zaterdag 17 februari 2018

TERUG NAAR PUERTO ESCONDIDO


We verlaten de Chiapas en gaan op weg naar de Golf van Mexico. Onderweg wordt de lucht grijs en het begint te regenen, het is triestig weer en zo voelen we ons ook.
We hebben niet zo’n best nieuws gekregen vanuit België en dat is moeilijk als je zover van huis zit, we hebben erover gepraat om vroeger terug naar huis te gaan maar hebben uiteindelijk toch besloten om tot 14 maart in Mexico te blijven en zo veel mogelijk contact te houden met het thuisfront.



We komen in de stad Villa Hermosa die zijn naam echt geen eer aandoet, het is een vuile, vieze stad en met die regen wordt het er niet beter op. Omdat we vandaag niet tot aan de Golf van Mexico geraken, stoppen we bij een Pemex (tankstation) om te overnachten.  Het is de regel dat als je bij Pemex tankt, je er kan overnachten. We vullen de dieseltank, geven de pompbediende en de nachtwaker een fooi en parkeren ons op een rustig plekje. In de gietende regen ga ik naar het kantoortje en de bediende daar zegt dat we 150 peso moeten betalen gewoon om te parkeren. Ik sta in de gietende regen, ik ben moe, ik maak me zorgen om wat er thuis gebeurt en dat heeft het meisje in het Pemex kantoor geweten. Ik ben razend kwaad en begin in, naar mijn gevoel, vloeiend Spaans, te schelden. Het resultaat is dat ze zich verontschuldigt en dat we gratis mogen overnachten.
De volgende dag rijden we verder naar Vera Cruz waar we een prachtige camping vinden aan het strand maar het weer blijft grijs en kil en zo ziet het water van de Golf er dan ook uit. Als we de volgende morgen wakker worden, regent het nog steeds en de Jos zegt : “ik ben weg hier, ik rij terug naar de andere kant.” Hij start de auto en rijdt in één ruk dwars door de Istmus, het smalste gedeelte van Mexico, richting Puerto Escondido.

Onderweg hebben we nog een wegblokkade, we zien de auto’s al van ver staan maar waar de blokkade eigenlijk om draait zijn we niet te weten gekomen. Na een uurtje wordt er gezegd dat iedereen die 200 peso wil betalen door mag rijden en dat gaan we zeker doen. We beginnen, samen met een hoop anderen, langs de file te rijden naar de blokkade toe maar aan de andere kant beginnen ze ook te rijden en daar tussenin rijden nog wat taxi’s om gestrande reizigers op te pikken. Het is een totale chaos, er wordt getoeterd, gevloekt, geroepen en getierd maar de boel zit potvast en daar staan we weer.  Na nog eens een dik uur hebben ze begrepen dat het eenvoudiger is om beurtelings te rijden, we betalen 200 peso en wensen de mensen veel succes met wat ze ook aan het doen zijn en rijden verder.


Voor we naar Puerto Escondido gaan, wil Jos nog even gaan kijken in Puerto Angel maar omdat daar niets is om te overnachten rijden we langs Zipolite Beach naar een camping. Als we op de camping komen, zien we het direct…..er staat een prachtig Overlander voertuig, een Iveco 4x4 met Roemeense nummerplaten. Vorig jaar in april of mei reden we in de regio Tilburg over de autostrade en we zagen in de verte….een prachtig Overlander voertuig, een Iveco 4x4 met Roemeense nummerplaten. We haalden hem in, lieten hem weer voorbij rijden en haalden hem nog eens in om hem van alle kanten te bekijken en vriendelijk naar de bestuurder te wuiven. We waren er toen absoluut zeker van dat hij op weg was naar de haven van Antwerpen om in te schepen naar wie weet waar en we hoopten hem ooit eens ergens tegen te komen maar die kans is klein. Dit is echt ongelooflijk dat we hen hier per toeval treffen, hij heeft zijn auto in Tilburg gekocht en was toen inderdaad op weg naar de haven van Antwerpen om in te schepen naar Halifax/Canada. Deze warme, hartelijke ontmoeting met het Braziliaans/Roemeens koppel heeft ons echt goed gedaan, we hebben genoten van hun jeugdig enthousiasme en hopen dat ze al hun dromen kunnen waarmaken en wie weet staat er op een dag een Iveco 4x4 met Roemeense nummerplaten bij ons op de oprit.


Puerto Escondido is een beetje thuiskomen, we kennen de kleine camping, we kennen de familie die er woont en we worden als oude vrienden ontvangen. Puerto Escondido heeft alles wat we nodig hebben, het is er warm, we zitten vlakbij het strand, er zijn restaurantjes en winkeltjes en Jos kan met zijn bike over de boulevard fietsen. Op de kleine camping is er volop schaduw van de palmbomen en daarom besluiten we om hier 2 weken te blijven en eens goed uit te rusten, we zijn een beetje reismoe en hier is het gemakkelijker om het thuisfront te bereiken.
Het is zalig op de kleine camping, er staan een aantal Canadezen waarvan er één nog redelijk goed Nederlands spreekt. De andere Canadezen zijn van Quebec en spreken een soort onverstaanbaar Frans, het Quebecois. Het zijn supervriendelijke mensen en na één week slaag ik er in om hen te verstaan wat volgens Jos onmogelijk is. Hij verstaat er nog altijd geen woord van en verdenkt mij er van te doen alsof en op goed geluk ja of nee te zeggen. Alhoewel we ons hier geen seconde vervelen, gaan we na 2 weken rust toch afscheid nemen van Puerto Escondido. Felipe, de eigenaar, pinkt een traantje weg als we vertrekken en we beloven om volgend jaar zeker terug te komen.


We willen stilaan alles geregeld hebben i.v.m de storage voor de Josmobiel en denken er aan om stilaan richting Mexico City te gaan rijden.  Vanuit Puerto Escondido rijden we voor de 2de keer de bergen over en het is donker als we in Oaxaca aankomen. Omdat het een zware rit was door de bergen en Jos geen zin heeft om vandaag te rijden, blijven we een dagje in Oaxaca rondhangen. Ik zit wat op het internet te zoeken en zie ineens dat er op 20 km van Oaxaca een camping, met Canadese eigenaars, is waar ze storage aanbieden. De volgende morgen rijden we naar de camping, maken kennis met de eigenaars en bekijken de storage mogelijkheden. De Josmobiel kan hier overdekt staan wat altijd een voordeel is, je moet de auto niet helemaal afdekken voor de brandende zon en de hevige regens in de zomer. We spreken een prijs af en beslissen om onze auto hier te laten i.p.v. in Mexico City, vooral de covered storage maar ook de prijs hebben de doorslag gegeven dat onze plannen weer helemaal gewijzigd zijn.


Omdat onze vlucht naar Amsterdam vanuit Mexico City vertrekt moeten we vanuit Oaxaca naar daar vliegen . We gaan eens een kijkje nemen op de kleine luchthaven van Oaxaca en kopen er ineens tickets om naar Mexico City te vliegen.
Alles is geregeld, op 12 maart vliegen we van Oaxaca, waar we de Josmobiel achterlaten, naar Mexico City. We blijven een paar dagen in de grootste stad van de wereld en vliegen op 14 maart vanuit Mexico City naar Amsterdam (15 maart).


Opgelucht dat alles geregeld is, besluiten we om wat naar het Noorden te rijden en nog 3 weken “den toerist” uit te gaan hangen.



woensdag 24 januari 2018

DE CHIAPAS..... HOOGLAND, JUNGLE en WEGBLOKKADES


We rijden de Chiapas binnen, deze staat is meer dan gelijk welke andere Mexicaanse staat een Indiaanse staat. Deze indianen, afstammelingen van de Maya's en gekleed in hun traditionele kleding, spreken meestal hun eigen taal het Tzotzil, Tzeltal of het T' chol.  Als je naar de uithoeken van de Chiapas reist, naar de hooglanden en de jungle, dan merk je direct dat de Indiaanse bevolking tot de armste van het land behoort. Ze kunnen niet terugvallen of gezondheidszorg of pensioenen en hebben weinig of geen toegang tot goed onderwijs.

De Zapatisten, zijn een deels gewapende revolutionair leger en ze vechten voor recht op land, onderdak, gezondheidszorg en werk maar vooral voor de erkenning van de identiteit van de Indianen en hun cultuur en ze zijn op dit moment nog altijd actief.

We rijden naar de Stad Tuxla Guttierez om daar de Canyon del Sumidero te bezoeken en om de canyon echt ten volle te beleven moet je er met een bootje door. Om de bootjes te bereiken moeten we 6 trappen af, over een ander bootje en dan in onze boot wat voor Jos enorme obstakels zijn. Maar dat is buiten de Mexicanen gerekend, met 4 dragen ze hem de trappen af, over de boot tot hij netjes op zijn plaats zit en kan genieten van de boottrip.

Na de prachtige boottrip willen we Tuxla uitrijden maar de rondweg is geblokkeerd door een massa mensen. Blokkades zijn bijna dagelijkse kost in de Chiapas, er broeit hier altijd wel iets en er zijn op verschillende plaatsen kleine opstanden tegen de regering. We rijden gewoon een paar blokken om en gaan op weg naar de volgende stad San Cristobal de las Casas.

San Cristobal de las Casas is een prachtig stadje met een wirwar van smalle straatjes en kleurige huisjes met rode dakpannen. Voor ons is San Cristobal de las Casas echter niet zo simpel, de straatjes zijn echt te steil, de stoepen zijn te hoog en het is er koud, we zitten hier in de bergen.

Na een paar dagen besluiten we verder te rijden naar Palenque maar er sijpelen steeds meer berichten binnen over grote wegblokkades tussen San Cristobal en Palenque. We spreken met een paar mensen die er net vandaan komen en het blijkt er daar redelijk agressief aan toe te gaan aan enkele blokkades.

We willen absoluut geen problemen gaan zoeken en rijden naar het Zuiden, om door de jungle, langs de grens met Guatemala naar Palenque te rijden. Deze omweg is echt geen straf, het landschap wordt steeds tropischer en uiteindelijk rijden we door een dicht oerwoud. In Guaycamayas vinden we een schitterend plekje aan de rivier, bij een lokale familie in hun tuin. Het is met geen pen te beschrijven hoe de jungle klinkt. Van het geluid dat de brulapen maken, krijg je gewoon kippenvel, overal hoor je vogels en soms enge geluiden die je helemaal niet kan thuisbrengen, het is er in ieder geval nooit stil.

Ik praat veel met Magdalena, bij wie we in de tuin staan, ze vertelt me dat de kinderen van het dorp al maanden niet naar school gaan omdat er geen onderwijzeres tot daar komt. De armoede hier in de jungle is schrijnend, de mensen wonen in houten huisjes tussen een paar maïsplanten en met wat kippen en magere kalkoenen.
Toch zegt Magdalena dat ze tevreden is, in haar tuin groeien maïs, bonen, tomaten, sinaasappels, advocado's, mango's en limoenen, ze heeft wat kippen en de rivier zit vol vis. Ze verdient een centje bij met de mensen die in haar tuin kamperen en haar kinderen en kleinkinderen zijn gezond.
Magdalena geeft me daar wel even een lesje in bescheidenheid en dat hebben wij Belgen soms heel hard nodig.

Met heel veel moeite neem ik afscheid van Guaycamayas en van Magdalena, we rijden de jungle verder in op weg naar Yaxchilan. De weg naar Yaxchilan is slecht, soms helemaal weggezakt, diepe putten en dan durven ze daar tussenin nog flink wat drempels te leggen ook.

In Frontera Corrazal, op de grens met Guatemala,  parkeren we aan de rivier. De verkopers van bootochten naar de Maya ruïnes van Yaxchilan belegeren je gewoon en omdat het voor Jos echt onmogelijk is om bnaar de ruïnes te gaan, wandel ik langs de verkopers om een bootje te huren. Ik spreek een prijs af en huur een bootje om de volgende morgen de trip naar Yaxchilan te maken, gelukkig komen er een paar Europeanen aan die ook naar daar willen en we besluiten om de boot en de kosten te delen.

De boottocht duurt ongeveer 40 minuten en dan volgt er nog een flinke beklimming vooraleer het magische Yaxchilan tevoorschijn komt. Je komt door het dichte bos plots op een open plek en daar zijn ze dan, de Maya ruïnes van Yaxchilan. Deze ruïnes zijn de meest indrukwekkende ruïnes van heel Mexico en dat is vooral omdat ze in zo'n exotisch decor en op zo'n afgelegen plaats liggen.
Wij hebben twee uren tussen de ruïnes gedwaald en we hebben bijna niet gesproken, als vanzelf ga je hier fluisteren.

Terug aan wel probeer ik Jos uit te leggen hoe mooi het daar was maar dat is echt moeilijk om onder woorden te brengen. De Jos is omringd door de plaatselijke bevolking en ik hoor de kinderen al van verre lachen, ze proberen hem hun taal, het T'Chol te leren. T' Chol wordt nog door 5000 mensen gesproken en is een geschreven taal, de mensen hier spreken het thuis altijd en de kinderen krijgen onderwijs in het Spaans. Deze twee talen hebben totaal niets met elkaar gemeen.
Vanuit Frontera Corrazal rijden we verder naar Palenque, de volgende Maya ruïnes.

In Palenque nemen we de camping die het dichtst bij de ruïnes ligt zodat we er te voet naartoe kunnen wandelen. De camping is al een bezienswaardigheid op zich, om één of andere reden zijn hier een aantal hippies blijven hangen. De vrouwen, met lange grijze vlechten, en de mannen met lange, grijze baarden lopen hier glimlachend rond en het lijkt er op dat voor hen de tijd stil is blijven staan.

De wandeling van 2 km naar de ruïnes van Palenque was zwaar, 2 km steil bergop maar het was de moeite want de Maya ruïnes van Palenque zijn indrukwekkend. Het is er mooi, planten die wij gewoon zijn om als kamerplant te zien, groeien hier overal. We hebben genoten van de Maya ruïnes van Palenque maar voorlopig hebben we genoeg ruïnes gezien en besluiten naar Agua Azul te rijden.

Het azuurblauwe water van de rivier stroomt hier naar beneden, via verschillende watervallen, over lichtgekleurde rotsen en dat allemaal in een echte jungle setting. Agua Azul is ook een geweldige plek om te zwemmen, er zijn verschillende natuurlijke zwemkommen waar de stroming minder is en de temperatuur aangenaeam is. Wat hier echt verschrikkelijk vervelend is, zijn de verkopers. Heel de dag lopen ze aan je hoofd te zeuren om hun rommel te verkopen en al zeg je honderd keer nee, ze blijven komen.

Morgen rijden we de Chiapas uit, het was voor ons een geweldige ervaring. Het is een hele mooi staat, de natuur is er prachtig maar wij vonden het vooral een interessante staat met zijn Indiaanse bevolking en hun cultuur en we hopen er ooit nog eens terug te komen.

donderdag 11 januari 2018

OAXACA

Om Oudjaar te vieren willen we naar Puerto Escondido, een drukke badplaats waar altijd wel iets te beleven is. De weg er naartoe is niet echt goed, veel kleine dorpjes waar je doorheen moet en ontelbare drempels die hun job goed doen, namelijk alles ophouden.
We draaien af naar een klein dorpje aan het strand, er staan een hoop kleine restaurantjes en palapa’s waar je onder kan zitten. We rijden traag langs de kleine restaurantjes tot er plots een man voor onze auto springt die zegt dat we onze plek gevonden hebben. We kunnen bij hem overnachten en eten maar het zand, onder de palapa’s is zo los dat Jos er onmogelijk door kan. Geen probleem zegt de vriendelijke man, je parkeert voor ons huis en je eet bij ons thuis op het terras. Opgelost.  Het was een hele toffe avond, wij zaten te eten op hun terras, de vader lag bij ons in zijn hangmat en de zonen zaten bij ons aan tafel. Allemaal heel relaxed en gezellig en het eten was heel lekker. Na het eten vroeg de man of we nog iets wilden drinken en toen we een Margarita bestelden, sprongen de twee zonen op hun brommer. Ze reden naar een ander restaurant en kwamen 10 minuten later terug met 2 Margarita’s, op de brommer door een slechte zandweg. Wat een service, dat kan alleen in Mexico.



In Puerto Escondido  vinden we een kleine camping, vlakbij het strand en hier gaan we een aantal dagen blijven, Jos haalt zijn bike uit de koffer want er is hier een mooie boulevard waar hij kan biken. Het is heel druk in het stadje en op de camping staat het vol tenten, half Mexico City is hier om Oudjaar te vieren. De camping  wordt uitgebaat door een grote familie, ze wonen met drie generaties op de camping en ze hebben dan nog familie vanuit het hele land op bezoek. Er staan ook verschillende Canadezen en zelfs Amerikanen, het is wel grappig dat de eigenaar van de camping mij altijd komt roepen als de Canadezen of Amerikanen iets moeten vragen. Die reizen hier rond zonder ook maar één woord Spaans te spreken en ik zeg niet dat mijn Spaans goed is maar het is toch goed genoeg om wat met de mensen te babbelen.  Het is warm in Puerto Escondido maar de Oceaan geeft gelukkig wat verkoeling. Het is zalig in het water maar je moet echt zorgen dat je vaste grond onder je voeten hebt. De zee is hier gevaarlijk, er zijn sterke tegenstromingen en de golven zijn soms bangelijk hoog.
Oudjaar was heel gezellig, veel vuurwerk, veel mensen op het strand, veel muziek en de hele nacht lawaai, alles was aanwezig om het jaar goed af te sluiten en het nieuwe jaar in te zetten. We blijven nog een paar dagen rondhangen op de camping, we zien iedereen terug vertrekken uit Puerto Escondido en genieten van de rust op het bijna lege strand.



Voor we de bergen intrekken, willen we nog langs Playa Zipolite.
De reputatie van Playa Zipolite ontstond in de jaren ’70. In die tijd was het strand bevolkt door hippies en avonturiers die op zoek waren naar vrijheid. Het werd al gauw één van de eerste stranden waar nudisten hun gang konden gaan. Sindsdien vindt je in Zipolite mensen van allerlei slag, surfers, hippies, nudisten, backpackers en gezinnen met kinderen. Op het strand staan huisjes van hout, bamboe en palmbladeren waar je een tent op kan zetten of in een hangmat kan slapen.  De oude hippies zitten een beetje verbaasd te kijken naar al die drukte op hun stranden. Wij blijven één nachtje op Playa Zipolite, we wilden er gewoon eens geweest  zijn maar we vonden het allemaal een beetje overroepen.



We nemen afscheid van de Stille Oceaan en rijden, door de bergen, naar de stad Oaxaca op 1550 m hoogte.
Oaxaca is een charmante, koloniale stad met mooie wandelstraten, gezellige Plaza’s, huisjes met felgekleurde gevels. Achter veel deuren schuilen schitterende patio’s met fonteinen. Het historisch centrum is door Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed.
Oaxaca heeft een hoofdzakelijk Indiaanse bevolking, afstammelingen van de Zapoteken, en een bijzonder rijke handwerkcultuur, elk dorp in de streek heeft zijn eigen specialiteit. Het is dan ook een drukte van belang op de Plaza, overal staan kraampjes met spullen en overal waar je kijkt zie je verkopers rondlopen en je moet minstens 100 keer per dag nee zeggen want ze zien natuurlijk van verre dat je een toerist bent. Het is een prachtig schouwspel, de vrouwen in hun traditionele kleding met over hun armen bontgekleurde tapijten, geborduurde doeken, beschilderd houtwerk enz…Er is hier zoveel kleur in de straten en zoveel muziek dat je er vanzelf vrolijk van wordt, het zalige weer heeft daar natuurlijk ook iets mee te maken.
Oaxaca is zijn Indiaanse wortels altijd trouw gebleven en blijft, ook nu nog, een broeihaard van verzet tegen de Staat en de Politie. Het is er rustig en vredig maar het hangt overal vol politieke slogans, er zijn regelmatig wegblokkades en protesten.  Wij zagen wat oude vrouwtjes op een bank zitten met hun handwerk, heel vriendelijke en lieve mensjes ….tot de politie voorbij komt, dan beginnen ze met hun vuisten te zwaaien en te schelden.
Het is wel triest om te zien hoe jong de meisjes hier moeder worden, hier in de bergen zie je meisjes van 14 of 15 jaar en zelfs jonger met baby’s.  Ik heb op de Plaza zitten praten met één van de oude vrouwtjes , ze had 16 kinderen op de wereld gezet, nooit een wasmachine gehad, geen warm water in huis, koken op een houtvuur, alle kleren maakte ze met de hand maar ze was tevreden met haar leven. Ze wonen meestal met drie generaties in één huis en zorgen voor elkaar. Dan besef je toch wel hoe verwend wij zijn met al onze luxe, dat er bij ons veel gezeurd wordt voor niets en dat er toch weinig echt tevreden mensen zijn.



We blijven in de bergen en brengen een kort bezoekje aan de ruines van Mitla, het is dat het op onze weg lag want eigenlijk is het niet de moeite om voor om te rijden. We rijden verder de bergen in naar Hierve del Agua, het is een behoorlijke klim en de weg is niet echt geweldig maar het is het dubbel en dik waard.
Het schitterende Hierva del Agua omvat twee grote waterbekkens en een versteende waterval, uit de bronnetjes stroomt het water dat de twee natuurlijke zwemkommen voedt en het water is koud. Wij hebben onze barbecue aangestoken en we hebben zitten eten, boven op de rots met uitzicht op de bronnen en de waterval. De volgende morgen ben ik al vroeg naar beneden gegaan, ik was helemaal alleen bij de bronnen en de zon scheen op de versteende waterval. Ik heb daar een hele tijd stilletje zitten genieten van de prachtige omgeving.

We zijn nu onderweg naar de Chiapas, deze staat loopt tot de grens van Guatemala, hier gaan we de steden in de bergen verkennen en de ruines tegen de grens met Guatemala.

maandag 25 december 2017

ZALIG KERSTFEEST EN EEN GELUKKIG NIEUWJAAR

Na bijna 3 weken in Guadalajara en nog een hele spannende dag bij Mercedes kunnen we terug op de baan.  De eerste uren zijn we nog niet echt gerust en zijn we gespitst op elk geluidje dat de Josmobiel maakt maar dat gaat gelukkig over na een tijdje.


Na 250 km en ongeveer evenveel drempels houden we het voor bekeken en stoppen bij een kleine camping in Patzcuaro. Patzcuaro ligt op 2200 m hoogte, het charmante stadje leeft van zijn markten en het toerisme. Het oude centrum staat vol witte huisjes met pannendaken, prachtige plaza’s omgeven door zuilengalerijen maar jammer genoeg ook veel, luid toeterend, verkeer. De Mexicanen zijn meesters in verkeer in de war te sturen en als alles dan vastzit en niemand meer verder kan is er nog maar één oplossing : luid toeteren met zijn allen tegelijk. Ik maak een wandeling door het oude centrum met zijn steile straatjes met kinderkopjes, terwijl blijft Jos op zijn gemakske in de auto. De steile, hobbelige straten zijn duidelijk teveel voor hem. Alhoewel de camping aan de rand van Patzcuaro mooi en rustig is, blijven we er toch maar 2 dagen. Het is hier in de bergen veel frisser, overdag is dat perfect maar vanaf 5 uur ’s avonds wordt het koud en moeten we naar binnen. Omdat wij graag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat buiten zitten, zit er niets anders op dan terug naar de kust te rijden.


Zo gauw je de bergen over bent en de kust nadert, valt de hitte op je lijf. We verlaten de weg als we een bordje zien naar : Playa Saladita, vooral bekend bij de surfers. Langs het strandje staan wat palapa’s waar je wat kan eten en drinken en er liggen hier en daar wat vissersbootjes. We parkeren ons onder de palmbomen aan het strand, dit plekje is een klein paradijs. Het weer is zalig en de zee is perfect om wat lui op de golven te drijven en heel af en toe een beetje te zwemmen of te bewegen. Na 4 dagen verlaten we het strandje en rijden naar Zihuatenejo om wat broodnodige boodschappen en misschien een camping. Zihuatenejo is een drukke kustplaats en zowel de stad als de camping die we bekijken, vallen ons tegen. De camping zit vol Quebeqois, Franse Canadezen, en zo gauw zo onze Belgische nummerplaat zien, moeten we Frans spreken. Als we zeggen dat we Vlamingen zijn, beweren zij dat die niet bestaan dus ik heb het hier wel gezien, we gaan naar de supermarkt en rijden een beetje verder naar het Zuiden.


50 km voorbij Zihuatenejo zien we een kleine camping aan Playa La Barrita. We kunnen parkeren vlakbij het strand en er is zelfs een verharde plaats om onze tafel en stoelen op te zetten en waar Jos, zonder moeite, rond kan rijden. Dit wordt ons plekje voor Kerstmis, mooier en rustiger kunnen we niet zitten en de eigenaars zijn heel vriendelijk en behulpzaam. We zitten hier aan de Stille Oceaan maar die is eigenlijk niet zo heel stil hier, je kan gerust in het water maar echt zwemmen is uitgesloten, de golven zijn hoog en beuken met veel lawaai op het strand maar het is perfect om wat af te koelen.

We hebben hier weer maar eens ontdekt, hoe klein de wereld eigenlijk wel is.  We zaten te praten met de eigenaars en we vertelden hen over Liesbeth en Weking en over het Via PanAm project. De man en de vrouw keken ons heel verbaasd aan en ze zeiden : “ Die kennen wij, ze hebben hier een nacht geslapen.”  Ze liepen naar binnen en kwamen terug met een postkaart van de Via PanAm waarop stond : bedankt voor jullie gastvrijheid, dit is een geweldige plek ……Stiaan, An, Liesbeth en Weking.

We waren er allemaal even stil van want hoe groot is in godsnaam de kans dat je in zo’n groot land als Mexico op hetzelfde plekje terecht komt. Dit is zo’n ongelooflijk toeval, er zijn langs de Mexicaanse stranden duizenden plekjes waar je kan parkeren, om dan op exact dezelfde plaats te komen, dat is heel straf en voor ons wat dit toch een beetje een Kerstcadeau.
Het was dit jaar voor ons vooral een hele warme Kerst, overdag loopt de temperatuur op tot ongeveer 35 graden en ’s nachts gaat het niet onder de 25 graden, dus ons dekbed hebben we niet nodig. Kerstmis vieren hier is totaal anders dan thuis, je mist de kerstsfeer en je familie en ik zie me in België ook niet direct in mijn badpak aan het kerstdiner zitten.


Na de kerstdagen rijden we nog wat Zuidelijker waar het nog tropischer en warmer wordt dus waarschijnlijk komt ons volgende verslag vanuit de bergen.



zaterdag 9 december 2017

GESTRAND IN GUADALAJARA

De dag na mijn verjaardag reden we op ons gemak langs de laguna Chapala toen we plots iets vreemd hoorden aan het linkervoorwiel. Een paar kilometer verder was een klein dorpje en daar stopten we bij de enige mekanieker van het dorp. De mekanieker haalde het wiel eraf en iets later lagen alle onderdelen ergens in het zand, na een tijdje kwamen ze tot de conclusie dat ze het niet konden repareren omdat ze de onderdelen niet hadden.  De ervaring heeft ons geleerd dat de onderdelen meestal uit Europa moeten komen en we vroegen dan ook om Mercedes te bellen. Na een hoop getelefoneer met een grote uitleg en nog grotere gebaren besloten ze om een takelwagen voor ons te bellen en ons, 80 km terug, naar Guadalajara te brengen.


Na een paar uurtjes wachten kwam er dan toch een takelwagen. De Josmobiel was eigenlijk veel te zwaar voor de kleine truck maar volgens die mannen was het no problema en we werden boven op de wagen getakeld. Toen we daar, hoog en droog, boven op de takelwagen zaten was het even ons verstand op nul zetten en proberen te genieten van het uitzicht. Na een 50 km moesten we achterin de auto gaan zitten met alles dicht want het was eigenlijk verboden om in de auto te blijven zitten boven op een takelwagen. Ik kan je verzekeren dat we elke drempel en elke put in de weg gevoeld hebben daar achter in de Josmobiel. In de buitenwijken van Guadalajara stopte de chauffeur met de mededeling dat de mekanieker, die daar woonde, ons voort kon helpen en dat hij morgen om onderdelen zou rijden. Omdat het inmiddels donker was moesten we parkeren langs een hele drukke baan, we hebben geen rustige nacht gehad en dat lag niet alleen aan het voorbij razende verkeer maar we voelden ons ook niet echt veilig in de buitenwijken van zo’n hele grote stad.


’s Morgens begon de mekanieker direct aan de auto en na wat heen en weer gebel had hij de onderdelen die volgens hem pasten. Ik ben met een taxichauffeur Guadalajara ingereden om wat boodschappen te doen, naar de bank te gaan en om nog een paar onderdelen op te halen. Toen hadden we er nog totaal geen idee van hoe goed we Guadalajara zouden leren kennen. Half namiddag was de auto klaar en het leek er echt op dat alles hersteld was en vol goeie moed reden we de autostrade op terug richting Chapala.


Na ongeveer 20 km werd de auto heel even stuurloos en hoorden we weer iets bij het linker voorwiel en heel voorzichtig zijn we de pechstrook opgereden. Daar stonden we weer en deze keer stonden we echt gevaarlijk met al die voorbijrazende Mexicaanse trucks. Algauw stopte er een vriendelijke Mexicaan en hij beloofde om een takelwagen onze kant op te sturen en inderdaad een uurtje later kwam er een takelwagen van de Mexicaanse wegenwacht. De man zag onmiddellijk dat onze auto te zwaar was voor hem en belde iemand anders op, omdat het donker werd bleef de takelwagen, met zwaailampen en knipperlichten op, achter ons staan.  Het duurde uren voor de andere truck kwam en om mijn zinnen te verzetten ben ik beginnen koken en hebben we op ons gemakske in de Josmobiel zitten eten. Om 11 uur kwam de andere takelwagen er eindelijk aan, toen ging het heel snel en terwijl de chauffeur de Josmobiel, met de Jos erin, optakelde, zocht ik het adres van Mercedes Guadalajara en konden we vertrekken.
Het was aangenaam warm in de truck en juist toen ik dacht dat er nu niets meer mis kon gaan, stopte de chauffeur gewoon op de rechter rijstrook van de autostrade. Hij had een afslag gemist en zei : “geen enkel probleem, ik rij gewoon even (2 km) achteruit.”  Zoiets zou totaal ondenkbaar zijn bij ons maar hij deed het gewoon, wij reden achteruit over de autostrade terwijl de luid toeterende trucks voorbij raasden. Met opgekrulde tenen en een hartslag van 150 bereikten we veilig en wel de afslag en om 1 u. ’s nachts kwamen we aan bij Mercedes.


’s Morgens begonnen de mekaniekers onmiddellijk aan onze auto en na een uurtje kregen we het goede nieuws dat ze het konden repareren en tegelijk het slechte nieuws dat we zeker 2 weken zouden moeten wachten op de onderdelen. Om onze gedachten wat te verzetten zijn we gaan wandelen en onderweg hebben we besloten waar we die 2 weken gaan verblijven. Dicht bij het centrum van Guadalajara is een 24u. parking, er is dag en nacht bewaking, er zijn toiletten, er is water en het is vlak bij alle restaurantjes, terrasjes en op maar 15 min. wandelen van het historisch centrum. Dit is de perfecte oplossing, wij slapen in de Josmobiel en betalen maar 6,5 € voor 24 uur en als we het echt beu worden op de parking dan gaan we gewoon een nachtje op hotel in de binnenstad.


We wandelen veel door Guadalajara wat een verrassend mooie stad blijkt te zijn, er is overal wel wat te beleven en het historisch centrum is echt prachtig. Na een week begin ik al goed mijn weg te weten in Guadalajara, ik weet waar ze het beste brood hebben, waar de beste mercado is om groenten en fruit te kopen en waar ik mijn was kan laten doen. We babbelen veel met Raul en Manuel, de bewakers, en ook de vaste klanten op de parking kennen we allemaal na een week en ons Spaans wordt alle dagen beter. We leren hier Mexico langs een heel andere kant kennen dan als je als gewone toerist zou doen, we horen grappige verhalen maar ook heel schrijnende verhalen en ik heb een huizenhoog respect voor de hardwerkende, altijd vriendelijke, warme Mexicanen.


Na een dag of twaalf horen we van Mercedes dat het toch nog een paar dagen langer zal duren en daarom gaan we op weekend in het hartje Guadalajara. We laten de Josmobiel achter in de veilige handen van Raul en Manuel en trekken voor 2 nachten in een hotelletje. Het is zalig om eens een paar dagen op hotel te gaan en je te laten verwennen en hopelijk zijn de bestelde onderdelen binnen een paar dagen bij Mercedes en kunnen we verder.

We hebben Guadalajara noodgedwongen goed leren kennen, voordien waren we met een grote boog om deze grote stad (ongeveer 1.5 milj. inwoners) omgereden maar het blijkt een mooie, heel levendige stad te zijn waar we ondanks alles van genoten hebben. Hopelijk zijn we binnen een paar dagen terug op de baan en komt ons volgende verslag van ergens op de Mexicaanse stranden.

dinsdag 21 november 2017

MEXICO - PLAYAS en TEQUILLA

De eerste dagen in Mexico zijn toch altijd weer een beetje wennen. Terug gewoon worden aan de chaos, de drukte, het lawaai, het getoeter en vooral aan de ontelbare verkeersdrempels, de beruchte topes. In Mexico rijdt iedereen met de auto, met of zonder rijbewijs en met of zonder verzekering. Mexicanen zijn op zijn zachts gezegd heel vlotjes in het verkeer en het enige wat je kan doen is, gewoon meedoen en terwijl heel goed uitkijken.


De eerste week doen we veel kilometers en rijden over de Cuota, de tolweg. Je moet dit echter niet vergelijken met onze Europese autostrades of met de Highway in de USA. Soms heb je vier rijstroken en soms heb je er ineens maar twee en heb je tegenliggers, op de pechstrook staan regelmatig eetstalletjes en wordt er van alles en nog wat verkocht. Wij hebben zelfs een dokter spreekuur zien houden op de middenberm van de cuota, hij zat daar onder een parasol met een mooie, witte jas aan en zijn stethoscoop rond zijn nek.

Na een paar dagen strand en palmbomen ontdekken we 50 km landinwaarts een echt juweeltje. In het authentieke dorpje Alamos is een kleine camping, je staat er onder grote bomen en er is een prachtig zwembad. Het zwembad is gevuld met koud water en dat kun je echt wel gebruiken bij deze tropische temperaturen. We blijven hier een paar dagen rondhangen en genieten van het zwembad en van het gezelschap op de kleine camping.


Terug richting kust besluiten we de Cuota te verlaten en over de Libre (gratis) te gaan rijden. De libre is totaal anders, hij gaat dwars door kleine dorpjes en door drukke stadjes. Hier proef en ruik je het echte Mexico, het straatleven met veel drukte en overal muziek, de kleine winkeltjes (tiendas) en natuurlijk ook de altijd aanwezige verkeersdrempels. De drempels zijn zo hoog dat je volledig moet stoppen en er dan heel zachtjes over moet rijden, aan elke drempel staan verkopers van frisdrank, koekjes, tortillas, nootjes, garnalen en zelfs parkieten in een kooitje. Als we stoppen om te tanken, staan de pompbedienden uit volle borst mee te zingen met de radio. Dat zijn wij verloren in Europa, gewoon op straat keihard staan te zingen of het nu vals is of niet, gewoon zonder schaamte vol passie zingen. Ik geniet volop van de serenade die ik daar krijg en we rijden goedgezind weer verder.

Terug aan de stranden nemen we een kleine camping op het strand. Het is er gezellig met een aantal Zwitsers, een koppel de vlaktes van Manitoba, Iemand uit Vancouver en mensen uit Wyoming, ze zijn allemaal de winter ontvlucht en genieten van de Mexicaanse zon. Ik mag de wasmachine van de eigenares gebruiken en drogen doet het hier ook wel zonder droogkast.
Iets verder naar het Zuiden zien we een wegwijzer naar Playa Hermosa. We rijden een hele, slechte zandweg in en komen op een klein strandje dat zo op een postkaart kan, buiten een Mexicaanse familie zijn we helemaal alleen en er is maar één woord voor dit strandje : hermosa. We parkeren onder een grote boom en krijgen al gauw het gezelschap van een Mexicaan, volgens hem is het hier heel veilig en kunnen we hier met een gerust hart overnachten wat we dan ook doen.  Het is hier pikdonker en met het geruis van de palmbomen en het geluid van de branding vallen we direct in slaap.


Naar Mexico gaan zonder het stadje Tequilla te bezoeken en de Mexicaanse nationale drank te proeven is een doodzonde. Het is een drukte van belang in Tequilla, alle straten zitten potdicht en je kan er over de koppen lopen maar met behulp van een vriendelijke politieagent vinden we een parkeerplaats vlakbij de Plaza. We komen er achter dat het “Dia de la Revolucion” is, de herdenking van de Mexicaanse revolutie. Overal zijn optochten van de plaatselijke verenigingen en scholen en het is een heel luidruchtig en kleurrijk schouwspel. Op de Plaza ruikt het overal naar lekker eten, de Mamita’s zijn volop in hun potten aan het roeren. We schuiven mee aan en het is altijd weer spannend wat er op je bord terecht gaat komen, soms valt het mee en soms valt het tegen  maar dat is ook een deel van het reizen en het ontdekken.


We laten Tequilla achter ons en omzeilen Guadelajara, de 2de grootste stad van Mexico. Omdat ik verjaar besluiten we naar Laguna de Chapala te rijden en daar een camping te nemen. De camping valt wel mee maar we hadden gedacht dat hier wel restaurantjes en terrasjes zouden zijn maar er is helemaal niets te beleven. ’s Morgens is het internet goed genoeg om met onze Koen, Liesbeth en Weking en met ons moeder te bellen en dat is voor mij het allerbelangrijkste. Met een mobilhome ben je altijd op alles voorzien dus ik tover twee grote biefstukken uit de diepvriezer, zet de wijn koud en vieren met ons tweetjes, heel rustig mijn verjaardag.

zaterdag 11 november 2017

U.S.A. MEXICO

Na een lange zomer in Belgie is het weer tijd om te vertrekken. Jos verteert de koude hier maar moeilijk dus vliegen we naar het Zuiden, we ruilen de Maatjes in voor de woestijn.

Wij hebben een heel relaxte vlucht van 9 uur naar Minneapolis waar we de USA binnenkomen en waar we 4 uur moeten wachten op onze aansluiting naar Phoenix. Na 3 uurtjes vliegen zijn we in Phoenix waar we heel snel onze koffers hebben en heel vlotjes een taxi vinden naar de Storage. Het gaat nogal gemakkelijk allemaal en dat blijft gewoonlijk niet lang duren.

Als we bij de Storage aanko;en staat de Josmobiel al van verre te blinken maar, zoals Jos al verwacht had, wil hij niet stqrten. 6 maanden stilstaan is niet echt gezond voor een autobatterij. De Jos wordt thuis niet voor niets Mc Gyver genoemd en knutselt iets ineen waarmee hij, via de batterij van de mobilhome, de batterij van de auto kan starten. Het klinkt allemaal veel simpelder dan het op dat moment was maar na veel gevonk, geknetter en gevloek doet de Josmobiel wat hij moet doen, starten. Omdat we inmiddels bijna 24 u wakker zijn, blijven we bij de  Storage overnachten.

-s Morgens rijden we naar Reinhards German Autohaus, onze garage in Phoenix. Reinhard plaatst een nieuwe batterij en alle onderdelen die we van thuis meegebracht hebben. De volgende dagen zijn goedgevuld met werken aan de electriciteit van de mobilhome want er zijn hier en daar wat problemen. Jos legt me rustig en duidelijk uit wat ik  moet doen zodat de schakelkast niet langer een buitenaards ding is voor mij. Ik plaats, op zijn aanwijzingen, nieuwe zekeringen en vervang hier en daar wat, wij zijn een goed team.

Voor we naar Mexico gaan, willen we eerst de Apache Trail nog eens rijden. De weg is 65 km lang en is voor de helft slecht geasfalteerd en voor de helft gravel. De Apache Trail is een van de mooiste wegen die wij ooit in de USA gedaan hebben. De gravelweg is slecht, veel wasbord, veel putten maar de omringende natuur doet ons al dat geschud en gekraak van de auto vergeten. Okerkleurige rotsen in allerlei vormen, verborgen kloven en ravijnen, azuurblauwe meren en honderden verschillende soorten cactussen maken het plaatje compleet, het enige wat ontbreekt zijn de Apachen.

Bij Apache Lake vinden we een droomplekje, onder de bomen met zicht op het meer en hier gaan we een paar dagen uitrusten. Al gauw krijgen we het gezelschap van een Duits koppel, ze zijn op weg naar Zuid Amerika en kunnen best wat informatie gebruiken van een paar oude rotten in het vak.

Terug in Phoenix doen we wat boodschappen, bellen we met het thuisfront en maken alles in orde om naar Mexico te vertrekken. Onderweg naar de Mexicaanse grens stoppen we bij het Indianenreservaat van Xavier Del Bac, we rijden hier speciaal naartoe om fry bread te kopen. De Indianen gooien een bolletje deeg in kokend vet en dan krijg je een soort opgeblazen, krokante pannekoek. Het is in ieder geval grellig lekker. In Nogales, de laatste plaats voor de grens, stoppen we om te overnachten en nog eens goedkoop te tanken. Omdat de politiecontroles in Nogales zo opgedreven zijn, mag je nergens meer vrij overnachten en gaan we noodgedwongen naar een trailerpark.

De volgende morgen staan we al goed op tijd bij de Mexicaanse grens waar we heel vriendelijk ontvangen worden door de Mexicaanse douanes. Ze leggen alles duidelijk uit, kijken eens vluchtig in onze auto en wensen ons een heel goede reis door Mexico. 20 km over de grens zijn de kantoren om onze auto in te voeren en ook daar verloopt alles heel soepel. Ik ga alleen naar de kantoren voor de formaliteiten en als ik zeg dat mijn man in een rolstoel zit, gaan de douanes gewoon met mij terug naar de auto en daar wordt alles ter plaatse geregeld.

Mexicanen zijn gewoon een heel vriendelijk en warmn volk, wij voelen ons hier echt op ons gemak. Na een aantal uren rijden en ontelbare verkeersdrempels stoppen we bij een kleine camping voor onze 1ste nacht in Mexico. Het volgende verslag zal er waarschijnlijk een zijn vanop een Mexicaans strand van onder de palmbomen.