tomaten, sinaasappels, advocado's, mango's en limoenen, ze heeft wat kippen en de rivier zit vol vis. Ze verdient een centje bij met de mensen die in haar tuin kamperen en haar kinderen en kleinkinderen zijn gezond.
Magdalena geeft me daar wel even een lesje in bescheidenheid en dat hebben wij Belgen soms heel hard nodig.
Met heel veel moeite neem ik afscheid van Guaycamayas en van Magdalena, we rijden de jungle verder in op weg naar Yaxchilan. De weg naar Yaxchilan is slecht, soms helemaal weggezakt, diepe putten en dan durven ze daar tussenin nog flink wat drempels te leggen ook.
In Frontera Corrazal, op de grens met Guatemala, parkeren we aan de rivier. De verkopers van bootochten naar de Maya ruïnes van Yaxchilan belegeren je gewoon en omdat het voor Jos echt onmogelijk is om bnaar de ruïnes te gaan, wandel ik langs de verkopers om een bootje te huren. Ik spreek een prijs af en huur een bootje om de volgende morgen de trip naar Yaxchilan te maken, gelukkig komen er een paar Europeanen aan die ook naar daar willen en we besluiten om de boot en de kosten te delen.
De boottocht duurt ongeveer 40 minuten en dan volgt er nog een flinke beklimming vooraleer het magische Yaxchilan tevoorschijn komt. Je komt door het dichte bos plots op een open plek en daar zijn ze dan, de Maya ruïnes van Yaxchilan. Deze ruïnes zijn de meest indrukwekkende ruïnes van heel Mexico en dat is vooral omdat ze in zo'n exotisch decor en op zo'n afgelegen plaats liggen.
Wij hebben twee uren tussen de ruïnes gedwaald en we hebben bijna niet gesproken, als vanzelf ga je hier fluisteren.
Terug aan wel probeer ik Jos uit te leggen hoe mooi het daar was maar dat is echt moeilijk om onder woorden te brengen. De Jos is omringd door de plaatselijke bevolking en ik hoor de kinderen al van verre lachen, ze proberen hem hun taal, het T'Chol te leren. T' Chol wordt nog door 5000 mensen gesproken en is een geschreven taal, de mensen hier spreken het thuis altijd en de kinderen krijgen onderwijs in het Spaans. Deze twee talen hebben totaal niets met elkaar gemeen.
Vanuit Frontera Corrazal rijden we verder naar Palenque, de volgende Maya ruïnes.
In Palenque nemen we de camping die het dichtst bij de ruïnes ligt zodat we er te voet naartoe kunnen wandelen. De camping is al een bezienswaardigheid op zich, om één of andere reden zijn hier een aantal hippies blijven hangen. De vrouwen, met lange grijze vlechten, en de mannen met lange, grijze baarden lopen hier glimlachend rond en het lijkt er op dat voor hen de tijd stil is blijven staan.
De wandeling van 2 km naar de ruïnes van Palenque was zwaar, 2 km steil bergop maar het was de moeite want de Maya ruïnes van Palenque zijn indrukwekkend. Het is er mooi, planten die wij gewoon zijn om als kamerplant te zien, groeien hier overal. We hebben genoten van de Maya ruïnes van Palenque maar voorlopig hebben we genoeg ruïnes gezien en besluiten naar Agua Azul te rijden.
Het azuurblauwe water van de rivier stroomt hier naar beneden, via verschillende watervallen, over lichtgekleurde rotsen en dat allemaal in een echte jungle setting. Agua Azul is ook een geweldige plek om te zwemmen, er zijn verschillende natuurlijke zwemkommen waar de stroming minder is en de temperatuur aangenaeam is. Wat hier echt verschrikkelijk vervelend is, zijn de verkopers. Heel de dag lopen ze aan je hoofd te zeuren om hun rommel te verkopen en al zeg je honderd keer nee, ze blijven komen.
Morgen rijden we de Chiapas uit, het was voor ons een geweldige ervaring. Het is een hele mooi staat, de natuur is er prachtig maar wij vonden het vooral een interessante staat met zijn Indiaanse bevolking en hun cultuur en we hopen er ooit nog eens terug te komen.
donderdag 11 januari 2018
OAXACA
Om Oudjaar te
vieren willen we naar Puerto Escondido, een drukke badplaats waar altijd wel
iets te beleven is. De weg er naartoe is niet echt goed, veel kleine dorpjes
waar je doorheen moet en ontelbare drempels die hun job goed doen, namelijk
alles ophouden.
We draaien af
naar een klein dorpje aan het strand, er staan een hoop kleine restaurantjes en
palapa’s waar je onder kan zitten. We rijden traag langs de kleine
restaurantjes tot er plots een man voor onze auto springt die zegt dat we onze
plek gevonden hebben. We kunnen bij hem overnachten en eten maar het zand,
onder de palapa’s is zo los dat Jos er onmogelijk door kan. Geen probleem zegt
de vriendelijke man, je parkeert voor ons huis en je eet bij ons thuis op het
terras. Opgelost. Het was een hele toffe
avond, wij zaten te eten op hun terras, de vader lag bij ons in zijn hangmat en
de zonen zaten bij ons aan tafel. Allemaal heel relaxed en gezellig en het eten
was heel lekker. Na het eten vroeg de man of we nog iets wilden drinken en toen
we een Margarita bestelden, sprongen de twee zonen op hun brommer. Ze reden
naar een ander restaurant en kwamen 10 minuten later terug met 2 Margarita’s,
op de brommer door een slechte zandweg. Wat een service, dat kan alleen in
Mexico.
In Puerto
Escondido vinden we een kleine camping,
vlakbij het strand en hier gaan we een aantal dagen blijven, Jos haalt zijn
bike uit de koffer want er is hier een mooie boulevard waar hij kan biken. Het
is heel druk in het stadje en op de camping staat het vol tenten, half Mexico
City is hier om Oudjaar te vieren. De camping
wordt uitgebaat door een grote familie, ze wonen met drie generaties op
de camping en ze hebben dan nog familie vanuit het hele land op bezoek. Er
staan ook verschillende Canadezen en zelfs Amerikanen, het is wel grappig dat
de eigenaar van de camping mij altijd komt roepen als de Canadezen of
Amerikanen iets moeten vragen. Die reizen hier rond zonder ook maar één woord
Spaans te spreken en ik zeg niet dat mijn Spaans goed is maar het is toch goed
genoeg om wat met de mensen te babbelen. Het is warm in Puerto Escondido maar de Oceaan
geeft gelukkig wat verkoeling. Het is zalig in het water maar je moet echt
zorgen dat je vaste grond onder je voeten hebt. De zee is hier gevaarlijk, er
zijn sterke tegenstromingen en de golven zijn soms bangelijk hoog.
Oudjaar was
heel gezellig, veel vuurwerk, veel mensen op het strand, veel muziek en de hele
nacht lawaai, alles was aanwezig om het jaar goed af te sluiten en het nieuwe
jaar in te zetten. We blijven nog een paar dagen rondhangen op de camping, we
zien iedereen terug vertrekken uit Puerto Escondido en genieten van de rust op
het bijna lege strand.
Voor we de
bergen intrekken, willen we nog langs Playa Zipolite.
De reputatie
van Playa Zipolite ontstond in de jaren ’70. In die tijd was het strand bevolkt
door hippies en avonturiers die op zoek waren naar vrijheid. Het werd al gauw
één van de eerste stranden waar nudisten hun gang konden gaan. Sindsdien vindt
je in Zipolite mensen van allerlei slag, surfers, hippies, nudisten,
backpackers en gezinnen met kinderen. Op het strand staan huisjes van hout,
bamboe en palmbladeren waar je een tent op kan zetten of in een hangmat kan
slapen. De oude hippies zitten een
beetje verbaasd te kijken naar al die drukte op hun stranden. Wij blijven één
nachtje op Playa Zipolite, we wilden er gewoon eens geweest zijn maar we vonden het allemaal een beetje
overroepen.
We nemen
afscheid van de Stille Oceaan en rijden, door de bergen, naar de stad Oaxaca op
1550 m hoogte.
Oaxaca is een
charmante, koloniale stad met mooie wandelstraten, gezellige Plaza’s, huisjes
met felgekleurde gevels. Achter veel deuren schuilen schitterende patio’s met
fonteinen. Het historisch centrum is door Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed.
Oaxaca heeft
een hoofdzakelijk Indiaanse bevolking, afstammelingen van de Zapoteken, en een
bijzonder rijke handwerkcultuur, elk dorp in de streek heeft zijn eigen
specialiteit. Het is dan ook een drukte van belang op de Plaza, overal staan
kraampjes met spullen en overal waar je kijkt zie je verkopers rondlopen en je
moet minstens 100 keer per dag nee zeggen want ze zien natuurlijk van verre dat
je een toerist bent. Het is een prachtig schouwspel, de vrouwen in hun
traditionele kleding met over hun armen bontgekleurde tapijten, geborduurde
doeken, beschilderd houtwerk enz…Er is hier zoveel kleur in de straten en
zoveel muziek dat je er vanzelf vrolijk van wordt, het zalige weer heeft daar
natuurlijk ook iets mee te maken.
Oaxaca is
zijn Indiaanse wortels altijd trouw gebleven en blijft, ook nu nog, een
broeihaard van verzet tegen de Staat en de Politie. Het is er rustig en vredig
maar het hangt overal vol politieke slogans, er zijn regelmatig wegblokkades en
protesten. Wij zagen wat oude vrouwtjes
op een bank zitten met hun handwerk, heel vriendelijke en lieve mensjes ….tot
de politie voorbij komt, dan beginnen ze met hun vuisten te zwaaien en te
schelden.
Het is wel
triest om te zien hoe jong de meisjes hier moeder worden, hier in de bergen zie
je meisjes van 14 of 15 jaar en zelfs jonger met baby’s. Ik heb op de Plaza zitten praten met één van
de oude vrouwtjes , ze had 16 kinderen op de wereld gezet, nooit een wasmachine
gehad, geen warm water in huis, koken op een houtvuur, alle kleren maakte ze
met de hand maar ze was tevreden met haar leven. Ze wonen meestal met drie
generaties in één huis en zorgen voor elkaar. Dan besef je toch wel hoe verwend
wij zijn met al onze luxe, dat er bij ons veel gezeurd wordt voor niets en dat
er toch weinig echt tevreden mensen zijn.
We blijven in
de bergen en brengen een kort bezoekje aan de ruines van Mitla, het is dat het
op onze weg lag want eigenlijk is het niet de moeite om voor om te rijden. We
rijden verder de bergen in naar Hierve del Agua, het is een behoorlijke klim en
de weg is niet echt geweldig maar het is het dubbel en dik waard.
Het
schitterende Hierva del Agua omvat twee grote waterbekkens en een versteende
waterval, uit de bronnetjes stroomt het water dat de twee natuurlijke
zwemkommen voedt en het water is koud. Wij hebben onze barbecue aangestoken en
we hebben zitten eten, boven op de rots met uitzicht op de bronnen en de waterval.
De volgende morgen ben ik al vroeg naar beneden gegaan, ik was helemaal alleen
bij de bronnen en de zon scheen op de versteende waterval. Ik heb daar een hele
tijd stilletje zitten genieten van de prachtige omgeving.
We zijn nu
onderweg naar de Chiapas, deze staat loopt tot de grens van Guatemala, hier
gaan we de steden in de bergen verkennen en de ruines tegen de grens met
Guatemala.
maandag 25 december 2017
ZALIG KERSTFEEST EN EEN GELUKKIG NIEUWJAAR
Na bijna 3
weken in Guadalajara en nog een hele spannende dag bij Mercedes kunnen we terug
op de baan. De eerste uren zijn we nog
niet echt gerust en zijn we gespitst op elk geluidje dat de Josmobiel maakt
maar dat gaat gelukkig over na een tijdje.
Na 250 km en
ongeveer evenveel drempels houden we het voor bekeken en stoppen bij een kleine
camping in Patzcuaro. Patzcuaro ligt op 2200 m hoogte, het charmante stadje
leeft van zijn markten en het toerisme. Het oude centrum staat vol witte
huisjes met pannendaken, prachtige plaza’s omgeven door zuilengalerijen maar
jammer genoeg ook veel, luid toeterend, verkeer. De Mexicanen zijn meesters in
verkeer in de war te sturen en als alles dan vastzit en niemand meer verder kan
is er nog maar één oplossing : luid toeteren met zijn allen tegelijk. Ik maak
een wandeling door het oude centrum met zijn steile straatjes met kinderkopjes,
terwijl blijft Jos op zijn gemakske in de auto. De steile, hobbelige straten
zijn duidelijk teveel voor hem. Alhoewel de camping aan de rand van Patzcuaro
mooi en rustig is, blijven we er toch maar 2 dagen. Het is hier in de bergen
veel frisser, overdag is dat perfect maar vanaf 5 uur ’s avonds wordt het koud
en moeten we naar binnen. Omdat wij graag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat
buiten zitten, zit er niets anders op dan terug naar de kust te rijden.
Zo gauw je de
bergen over bent en de kust nadert, valt de hitte op je lijf. We verlaten de
weg als we een bordje zien naar : Playa Saladita, vooral bekend bij de surfers.
Langs het strandje staan wat palapa’s waar je wat kan eten en drinken en er
liggen hier en daar wat vissersbootjes. We parkeren ons onder de palmbomen aan
het strand, dit plekje is een klein paradijs. Het weer is zalig en de zee is
perfect om wat lui op de golven te drijven en heel af en toe een beetje te
zwemmen of te bewegen. Na 4 dagen verlaten we het strandje en rijden naar
Zihuatenejo om wat broodnodige boodschappen en misschien een camping.
Zihuatenejo is een drukke kustplaats en zowel de stad als de camping die we
bekijken, vallen ons tegen. De camping zit vol Quebeqois, Franse Canadezen, en
zo gauw zo onze Belgische nummerplaat zien, moeten we Frans spreken. Als we
zeggen dat we Vlamingen zijn, beweren zij dat die niet bestaan dus ik heb het
hier wel gezien, we gaan naar de supermarkt en rijden een beetje verder naar
het Zuiden.
50 km voorbij
Zihuatenejo zien we een kleine camping aan Playa La Barrita. We kunnen parkeren
vlakbij het strand en er is zelfs een verharde plaats om onze tafel en stoelen
op te zetten en waar Jos, zonder moeite, rond kan rijden. Dit wordt ons plekje
voor Kerstmis, mooier en rustiger kunnen we niet zitten en de eigenaars zijn
heel vriendelijk en behulpzaam. We zitten hier aan de Stille Oceaan maar die is
eigenlijk niet zo heel stil hier, je kan gerust in het water maar echt zwemmen
is uitgesloten, de golven zijn hoog en beuken met veel lawaai op het strand
maar het is perfect om wat af te koelen.
We hebben
hier weer maar eens ontdekt, hoe klein de wereld eigenlijk wel is. We zaten te praten met de eigenaars en we vertelden
hen over Liesbeth en Weking en over het Via PanAm project. De man en de vrouw
keken ons heel verbaasd aan en ze zeiden : “ Die kennen wij, ze hebben hier een
nacht geslapen.” Ze liepen naar binnen
en kwamen terug met een postkaart van de Via PanAm waarop stond : bedankt voor jullie gastvrijheid, dit is een
geweldige plek ……Stiaan, An, Liesbeth en Weking.
We waren er
allemaal even stil van want hoe groot is in godsnaam de kans dat je in zo’n groot
land als Mexico op hetzelfde plekje terecht komt. Dit is zo’n ongelooflijk toeval,
er zijn langs de Mexicaanse stranden duizenden plekjes waar je kan parkeren, om
dan op exact dezelfde plaats te komen, dat is heel straf en voor ons wat dit
toch een beetje een Kerstcadeau.
Het was dit
jaar voor ons vooral een hele warme Kerst, overdag loopt de temperatuur op tot
ongeveer 35 graden en ’s nachts gaat het niet onder de 25 graden, dus ons
dekbed hebben we niet nodig. Kerstmis vieren hier is totaal anders dan thuis,
je mist de kerstsfeer en je familie en ik zie me in België ook niet direct in
mijn badpak aan het kerstdiner zitten.
Na de
kerstdagen rijden we nog wat Zuidelijker waar het nog tropischer en warmer
wordt dus waarschijnlijk komt ons volgende verslag vanuit de bergen.
Abonneren op:
Posts (Atom)