woensdag 24 januari 2018
DE CHIAPAS..... HOOGLAND, JUNGLE en WEGBLOKKADES
We rijden de Chiapas binnen, deze staat is meer dan gelijk welke andere Mexicaanse staat een Indiaanse staat. Deze indianen, afstammelingen van de Maya's en gekleed in hun traditionele kleding, spreken meestal hun eigen taal het Tzotzil, Tzeltal of het T' chol. Als je naar de uithoeken van de Chiapas reist, naar de hooglanden en de jungle, dan merk je direct dat de Indiaanse bevolking tot de armste van het land behoort. Ze kunnen niet terugvallen of gezondheidszorg of pensioenen en hebben weinig of geen toegang tot goed onderwijs.
De Zapatisten, zijn een deels gewapende revolutionair leger en ze vechten voor recht op land, onderdak, gezondheidszorg en werk maar vooral voor de erkenning van de identiteit van de Indianen en hun cultuur en ze zijn op dit moment nog altijd actief.
We rijden naar de Stad Tuxla Guttierez om daar de Canyon del Sumidero te bezoeken en om de canyon echt ten volle te beleven moet je er met een bootje door. Om de bootjes te bereiken moeten we 6 trappen af, over een ander bootje en dan in onze boot wat voor Jos enorme obstakels zijn. Maar dat is buiten de Mexicanen gerekend, met 4 dragen ze hem de trappen af, over de boot tot hij netjes op zijn plaats zit en kan genieten van de boottrip.
Na de prachtige boottrip willen we Tuxla uitrijden maar de rondweg is geblokkeerd door een massa mensen. Blokkades zijn bijna dagelijkse kost in de Chiapas, er broeit hier altijd wel iets en er zijn op verschillende plaatsen kleine opstanden tegen de regering. We rijden gewoon een paar blokken om en gaan op weg naar de volgende stad San Cristobal de las Casas.
San Cristobal de las Casas is een prachtig stadje met een wirwar van smalle straatjes en kleurige huisjes met rode dakpannen. Voor ons is San Cristobal de las Casas echter niet zo simpel, de straatjes zijn echt te steil, de stoepen zijn te hoog en het is er koud, we zitten hier in de bergen.
Na een paar dagen besluiten we verder te rijden naar Palenque maar er sijpelen steeds meer berichten binnen over grote wegblokkades tussen San Cristobal en Palenque. We spreken met een paar mensen die er net vandaan komen en het blijkt er daar redelijk agressief aan toe te gaan aan enkele blokkades.
We willen absoluut geen problemen gaan zoeken en rijden naar het Zuiden, om door de jungle, langs de grens met Guatemala naar Palenque te rijden. Deze omweg is echt geen straf, het landschap wordt steeds tropischer en uiteindelijk rijden we door een dicht oerwoud. In Guaycamayas vinden we een schitterend plekje aan de rivier, bij een lokale familie in hun tuin. Het is met geen pen te beschrijven hoe de jungle klinkt. Van het geluid dat de brulapen maken, krijg je gewoon kippenvel, overal hoor je vogels en soms enge geluiden die je helemaal niet kan thuisbrengen, het is er in ieder geval nooit stil.
Ik praat veel met Magdalena, bij wie we in de tuin staan, ze vertelt me dat de kinderen van het dorp al maanden niet naar school gaan omdat er geen onderwijzeres tot daar komt. De armoede hier in de jungle is schrijnend, de mensen wonen in houten huisjes tussen een paar maïsplanten en met wat kippen en magere kalkoenen.
Toch zegt Magdalena dat ze tevreden is, in haar tuin groeien maïs, bonen, tomaten, sinaasappels, advocado's, mango's en limoenen, ze heeft wat kippen en de rivier zit vol vis. Ze verdient een centje bij met de mensen die in haar tuin kamperen en haar kinderen en kleinkinderen zijn gezond.
Magdalena geeft me daar wel even een lesje in bescheidenheid en dat hebben wij Belgen soms heel hard nodig.
Met heel veel moeite neem ik afscheid van Guaycamayas en van Magdalena, we rijden de jungle verder in op weg naar Yaxchilan. De weg naar Yaxchilan is slecht, soms helemaal weggezakt, diepe putten en dan durven ze daar tussenin nog flink wat drempels te leggen ook.
In Frontera Corrazal, op de grens met Guatemala, parkeren we aan de rivier. De verkopers van bootochten naar de Maya ruïnes van Yaxchilan belegeren je gewoon en omdat het voor Jos echt onmogelijk is om bnaar de ruïnes te gaan, wandel ik langs de verkopers om een bootje te huren. Ik spreek een prijs af en huur een bootje om de volgende morgen de trip naar Yaxchilan te maken, gelukkig komen er een paar Europeanen aan die ook naar daar willen en we besluiten om de boot en de kosten te delen.
De boottocht duurt ongeveer 40 minuten en dan volgt er nog een flinke beklimming vooraleer het magische Yaxchilan tevoorschijn komt. Je komt door het dichte bos plots op een open plek en daar zijn ze dan, de Maya ruïnes van Yaxchilan. Deze ruïnes zijn de meest indrukwekkende ruïnes van heel Mexico en dat is vooral omdat ze in zo'n exotisch decor en op zo'n afgelegen plaats liggen.
Wij hebben twee uren tussen de ruïnes gedwaald en we hebben bijna niet gesproken, als vanzelf ga je hier fluisteren.
Terug aan wel probeer ik Jos uit te leggen hoe mooi het daar was maar dat is echt moeilijk om onder woorden te brengen. De Jos is omringd door de plaatselijke bevolking en ik hoor de kinderen al van verre lachen, ze proberen hem hun taal, het T'Chol te leren. T' Chol wordt nog door 5000 mensen gesproken en is een geschreven taal, de mensen hier spreken het thuis altijd en de kinderen krijgen onderwijs in het Spaans. Deze twee talen hebben totaal niets met elkaar gemeen.
Vanuit Frontera Corrazal rijden we verder naar Palenque, de volgende Maya ruïnes.
In Palenque nemen we de camping die het dichtst bij de ruïnes ligt zodat we er te voet naartoe kunnen wandelen. De camping is al een bezienswaardigheid op zich, om één of andere reden zijn hier een aantal hippies blijven hangen. De vrouwen, met lange grijze vlechten, en de mannen met lange, grijze baarden lopen hier glimlachend rond en het lijkt er op dat voor hen de tijd stil is blijven staan.
De wandeling van 2 km naar de ruïnes van Palenque was zwaar, 2 km steil bergop maar het was de moeite want de Maya ruïnes van Palenque zijn indrukwekkend. Het is er mooi, planten die wij gewoon zijn om als kamerplant te zien, groeien hier overal. We hebben genoten van de Maya ruïnes van Palenque maar voorlopig hebben we genoeg ruïnes gezien en besluiten naar Agua Azul te rijden.
Het azuurblauwe water van de rivier stroomt hier naar beneden, via verschillende watervallen, over lichtgekleurde rotsen en dat allemaal in een echte jungle setting. Agua Azul is ook een geweldige plek om te zwemmen, er zijn verschillende natuurlijke zwemkommen waar de stroming minder is en de temperatuur aangenaeam is. Wat hier echt verschrikkelijk vervelend is, zijn de verkopers. Heel de dag lopen ze aan je hoofd te zeuren om hun rommel te verkopen en al zeg je honderd keer nee, ze blijven komen.
Morgen rijden we de Chiapas uit, het was voor ons een geweldige ervaring. Het is een hele mooi staat, de natuur is er prachtig maar wij vonden het vooral een interessante staat met zijn Indiaanse bevolking en hun cultuur en we hopen er ooit nog eens terug te komen.
donderdag 11 januari 2018
OAXACA
Om Oudjaar te
vieren willen we naar Puerto Escondido, een drukke badplaats waar altijd wel
iets te beleven is. De weg er naartoe is niet echt goed, veel kleine dorpjes
waar je doorheen moet en ontelbare drempels die hun job goed doen, namelijk
alles ophouden.
We draaien af
naar een klein dorpje aan het strand, er staan een hoop kleine restaurantjes en
palapa’s waar je onder kan zitten. We rijden traag langs de kleine
restaurantjes tot er plots een man voor onze auto springt die zegt dat we onze
plek gevonden hebben. We kunnen bij hem overnachten en eten maar het zand,
onder de palapa’s is zo los dat Jos er onmogelijk door kan. Geen probleem zegt
de vriendelijke man, je parkeert voor ons huis en je eet bij ons thuis op het
terras. Opgelost. Het was een hele toffe
avond, wij zaten te eten op hun terras, de vader lag bij ons in zijn hangmat en
de zonen zaten bij ons aan tafel. Allemaal heel relaxed en gezellig en het eten
was heel lekker. Na het eten vroeg de man of we nog iets wilden drinken en toen
we een Margarita bestelden, sprongen de twee zonen op hun brommer. Ze reden
naar een ander restaurant en kwamen 10 minuten later terug met 2 Margarita’s,
op de brommer door een slechte zandweg. Wat een service, dat kan alleen in
Mexico.
In Puerto
Escondido vinden we een kleine camping,
vlakbij het strand en hier gaan we een aantal dagen blijven, Jos haalt zijn
bike uit de koffer want er is hier een mooie boulevard waar hij kan biken. Het
is heel druk in het stadje en op de camping staat het vol tenten, half Mexico
City is hier om Oudjaar te vieren. De camping
wordt uitgebaat door een grote familie, ze wonen met drie generaties op
de camping en ze hebben dan nog familie vanuit het hele land op bezoek. Er
staan ook verschillende Canadezen en zelfs Amerikanen, het is wel grappig dat
de eigenaar van de camping mij altijd komt roepen als de Canadezen of
Amerikanen iets moeten vragen. Die reizen hier rond zonder ook maar één woord
Spaans te spreken en ik zeg niet dat mijn Spaans goed is maar het is toch goed
genoeg om wat met de mensen te babbelen. Het is warm in Puerto Escondido maar de Oceaan
geeft gelukkig wat verkoeling. Het is zalig in het water maar je moet echt
zorgen dat je vaste grond onder je voeten hebt. De zee is hier gevaarlijk, er
zijn sterke tegenstromingen en de golven zijn soms bangelijk hoog.
Oudjaar was
heel gezellig, veel vuurwerk, veel mensen op het strand, veel muziek en de hele
nacht lawaai, alles was aanwezig om het jaar goed af te sluiten en het nieuwe
jaar in te zetten. We blijven nog een paar dagen rondhangen op de camping, we
zien iedereen terug vertrekken uit Puerto Escondido en genieten van de rust op
het bijna lege strand.
Voor we de
bergen intrekken, willen we nog langs Playa Zipolite.
De reputatie
van Playa Zipolite ontstond in de jaren ’70. In die tijd was het strand bevolkt
door hippies en avonturiers die op zoek waren naar vrijheid. Het werd al gauw
één van de eerste stranden waar nudisten hun gang konden gaan. Sindsdien vindt
je in Zipolite mensen van allerlei slag, surfers, hippies, nudisten,
backpackers en gezinnen met kinderen. Op het strand staan huisjes van hout,
bamboe en palmbladeren waar je een tent op kan zetten of in een hangmat kan
slapen. De oude hippies zitten een
beetje verbaasd te kijken naar al die drukte op hun stranden. Wij blijven één
nachtje op Playa Zipolite, we wilden er gewoon eens geweest zijn maar we vonden het allemaal een beetje
overroepen.
We nemen
afscheid van de Stille Oceaan en rijden, door de bergen, naar de stad Oaxaca op
1550 m hoogte.
Oaxaca is een
charmante, koloniale stad met mooie wandelstraten, gezellige Plaza’s, huisjes
met felgekleurde gevels. Achter veel deuren schuilen schitterende patio’s met
fonteinen. Het historisch centrum is door Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed.
Oaxaca heeft
een hoofdzakelijk Indiaanse bevolking, afstammelingen van de Zapoteken, en een
bijzonder rijke handwerkcultuur, elk dorp in de streek heeft zijn eigen
specialiteit. Het is dan ook een drukte van belang op de Plaza, overal staan
kraampjes met spullen en overal waar je kijkt zie je verkopers rondlopen en je
moet minstens 100 keer per dag nee zeggen want ze zien natuurlijk van verre dat
je een toerist bent. Het is een prachtig schouwspel, de vrouwen in hun
traditionele kleding met over hun armen bontgekleurde tapijten, geborduurde
doeken, beschilderd houtwerk enz…Er is hier zoveel kleur in de straten en
zoveel muziek dat je er vanzelf vrolijk van wordt, het zalige weer heeft daar
natuurlijk ook iets mee te maken.
Oaxaca is
zijn Indiaanse wortels altijd trouw gebleven en blijft, ook nu nog, een
broeihaard van verzet tegen de Staat en de Politie. Het is er rustig en vredig
maar het hangt overal vol politieke slogans, er zijn regelmatig wegblokkades en
protesten. Wij zagen wat oude vrouwtjes
op een bank zitten met hun handwerk, heel vriendelijke en lieve mensjes ….tot
de politie voorbij komt, dan beginnen ze met hun vuisten te zwaaien en te
schelden.
Het is wel
triest om te zien hoe jong de meisjes hier moeder worden, hier in de bergen zie
je meisjes van 14 of 15 jaar en zelfs jonger met baby’s. Ik heb op de Plaza zitten praten met één van
de oude vrouwtjes , ze had 16 kinderen op de wereld gezet, nooit een wasmachine
gehad, geen warm water in huis, koken op een houtvuur, alle kleren maakte ze
met de hand maar ze was tevreden met haar leven. Ze wonen meestal met drie
generaties in één huis en zorgen voor elkaar. Dan besef je toch wel hoe verwend
wij zijn met al onze luxe, dat er bij ons veel gezeurd wordt voor niets en dat
er toch weinig echt tevreden mensen zijn.
We blijven in
de bergen en brengen een kort bezoekje aan de ruines van Mitla, het is dat het
op onze weg lag want eigenlijk is het niet de moeite om voor om te rijden. We
rijden verder de bergen in naar Hierve del Agua, het is een behoorlijke klim en
de weg is niet echt geweldig maar het is het dubbel en dik waard.
Het
schitterende Hierva del Agua omvat twee grote waterbekkens en een versteende
waterval, uit de bronnetjes stroomt het water dat de twee natuurlijke
zwemkommen voedt en het water is koud. Wij hebben onze barbecue aangestoken en
we hebben zitten eten, boven op de rots met uitzicht op de bronnen en de waterval.
De volgende morgen ben ik al vroeg naar beneden gegaan, ik was helemaal alleen
bij de bronnen en de zon scheen op de versteende waterval. Ik heb daar een hele
tijd stilletje zitten genieten van de prachtige omgeving.
We zijn nu
onderweg naar de Chiapas, deze staat loopt tot de grens van Guatemala, hier
gaan we de steden in de bergen verkennen en de ruines tegen de grens met
Guatemala.
maandag 25 december 2017
ZALIG KERSTFEEST EN EEN GELUKKIG NIEUWJAAR
Na bijna 3
weken in Guadalajara en nog een hele spannende dag bij Mercedes kunnen we terug
op de baan. De eerste uren zijn we nog
niet echt gerust en zijn we gespitst op elk geluidje dat de Josmobiel maakt
maar dat gaat gelukkig over na een tijdje.
Na 250 km en
ongeveer evenveel drempels houden we het voor bekeken en stoppen bij een kleine
camping in Patzcuaro. Patzcuaro ligt op 2200 m hoogte, het charmante stadje
leeft van zijn markten en het toerisme. Het oude centrum staat vol witte
huisjes met pannendaken, prachtige plaza’s omgeven door zuilengalerijen maar
jammer genoeg ook veel, luid toeterend, verkeer. De Mexicanen zijn meesters in
verkeer in de war te sturen en als alles dan vastzit en niemand meer verder kan
is er nog maar één oplossing : luid toeteren met zijn allen tegelijk. Ik maak
een wandeling door het oude centrum met zijn steile straatjes met kinderkopjes,
terwijl blijft Jos op zijn gemakske in de auto. De steile, hobbelige straten
zijn duidelijk teveel voor hem. Alhoewel de camping aan de rand van Patzcuaro
mooi en rustig is, blijven we er toch maar 2 dagen. Het is hier in de bergen
veel frisser, overdag is dat perfect maar vanaf 5 uur ’s avonds wordt het koud
en moeten we naar binnen. Omdat wij graag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat
buiten zitten, zit er niets anders op dan terug naar de kust te rijden.
Zo gauw je de
bergen over bent en de kust nadert, valt de hitte op je lijf. We verlaten de
weg als we een bordje zien naar : Playa Saladita, vooral bekend bij de surfers.
Langs het strandje staan wat palapa’s waar je wat kan eten en drinken en er
liggen hier en daar wat vissersbootjes. We parkeren ons onder de palmbomen aan
het strand, dit plekje is een klein paradijs. Het weer is zalig en de zee is
perfect om wat lui op de golven te drijven en heel af en toe een beetje te
zwemmen of te bewegen. Na 4 dagen verlaten we het strandje en rijden naar
Zihuatenejo om wat broodnodige boodschappen en misschien een camping.
Zihuatenejo is een drukke kustplaats en zowel de stad als de camping die we
bekijken, vallen ons tegen. De camping zit vol Quebeqois, Franse Canadezen, en
zo gauw zo onze Belgische nummerplaat zien, moeten we Frans spreken. Als we
zeggen dat we Vlamingen zijn, beweren zij dat die niet bestaan dus ik heb het
hier wel gezien, we gaan naar de supermarkt en rijden een beetje verder naar
het Zuiden.
50 km voorbij
Zihuatenejo zien we een kleine camping aan Playa La Barrita. We kunnen parkeren
vlakbij het strand en er is zelfs een verharde plaats om onze tafel en stoelen
op te zetten en waar Jos, zonder moeite, rond kan rijden. Dit wordt ons plekje
voor Kerstmis, mooier en rustiger kunnen we niet zitten en de eigenaars zijn
heel vriendelijk en behulpzaam. We zitten hier aan de Stille Oceaan maar die is
eigenlijk niet zo heel stil hier, je kan gerust in het water maar echt zwemmen
is uitgesloten, de golven zijn hoog en beuken met veel lawaai op het strand
maar het is perfect om wat af te koelen.
We hebben
hier weer maar eens ontdekt, hoe klein de wereld eigenlijk wel is. We zaten te praten met de eigenaars en we vertelden
hen over Liesbeth en Weking en over het Via PanAm project. De man en de vrouw
keken ons heel verbaasd aan en ze zeiden : “ Die kennen wij, ze hebben hier een
nacht geslapen.” Ze liepen naar binnen
en kwamen terug met een postkaart van de Via PanAm waarop stond : bedankt voor jullie gastvrijheid, dit is een
geweldige plek ……Stiaan, An, Liesbeth en Weking.
We waren er
allemaal even stil van want hoe groot is in godsnaam de kans dat je in zo’n groot
land als Mexico op hetzelfde plekje terecht komt. Dit is zo’n ongelooflijk toeval,
er zijn langs de Mexicaanse stranden duizenden plekjes waar je kan parkeren, om
dan op exact dezelfde plaats te komen, dat is heel straf en voor ons wat dit
toch een beetje een Kerstcadeau.
Het was dit
jaar voor ons vooral een hele warme Kerst, overdag loopt de temperatuur op tot
ongeveer 35 graden en ’s nachts gaat het niet onder de 25 graden, dus ons
dekbed hebben we niet nodig. Kerstmis vieren hier is totaal anders dan thuis,
je mist de kerstsfeer en je familie en ik zie me in België ook niet direct in
mijn badpak aan het kerstdiner zitten.
Na de
kerstdagen rijden we nog wat Zuidelijker waar het nog tropischer en warmer
wordt dus waarschijnlijk komt ons volgende verslag vanuit de bergen.
zaterdag 9 december 2017
GESTRAND IN GUADALAJARA
De dag na
mijn verjaardag reden we op ons gemak langs de laguna Chapala toen we plots
iets vreemd hoorden aan het linkervoorwiel. Een paar kilometer verder was een
klein dorpje en daar stopten we bij de enige mekanieker van het dorp. De
mekanieker haalde het wiel eraf en iets later lagen alle onderdelen ergens in
het zand, na een tijdje kwamen ze tot de conclusie dat ze het niet konden
repareren omdat ze de onderdelen niet hadden.
De ervaring heeft ons geleerd dat de onderdelen meestal uit Europa
moeten komen en we vroegen dan ook om Mercedes te bellen. Na een hoop
getelefoneer met een grote uitleg en nog grotere gebaren besloten ze om een
takelwagen voor ons te bellen en ons, 80 km terug, naar Guadalajara te brengen.
Na een paar
uurtjes wachten kwam er dan toch een takelwagen. De Josmobiel was eigenlijk
veel te zwaar voor de kleine truck maar volgens die mannen was het no problema
en we werden boven op de wagen getakeld. Toen we daar, hoog en droog, boven op
de takelwagen zaten was het even ons verstand op nul zetten en proberen te
genieten van het uitzicht. Na een 50 km moesten we achterin de auto gaan zitten
met alles dicht want het was eigenlijk verboden om in de auto te blijven zitten
boven op een takelwagen. Ik kan je verzekeren dat we elke drempel en elke put
in de weg gevoeld hebben daar achter in de Josmobiel. In de buitenwijken van
Guadalajara stopte de chauffeur met de mededeling dat de mekanieker, die daar
woonde, ons voort kon helpen en dat hij morgen om onderdelen zou rijden. Omdat
het inmiddels donker was moesten we parkeren langs een hele drukke baan, we
hebben geen rustige nacht gehad en dat lag niet alleen aan het voorbij razende
verkeer maar we voelden ons ook niet echt veilig in de buitenwijken van zo’n
hele grote stad.
’s Morgens
begon de mekanieker direct aan de auto en na wat heen en weer gebel had hij de
onderdelen die volgens hem pasten. Ik ben met een taxichauffeur Guadalajara
ingereden om wat boodschappen te doen, naar de bank te gaan en om nog een paar
onderdelen op te halen. Toen hadden we er nog totaal geen idee van hoe goed we
Guadalajara zouden leren kennen. Half namiddag was de auto klaar en het leek er
echt op dat alles hersteld was en vol goeie moed reden we de autostrade op
terug richting Chapala.
Na ongeveer
20 km werd de auto heel even stuurloos en hoorden we weer iets bij het linker voorwiel
en heel voorzichtig zijn we de pechstrook opgereden. Daar stonden we weer en
deze keer stonden we echt gevaarlijk met al die voorbijrazende Mexicaanse
trucks. Algauw stopte er een vriendelijke Mexicaan en hij beloofde om een
takelwagen onze kant op te sturen en inderdaad een uurtje later kwam er een
takelwagen van de Mexicaanse wegenwacht. De man zag onmiddellijk dat onze auto
te zwaar was voor hem en belde iemand anders op, omdat het donker werd bleef de
takelwagen, met zwaailampen en knipperlichten op, achter ons staan. Het duurde uren voor de andere truck kwam en
om mijn zinnen te verzetten ben ik beginnen koken en hebben we op ons gemakske
in de Josmobiel zitten eten. Om 11 uur kwam de andere takelwagen er eindelijk
aan, toen ging het heel snel en terwijl de chauffeur de Josmobiel, met de Jos
erin, optakelde, zocht ik het adres van Mercedes Guadalajara en konden we
vertrekken.
Het was
aangenaam warm in de truck en juist toen ik dacht dat er nu niets meer mis kon
gaan, stopte de chauffeur gewoon op de rechter rijstrook van de autostrade. Hij
had een afslag gemist en zei : “geen enkel probleem, ik rij gewoon even (2 km)
achteruit.” Zoiets zou totaal ondenkbaar
zijn bij ons maar hij deed het gewoon, wij reden achteruit over de autostrade
terwijl de luid toeterende trucks voorbij raasden. Met opgekrulde tenen en een
hartslag van 150 bereikten we veilig en wel de afslag en om 1 u. ’s nachts
kwamen we aan bij Mercedes.
’s Morgens
begonnen de mekaniekers onmiddellijk aan onze auto en na een uurtje kregen we
het goede nieuws dat ze het konden repareren en tegelijk het slechte nieuws dat
we zeker 2 weken zouden moeten wachten op de onderdelen. Om onze gedachten wat
te verzetten zijn we gaan wandelen en onderweg hebben we besloten waar we die 2
weken gaan verblijven. Dicht bij het centrum van Guadalajara is een 24u.
parking, er is dag en nacht bewaking, er zijn toiletten, er is water en het is
vlak bij alle restaurantjes, terrasjes en op maar 15 min. wandelen van het
historisch centrum. Dit is de perfecte oplossing, wij slapen in de Josmobiel en
betalen maar 6,5 € voor 24 uur en als we het echt beu worden op de parking dan
gaan we gewoon een nachtje op hotel in de binnenstad.
We wandelen
veel door Guadalajara wat een verrassend mooie stad blijkt te zijn, er is
overal wel wat te beleven en het historisch centrum is echt prachtig. Na een
week begin ik al goed mijn weg te weten in Guadalajara, ik weet waar ze het
beste brood hebben, waar de beste mercado is om groenten en fruit te kopen en waar
ik mijn was kan laten doen. We babbelen veel met Raul en Manuel, de bewakers,
en ook de vaste klanten op de parking kennen we allemaal na een week en ons
Spaans wordt alle dagen beter. We leren hier Mexico langs een heel andere kant
kennen dan als je als gewone toerist zou doen, we horen grappige verhalen maar
ook heel schrijnende verhalen en ik heb een huizenhoog respect voor de
hardwerkende, altijd vriendelijke, warme Mexicanen.
Na een dag of
twaalf horen we van Mercedes dat het toch nog een paar dagen langer zal duren
en daarom gaan we op weekend in het hartje Guadalajara. We laten de Josmobiel
achter in de veilige handen van Raul en Manuel en trekken voor 2 nachten in een
hotelletje. Het is zalig om eens een paar dagen op hotel te gaan en je te laten
verwennen en hopelijk zijn de bestelde onderdelen binnen een paar dagen bij Mercedes
en kunnen we verder.
We hebben
Guadalajara noodgedwongen goed leren kennen, voordien waren we met een grote
boog om deze grote stad (ongeveer 1.5 milj. inwoners) omgereden maar het blijkt
een mooie, heel levendige stad te zijn waar we ondanks alles van genoten
hebben. Hopelijk zijn we binnen een paar dagen terug op de baan en komt ons
volgende verslag van ergens op de Mexicaanse stranden.
dinsdag 21 november 2017
MEXICO - PLAYAS en TEQUILLA
De eerste dagen in Mexico zijn toch altijd weer
een beetje wennen. Terug gewoon worden aan de chaos, de drukte, het lawaai, het
getoeter en vooral aan de ontelbare verkeersdrempels, de beruchte topes. In
Mexico rijdt iedereen met de auto, met of zonder rijbewijs en met of zonder
verzekering. Mexicanen zijn op zijn zachts gezegd heel vlotjes in het verkeer
en het enige wat je kan doen is, gewoon meedoen en terwijl heel goed uitkijken.
De eerste week doen we veel kilometers en rijden
over de Cuota, de tolweg. Je moet dit echter niet vergelijken met onze Europese
autostrades of met de Highway in de USA. Soms heb je vier rijstroken en soms
heb je er ineens maar twee en heb je tegenliggers, op de pechstrook staan
regelmatig eetstalletjes en wordt er van alles en nog wat verkocht. Wij hebben
zelfs een dokter spreekuur zien houden op de middenberm van de cuota, hij zat
daar onder een parasol met een mooie, witte jas aan en zijn stethoscoop rond
zijn nek.
Na een paar dagen strand en palmbomen ontdekken we
50 km landinwaarts een echt juweeltje. In het authentieke dorpje Alamos is een
kleine camping, je staat er onder grote bomen en er is een prachtig zwembad. Het
zwembad is gevuld met koud water en dat kun je echt wel gebruiken bij deze
tropische temperaturen. We blijven hier een paar dagen rondhangen en genieten
van het zwembad en van het gezelschap op de kleine camping.
Terug richting kust besluiten we de Cuota te
verlaten en over de Libre (gratis) te gaan rijden. De libre is totaal anders,
hij gaat dwars door kleine dorpjes en door drukke stadjes. Hier proef en ruik
je het echte Mexico, het straatleven met veel drukte en overal muziek, de
kleine winkeltjes (tiendas) en natuurlijk ook de altijd aanwezige
verkeersdrempels. De drempels zijn zo hoog dat je volledig moet stoppen en er
dan heel zachtjes over moet rijden, aan elke drempel staan verkopers van
frisdrank, koekjes, tortillas, nootjes, garnalen en zelfs parkieten in een
kooitje. Als we stoppen om te tanken, staan de pompbedienden uit volle borst
mee te zingen met de radio. Dat zijn wij verloren in Europa, gewoon op straat
keihard staan te zingen of het nu vals is of niet, gewoon zonder schaamte vol
passie zingen. Ik geniet volop van de serenade die ik daar krijg en we rijden
goedgezind weer verder.
Terug aan de stranden nemen we een kleine camping
op het strand. Het is er gezellig met een aantal Zwitsers, een koppel de
vlaktes van Manitoba, Iemand uit Vancouver en mensen uit Wyoming, ze zijn
allemaal de winter ontvlucht en genieten van de Mexicaanse zon. Ik mag de
wasmachine van de eigenares gebruiken en drogen doet het hier ook wel zonder
droogkast.
Iets verder naar het Zuiden zien we een wegwijzer
naar Playa Hermosa. We rijden een hele, slechte zandweg in en komen op een
klein strandje dat zo op een postkaart kan, buiten een Mexicaanse familie zijn
we helemaal alleen en er is maar één woord voor dit strandje : hermosa. We
parkeren onder een grote boom en krijgen al gauw het gezelschap van een
Mexicaan, volgens hem is het hier heel veilig en kunnen we hier met een gerust
hart overnachten wat we dan ook doen. Het
is hier pikdonker en met het geruis van de palmbomen en het geluid van de branding
vallen we direct in slaap.
Naar Mexico gaan zonder het stadje Tequilla te
bezoeken en de Mexicaanse nationale drank te proeven is een doodzonde. Het is
een drukte van belang in Tequilla, alle straten zitten potdicht en je kan er
over de koppen lopen maar met behulp van een vriendelijke politieagent vinden
we een parkeerplaats vlakbij de Plaza. We komen er achter dat het “Dia de la
Revolucion” is, de herdenking van de Mexicaanse revolutie. Overal zijn
optochten van de plaatselijke verenigingen en scholen en het is een heel
luidruchtig en kleurrijk schouwspel. Op de Plaza ruikt het overal naar lekker
eten, de Mamita’s zijn volop in hun potten aan het roeren. We schuiven mee aan
en het is altijd weer spannend wat er op je bord terecht gaat komen, soms valt
het mee en soms valt het tegen maar dat
is ook een deel van het reizen en het ontdekken.
We laten Tequilla achter ons en omzeilen
Guadelajara, de 2de grootste stad van Mexico. Omdat ik verjaar
besluiten we naar Laguna de Chapala te rijden en daar een camping te nemen. De
camping valt wel mee maar we hadden gedacht dat hier wel restaurantjes en
terrasjes zouden zijn maar er is helemaal niets te beleven. ’s Morgens is het
internet goed genoeg om met onze Koen, Liesbeth en Weking en met ons moeder te
bellen en dat is voor mij het allerbelangrijkste. Met een mobilhome ben je
altijd op alles voorzien dus ik tover twee grote biefstukken uit de diepvriezer,
zet de wijn koud en vieren met ons tweetjes, heel rustig mijn verjaardag.
zaterdag 11 november 2017
U.S.A. MEXICO
Na een lange zomer in Belgie is het weer tijd om te vertrekken. Jos verteert de koude hier maar moeilijk dus vliegen we naar het Zuiden, we ruilen de Maatjes in voor de woestijn.
Wij hebben een heel relaxte vlucht van 9 uur naar Minneapolis waar we de USA binnenkomen en waar we 4 uur moeten wachten op onze aansluiting naar Phoenix. Na 3 uurtjes vliegen zijn we in Phoenix waar we heel snel onze koffers hebben en heel vlotjes een taxi vinden naar de Storage. Het gaat nogal gemakkelijk allemaal en dat blijft gewoonlijk niet lang duren.
Als we bij de Storage aanko;en staat de Josmobiel al van verre te blinken maar, zoals Jos al verwacht had, wil hij niet stqrten. 6 maanden stilstaan is niet echt gezond voor een autobatterij. De Jos wordt thuis niet voor niets Mc Gyver genoemd en knutselt iets ineen waarmee hij, via de batterij van de mobilhome, de batterij van de auto kan starten. Het klinkt allemaal veel simpelder dan het op dat moment was maar na veel gevonk, geknetter en gevloek doet de Josmobiel wat hij moet doen, starten. Omdat we inmiddels bijna 24 u wakker zijn, blijven we bij de Storage overnachten.
-s Morgens rijden we naar Reinhards German Autohaus, onze garage in Phoenix. Reinhard plaatst een nieuwe batterij en alle onderdelen die we van thuis meegebracht hebben. De volgende dagen zijn goedgevuld met werken aan de electriciteit van de mobilhome want er zijn hier en daar wat problemen. Jos legt me rustig en duidelijk uit wat ik moet doen zodat de schakelkast niet langer een buitenaards ding is voor mij. Ik plaats, op zijn aanwijzingen, nieuwe zekeringen en vervang hier en daar wat, wij zijn een goed team.
Voor we naar Mexico gaan, willen we eerst de Apache Trail nog eens rijden. De weg is 65 km lang en is voor de helft slecht geasfalteerd en voor de helft gravel. De Apache Trail is een van de mooiste wegen die wij ooit in de USA gedaan hebben. De gravelweg is slecht, veel wasbord, veel putten maar de omringende natuur doet ons al dat geschud en gekraak van de auto vergeten. Okerkleurige rotsen in allerlei vormen, verborgen kloven en ravijnen, azuurblauwe meren en honderden verschillende soorten cactussen maken het plaatje compleet, het enige wat ontbreekt zijn de Apachen.
Bij Apache Lake vinden we een droomplekje, onder de bomen met zicht op het meer en hier gaan we een paar dagen uitrusten. Al gauw krijgen we het gezelschap van een Duits koppel, ze zijn op weg naar Zuid Amerika en kunnen best wat informatie gebruiken van een paar oude rotten in het vak.
Terug in Phoenix doen we wat boodschappen, bellen we met het thuisfront en maken alles in orde om naar Mexico te vertrekken. Onderweg naar de Mexicaanse grens stoppen we bij het Indianenreservaat van Xavier Del Bac, we rijden hier speciaal naartoe om fry bread te kopen. De Indianen gooien een bolletje deeg in kokend vet en dan krijg je een soort opgeblazen, krokante pannekoek. Het is in ieder geval grellig lekker. In Nogales, de laatste plaats voor de grens, stoppen we om te overnachten en nog eens goedkoop te tanken. Omdat de politiecontroles in Nogales zo opgedreven zijn, mag je nergens meer vrij overnachten en gaan we noodgedwongen naar een trailerpark.
De volgende morgen staan we al goed op tijd bij de Mexicaanse grens waar we heel vriendelijk ontvangen worden door de Mexicaanse douanes. Ze leggen alles duidelijk uit, kijken eens vluchtig in onze auto en wensen ons een heel goede reis door Mexico. 20 km over de grens zijn de kantoren om onze auto in te voeren en ook daar verloopt alles heel soepel. Ik ga alleen naar de kantoren voor de formaliteiten en als ik zeg dat mijn man in een rolstoel zit, gaan de douanes gewoon met mij terug naar de auto en daar wordt alles ter plaatse geregeld.
Mexicanen zijn gewoon een heel vriendelijk en warmn volk, wij voelen ons hier echt op ons gemak. Na een aantal uren rijden en ontelbare verkeersdrempels stoppen we bij een kleine camping voor onze 1ste nacht in Mexico. Het volgende verslag zal er waarschijnlijk een zijn vanop een Mexicaans strand van onder de palmbomen.
Wij hebben een heel relaxte vlucht van 9 uur naar Minneapolis waar we de USA binnenkomen en waar we 4 uur moeten wachten op onze aansluiting naar Phoenix. Na 3 uurtjes vliegen zijn we in Phoenix waar we heel snel onze koffers hebben en heel vlotjes een taxi vinden naar de Storage. Het gaat nogal gemakkelijk allemaal en dat blijft gewoonlijk niet lang duren.
Als we bij de Storage aanko;en staat de Josmobiel al van verre te blinken maar, zoals Jos al verwacht had, wil hij niet stqrten. 6 maanden stilstaan is niet echt gezond voor een autobatterij. De Jos wordt thuis niet voor niets Mc Gyver genoemd en knutselt iets ineen waarmee hij, via de batterij van de mobilhome, de batterij van de auto kan starten. Het klinkt allemaal veel simpelder dan het op dat moment was maar na veel gevonk, geknetter en gevloek doet de Josmobiel wat hij moet doen, starten. Omdat we inmiddels bijna 24 u wakker zijn, blijven we bij de Storage overnachten.
-s Morgens rijden we naar Reinhards German Autohaus, onze garage in Phoenix. Reinhard plaatst een nieuwe batterij en alle onderdelen die we van thuis meegebracht hebben. De volgende dagen zijn goedgevuld met werken aan de electriciteit van de mobilhome want er zijn hier en daar wat problemen. Jos legt me rustig en duidelijk uit wat ik moet doen zodat de schakelkast niet langer een buitenaards ding is voor mij. Ik plaats, op zijn aanwijzingen, nieuwe zekeringen en vervang hier en daar wat, wij zijn een goed team.
Voor we naar Mexico gaan, willen we eerst de Apache Trail nog eens rijden. De weg is 65 km lang en is voor de helft slecht geasfalteerd en voor de helft gravel. De Apache Trail is een van de mooiste wegen die wij ooit in de USA gedaan hebben. De gravelweg is slecht, veel wasbord, veel putten maar de omringende natuur doet ons al dat geschud en gekraak van de auto vergeten. Okerkleurige rotsen in allerlei vormen, verborgen kloven en ravijnen, azuurblauwe meren en honderden verschillende soorten cactussen maken het plaatje compleet, het enige wat ontbreekt zijn de Apachen.
Bij Apache Lake vinden we een droomplekje, onder de bomen met zicht op het meer en hier gaan we een paar dagen uitrusten. Al gauw krijgen we het gezelschap van een Duits koppel, ze zijn op weg naar Zuid Amerika en kunnen best wat informatie gebruiken van een paar oude rotten in het vak.
Terug in Phoenix doen we wat boodschappen, bellen we met het thuisfront en maken alles in orde om naar Mexico te vertrekken. Onderweg naar de Mexicaanse grens stoppen we bij het Indianenreservaat van Xavier Del Bac, we rijden hier speciaal naartoe om fry bread te kopen. De Indianen gooien een bolletje deeg in kokend vet en dan krijg je een soort opgeblazen, krokante pannekoek. Het is in ieder geval grellig lekker. In Nogales, de laatste plaats voor de grens, stoppen we om te overnachten en nog eens goedkoop te tanken. Omdat de politiecontroles in Nogales zo opgedreven zijn, mag je nergens meer vrij overnachten en gaan we noodgedwongen naar een trailerpark.
De volgende morgen staan we al goed op tijd bij de Mexicaanse grens waar we heel vriendelijk ontvangen worden door de Mexicaanse douanes. Ze leggen alles duidelijk uit, kijken eens vluchtig in onze auto en wensen ons een heel goede reis door Mexico. 20 km over de grens zijn de kantoren om onze auto in te voeren en ook daar verloopt alles heel soepel. Ik ga alleen naar de kantoren voor de formaliteiten en als ik zeg dat mijn man in een rolstoel zit, gaan de douanes gewoon met mij terug naar de auto en daar wordt alles ter plaatse geregeld.
Mexicanen zijn gewoon een heel vriendelijk en warmn volk, wij voelen ons hier echt op ons gemak. Na een aantal uren rijden en ontelbare verkeersdrempels stoppen we bij een kleine camping voor onze 1ste nacht in Mexico. Het volgende verslag zal er waarschijnlijk een zijn vanop een Mexicaans strand van onder de palmbomen.
dinsdag 14 maart 2017
ZUID-ARIZONA
ZUID ARIZONA
Wij starten onze zoektocht naar storage voor de Josmobiel en
algauw blijkt dat wij echt niet de enigen zijn die storage aan het zoeken zijn.
We stoppen bij de eerste storage die we zien en daar is geen enkel plekje vrij
maar die geven je dan weer een paar andere adressen. Zo rijden we van het ene
bedrijf naar het andere en uiteindelijk na 11 keren “sorry we are full” is er
eindelijk een plekje vrij voor de Josmobiel.
Het is een hele opluchting dat we een veilig plekje gevonden hebben voor
de auto en nu resten ons nog twee weken in Arizona.
We hebben alletwee het gevoel dat we veel te vroeg
vertrokken zijn uit Mexico en kunnen hier in het zuiden van Arizona onze draai
niet goed vinden. Het verschil is te groot, van de vriendelijke, open Mexicanen
ineens naar de stugge mensen in Phoenix, hier wonen niet bepaald de meest
vriendelijke Amerikanen. Ik krijg het ook serieus op mijn heupen van de
waanideeën die ze hier hebben over Mexico, als ze horen dat we de winter
doorgebracht hebben in Baja en volgende winter naar Mexico willen gaan dan
schudden ze verbaasd hun hoofd……………..zo gevaarlijk daar in Mexico. Ze zitten hier in het zuiden van Arizona met
duizenden bejaarden te overwinteren , allemaal met hun wapens bij en dan maar
verhalen verzinnen over shooting incidents aan de andere kant van de grens. Het
is op die enorme campings met overwinteraars gevaarlijker dan gelijk waar want
elke bejaarde heeft minstens één geweer bij en volgens mij zijn daar ook wel
eens shooting incidents.
We laten Phoenix en de overwinteraars achter ons en rijden
een beetje verder naar het zuiden. Aan
het kerkje van Mission Xavier del Bac stoppen we om Indian Fry bread te kopen.
Op het plein voor de prachtige kerk verkopen de Indianen, uit het reservaat,
Fry bread. Het brood wordt in kokende
olie gebakken, het is vet en waarschijnlijk niet echt gezonde voeding maar wel
crimineel lekker. Tegen de avond vinden we een kampplaats op BLM land en dat is
bijna altijd gratis. We staan in de heuvelachtige prairie, er zijn hier totaal
geen voorzieningen en ’s nachts hoor je de coyotes, vlakbij de auto, huilen. Een beetje verder naar het zuiden vinden we
per toeval een wondermooi plekje, de kleine camping ligt verscholen tussen de
bomen en is omringd door hoge rotsen. De
kleine camping doet zijn naam, Sunny Flats, eer aan want de zon schijnt volop
en we besluiten hier drie dagen te blijven. We kunnen hier lange wandelingen
maken en het plekje is vooral bekend bij vogelliefhebbers, dus Jos kan zijn
hart ophalen.
We laten Sunny Flats achter ons en rijden over de bergen
naar Chiricahua National Monument, het is een mooie rit over een smalle, steile
gravelweg. Het is stil hierboven in de bergen, we zien een paar groepen herten
en iets later zelfs een lynx. Het Chiricahua National Monument is een klein
Nationaal Park, dit was vroeger het territorium van de Apache indianen. Ze
waren hier heer en meester, hun kuddes graasden hier op de vlaktes en ze jaagden
in de smalle kloven van dit prachtige natuurgebied. Als we hier rondrijden zie
ik de Apachen bijna voor mijn ogen, ik zie ze zich schuilhouden tussen de rotsen
en in de kloven op de vlucht voor de blanken.
De blanken hebben hier alle land van de Apachen afgepakt en ze hebben
hen in reservaten gestopt in Oklahoma en in New-Mexico, verschrikkelijk. Ik besluit een korte wandeling te maken naar
één van de uitzichtpunten en spreek met de Jos af dat ik maar een half uur weg
blijf. Ik vertrek, stom genoeg, zonder water of hoofddeksel naar het
uitzichtpunt en daar heb ik waarschijnlijk een verkeerde weg genomen. Ik blijf
maar lopen, zie nergens wegwijzers meer en ik krijg een verschrikkelijke dorst
en na 2.5 u, in de brandende zon, kom ik eindelijk terug op de parking bij een
dodelijk, ongeruste Jos aan. Mijn lippen
staan vol koortsblaren en ik ben misselijk en heb hoofdpijn, ik zal voortaan
wel water meenemen en misschien ook een kaart.
We blijven nog een paar dagen in Phoenix en rijden de
bekende Apache trail, over de bergen en dan wordt het stilaan tijd om in te
pakken. We gaan langs een garage voor de nodige oliewissels, we kopen nog gauw wat zomerkleding voor deze
zomer in België en geven onze was af bij de wasserij. We zitten nu in de
luchthaven van Phoenix, van hieruit vliegen we naar Atlanta/Georgia en daarna
verder naar Amsterdam. We hebben een
geweldige winter gehad in Baja California en onze volgende winter willen we ook
weer in Mexico doorbrengen. De laatste
weken in Arizona viel er nog van alles te regelen maar we hebben toch nog een
paar mooie stukjes natuur gevonden.
Het zal weer aanpassen zijn in België, terug in een huis
wonen, minder zon en veel meer mensen maar het zal heel goed doen om onze
familie en vrienden weer terug te zien.
Tot de volgende reis.
Abonneren op:
Posts (Atom)