donderdag 11 januari 2018

OAXACA

Om Oudjaar te vieren willen we naar Puerto Escondido, een drukke badplaats waar altijd wel iets te beleven is. De weg er naartoe is niet echt goed, veel kleine dorpjes waar je doorheen moet en ontelbare drempels die hun job goed doen, namelijk alles ophouden.
We draaien af naar een klein dorpje aan het strand, er staan een hoop kleine restaurantjes en palapa’s waar je onder kan zitten. We rijden traag langs de kleine restaurantjes tot er plots een man voor onze auto springt die zegt dat we onze plek gevonden hebben. We kunnen bij hem overnachten en eten maar het zand, onder de palapa’s is zo los dat Jos er onmogelijk door kan. Geen probleem zegt de vriendelijke man, je parkeert voor ons huis en je eet bij ons thuis op het terras. Opgelost.  Het was een hele toffe avond, wij zaten te eten op hun terras, de vader lag bij ons in zijn hangmat en de zonen zaten bij ons aan tafel. Allemaal heel relaxed en gezellig en het eten was heel lekker. Na het eten vroeg de man of we nog iets wilden drinken en toen we een Margarita bestelden, sprongen de twee zonen op hun brommer. Ze reden naar een ander restaurant en kwamen 10 minuten later terug met 2 Margarita’s, op de brommer door een slechte zandweg. Wat een service, dat kan alleen in Mexico.



In Puerto Escondido  vinden we een kleine camping, vlakbij het strand en hier gaan we een aantal dagen blijven, Jos haalt zijn bike uit de koffer want er is hier een mooie boulevard waar hij kan biken. Het is heel druk in het stadje en op de camping staat het vol tenten, half Mexico City is hier om Oudjaar te vieren. De camping  wordt uitgebaat door een grote familie, ze wonen met drie generaties op de camping en ze hebben dan nog familie vanuit het hele land op bezoek. Er staan ook verschillende Canadezen en zelfs Amerikanen, het is wel grappig dat de eigenaar van de camping mij altijd komt roepen als de Canadezen of Amerikanen iets moeten vragen. Die reizen hier rond zonder ook maar één woord Spaans te spreken en ik zeg niet dat mijn Spaans goed is maar het is toch goed genoeg om wat met de mensen te babbelen.  Het is warm in Puerto Escondido maar de Oceaan geeft gelukkig wat verkoeling. Het is zalig in het water maar je moet echt zorgen dat je vaste grond onder je voeten hebt. De zee is hier gevaarlijk, er zijn sterke tegenstromingen en de golven zijn soms bangelijk hoog.
Oudjaar was heel gezellig, veel vuurwerk, veel mensen op het strand, veel muziek en de hele nacht lawaai, alles was aanwezig om het jaar goed af te sluiten en het nieuwe jaar in te zetten. We blijven nog een paar dagen rondhangen op de camping, we zien iedereen terug vertrekken uit Puerto Escondido en genieten van de rust op het bijna lege strand.



Voor we de bergen intrekken, willen we nog langs Playa Zipolite.
De reputatie van Playa Zipolite ontstond in de jaren ’70. In die tijd was het strand bevolkt door hippies en avonturiers die op zoek waren naar vrijheid. Het werd al gauw één van de eerste stranden waar nudisten hun gang konden gaan. Sindsdien vindt je in Zipolite mensen van allerlei slag, surfers, hippies, nudisten, backpackers en gezinnen met kinderen. Op het strand staan huisjes van hout, bamboe en palmbladeren waar je een tent op kan zetten of in een hangmat kan slapen.  De oude hippies zitten een beetje verbaasd te kijken naar al die drukte op hun stranden. Wij blijven één nachtje op Playa Zipolite, we wilden er gewoon eens geweest  zijn maar we vonden het allemaal een beetje overroepen.



We nemen afscheid van de Stille Oceaan en rijden, door de bergen, naar de stad Oaxaca op 1550 m hoogte.
Oaxaca is een charmante, koloniale stad met mooie wandelstraten, gezellige Plaza’s, huisjes met felgekleurde gevels. Achter veel deuren schuilen schitterende patio’s met fonteinen. Het historisch centrum is door Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed.
Oaxaca heeft een hoofdzakelijk Indiaanse bevolking, afstammelingen van de Zapoteken, en een bijzonder rijke handwerkcultuur, elk dorp in de streek heeft zijn eigen specialiteit. Het is dan ook een drukte van belang op de Plaza, overal staan kraampjes met spullen en overal waar je kijkt zie je verkopers rondlopen en je moet minstens 100 keer per dag nee zeggen want ze zien natuurlijk van verre dat je een toerist bent. Het is een prachtig schouwspel, de vrouwen in hun traditionele kleding met over hun armen bontgekleurde tapijten, geborduurde doeken, beschilderd houtwerk enz…Er is hier zoveel kleur in de straten en zoveel muziek dat je er vanzelf vrolijk van wordt, het zalige weer heeft daar natuurlijk ook iets mee te maken.
Oaxaca is zijn Indiaanse wortels altijd trouw gebleven en blijft, ook nu nog, een broeihaard van verzet tegen de Staat en de Politie. Het is er rustig en vredig maar het hangt overal vol politieke slogans, er zijn regelmatig wegblokkades en protesten.  Wij zagen wat oude vrouwtjes op een bank zitten met hun handwerk, heel vriendelijke en lieve mensjes ….tot de politie voorbij komt, dan beginnen ze met hun vuisten te zwaaien en te schelden.
Het is wel triest om te zien hoe jong de meisjes hier moeder worden, hier in de bergen zie je meisjes van 14 of 15 jaar en zelfs jonger met baby’s.  Ik heb op de Plaza zitten praten met één van de oude vrouwtjes , ze had 16 kinderen op de wereld gezet, nooit een wasmachine gehad, geen warm water in huis, koken op een houtvuur, alle kleren maakte ze met de hand maar ze was tevreden met haar leven. Ze wonen meestal met drie generaties in één huis en zorgen voor elkaar. Dan besef je toch wel hoe verwend wij zijn met al onze luxe, dat er bij ons veel gezeurd wordt voor niets en dat er toch weinig echt tevreden mensen zijn.



We blijven in de bergen en brengen een kort bezoekje aan de ruines van Mitla, het is dat het op onze weg lag want eigenlijk is het niet de moeite om voor om te rijden. We rijden verder de bergen in naar Hierve del Agua, het is een behoorlijke klim en de weg is niet echt geweldig maar het is het dubbel en dik waard.
Het schitterende Hierva del Agua omvat twee grote waterbekkens en een versteende waterval, uit de bronnetjes stroomt het water dat de twee natuurlijke zwemkommen voedt en het water is koud. Wij hebben onze barbecue aangestoken en we hebben zitten eten, boven op de rots met uitzicht op de bronnen en de waterval. De volgende morgen ben ik al vroeg naar beneden gegaan, ik was helemaal alleen bij de bronnen en de zon scheen op de versteende waterval. Ik heb daar een hele tijd stilletje zitten genieten van de prachtige omgeving.

We zijn nu onderweg naar de Chiapas, deze staat loopt tot de grens van Guatemala, hier gaan we de steden in de bergen verkennen en de ruines tegen de grens met Guatemala.

maandag 25 december 2017

ZALIG KERSTFEEST EN EEN GELUKKIG NIEUWJAAR

Na bijna 3 weken in Guadalajara en nog een hele spannende dag bij Mercedes kunnen we terug op de baan.  De eerste uren zijn we nog niet echt gerust en zijn we gespitst op elk geluidje dat de Josmobiel maakt maar dat gaat gelukkig over na een tijdje.


Na 250 km en ongeveer evenveel drempels houden we het voor bekeken en stoppen bij een kleine camping in Patzcuaro. Patzcuaro ligt op 2200 m hoogte, het charmante stadje leeft van zijn markten en het toerisme. Het oude centrum staat vol witte huisjes met pannendaken, prachtige plaza’s omgeven door zuilengalerijen maar jammer genoeg ook veel, luid toeterend, verkeer. De Mexicanen zijn meesters in verkeer in de war te sturen en als alles dan vastzit en niemand meer verder kan is er nog maar één oplossing : luid toeteren met zijn allen tegelijk. Ik maak een wandeling door het oude centrum met zijn steile straatjes met kinderkopjes, terwijl blijft Jos op zijn gemakske in de auto. De steile, hobbelige straten zijn duidelijk teveel voor hem. Alhoewel de camping aan de rand van Patzcuaro mooi en rustig is, blijven we er toch maar 2 dagen. Het is hier in de bergen veel frisser, overdag is dat perfect maar vanaf 5 uur ’s avonds wordt het koud en moeten we naar binnen. Omdat wij graag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat buiten zitten, zit er niets anders op dan terug naar de kust te rijden.


Zo gauw je de bergen over bent en de kust nadert, valt de hitte op je lijf. We verlaten de weg als we een bordje zien naar : Playa Saladita, vooral bekend bij de surfers. Langs het strandje staan wat palapa’s waar je wat kan eten en drinken en er liggen hier en daar wat vissersbootjes. We parkeren ons onder de palmbomen aan het strand, dit plekje is een klein paradijs. Het weer is zalig en de zee is perfect om wat lui op de golven te drijven en heel af en toe een beetje te zwemmen of te bewegen. Na 4 dagen verlaten we het strandje en rijden naar Zihuatenejo om wat broodnodige boodschappen en misschien een camping. Zihuatenejo is een drukke kustplaats en zowel de stad als de camping die we bekijken, vallen ons tegen. De camping zit vol Quebeqois, Franse Canadezen, en zo gauw zo onze Belgische nummerplaat zien, moeten we Frans spreken. Als we zeggen dat we Vlamingen zijn, beweren zij dat die niet bestaan dus ik heb het hier wel gezien, we gaan naar de supermarkt en rijden een beetje verder naar het Zuiden.


50 km voorbij Zihuatenejo zien we een kleine camping aan Playa La Barrita. We kunnen parkeren vlakbij het strand en er is zelfs een verharde plaats om onze tafel en stoelen op te zetten en waar Jos, zonder moeite, rond kan rijden. Dit wordt ons plekje voor Kerstmis, mooier en rustiger kunnen we niet zitten en de eigenaars zijn heel vriendelijk en behulpzaam. We zitten hier aan de Stille Oceaan maar die is eigenlijk niet zo heel stil hier, je kan gerust in het water maar echt zwemmen is uitgesloten, de golven zijn hoog en beuken met veel lawaai op het strand maar het is perfect om wat af te koelen.

We hebben hier weer maar eens ontdekt, hoe klein de wereld eigenlijk wel is.  We zaten te praten met de eigenaars en we vertelden hen over Liesbeth en Weking en over het Via PanAm project. De man en de vrouw keken ons heel verbaasd aan en ze zeiden : “ Die kennen wij, ze hebben hier een nacht geslapen.”  Ze liepen naar binnen en kwamen terug met een postkaart van de Via PanAm waarop stond : bedankt voor jullie gastvrijheid, dit is een geweldige plek ……Stiaan, An, Liesbeth en Weking.

We waren er allemaal even stil van want hoe groot is in godsnaam de kans dat je in zo’n groot land als Mexico op hetzelfde plekje terecht komt. Dit is zo’n ongelooflijk toeval, er zijn langs de Mexicaanse stranden duizenden plekjes waar je kan parkeren, om dan op exact dezelfde plaats te komen, dat is heel straf en voor ons wat dit toch een beetje een Kerstcadeau.
Het was dit jaar voor ons vooral een hele warme Kerst, overdag loopt de temperatuur op tot ongeveer 35 graden en ’s nachts gaat het niet onder de 25 graden, dus ons dekbed hebben we niet nodig. Kerstmis vieren hier is totaal anders dan thuis, je mist de kerstsfeer en je familie en ik zie me in België ook niet direct in mijn badpak aan het kerstdiner zitten.


Na de kerstdagen rijden we nog wat Zuidelijker waar het nog tropischer en warmer wordt dus waarschijnlijk komt ons volgende verslag vanuit de bergen.



zaterdag 9 december 2017

GESTRAND IN GUADALAJARA

De dag na mijn verjaardag reden we op ons gemak langs de laguna Chapala toen we plots iets vreemd hoorden aan het linkervoorwiel. Een paar kilometer verder was een klein dorpje en daar stopten we bij de enige mekanieker van het dorp. De mekanieker haalde het wiel eraf en iets later lagen alle onderdelen ergens in het zand, na een tijdje kwamen ze tot de conclusie dat ze het niet konden repareren omdat ze de onderdelen niet hadden.  De ervaring heeft ons geleerd dat de onderdelen meestal uit Europa moeten komen en we vroegen dan ook om Mercedes te bellen. Na een hoop getelefoneer met een grote uitleg en nog grotere gebaren besloten ze om een takelwagen voor ons te bellen en ons, 80 km terug, naar Guadalajara te brengen.


Na een paar uurtjes wachten kwam er dan toch een takelwagen. De Josmobiel was eigenlijk veel te zwaar voor de kleine truck maar volgens die mannen was het no problema en we werden boven op de wagen getakeld. Toen we daar, hoog en droog, boven op de takelwagen zaten was het even ons verstand op nul zetten en proberen te genieten van het uitzicht. Na een 50 km moesten we achterin de auto gaan zitten met alles dicht want het was eigenlijk verboden om in de auto te blijven zitten boven op een takelwagen. Ik kan je verzekeren dat we elke drempel en elke put in de weg gevoeld hebben daar achter in de Josmobiel. In de buitenwijken van Guadalajara stopte de chauffeur met de mededeling dat de mekanieker, die daar woonde, ons voort kon helpen en dat hij morgen om onderdelen zou rijden. Omdat het inmiddels donker was moesten we parkeren langs een hele drukke baan, we hebben geen rustige nacht gehad en dat lag niet alleen aan het voorbij razende verkeer maar we voelden ons ook niet echt veilig in de buitenwijken van zo’n hele grote stad.


’s Morgens begon de mekanieker direct aan de auto en na wat heen en weer gebel had hij de onderdelen die volgens hem pasten. Ik ben met een taxichauffeur Guadalajara ingereden om wat boodschappen te doen, naar de bank te gaan en om nog een paar onderdelen op te halen. Toen hadden we er nog totaal geen idee van hoe goed we Guadalajara zouden leren kennen. Half namiddag was de auto klaar en het leek er echt op dat alles hersteld was en vol goeie moed reden we de autostrade op terug richting Chapala.


Na ongeveer 20 km werd de auto heel even stuurloos en hoorden we weer iets bij het linker voorwiel en heel voorzichtig zijn we de pechstrook opgereden. Daar stonden we weer en deze keer stonden we echt gevaarlijk met al die voorbijrazende Mexicaanse trucks. Algauw stopte er een vriendelijke Mexicaan en hij beloofde om een takelwagen onze kant op te sturen en inderdaad een uurtje later kwam er een takelwagen van de Mexicaanse wegenwacht. De man zag onmiddellijk dat onze auto te zwaar was voor hem en belde iemand anders op, omdat het donker werd bleef de takelwagen, met zwaailampen en knipperlichten op, achter ons staan.  Het duurde uren voor de andere truck kwam en om mijn zinnen te verzetten ben ik beginnen koken en hebben we op ons gemakske in de Josmobiel zitten eten. Om 11 uur kwam de andere takelwagen er eindelijk aan, toen ging het heel snel en terwijl de chauffeur de Josmobiel, met de Jos erin, optakelde, zocht ik het adres van Mercedes Guadalajara en konden we vertrekken.
Het was aangenaam warm in de truck en juist toen ik dacht dat er nu niets meer mis kon gaan, stopte de chauffeur gewoon op de rechter rijstrook van de autostrade. Hij had een afslag gemist en zei : “geen enkel probleem, ik rij gewoon even (2 km) achteruit.”  Zoiets zou totaal ondenkbaar zijn bij ons maar hij deed het gewoon, wij reden achteruit over de autostrade terwijl de luid toeterende trucks voorbij raasden. Met opgekrulde tenen en een hartslag van 150 bereikten we veilig en wel de afslag en om 1 u. ’s nachts kwamen we aan bij Mercedes.


’s Morgens begonnen de mekaniekers onmiddellijk aan onze auto en na een uurtje kregen we het goede nieuws dat ze het konden repareren en tegelijk het slechte nieuws dat we zeker 2 weken zouden moeten wachten op de onderdelen. Om onze gedachten wat te verzetten zijn we gaan wandelen en onderweg hebben we besloten waar we die 2 weken gaan verblijven. Dicht bij het centrum van Guadalajara is een 24u. parking, er is dag en nacht bewaking, er zijn toiletten, er is water en het is vlak bij alle restaurantjes, terrasjes en op maar 15 min. wandelen van het historisch centrum. Dit is de perfecte oplossing, wij slapen in de Josmobiel en betalen maar 6,5 € voor 24 uur en als we het echt beu worden op de parking dan gaan we gewoon een nachtje op hotel in de binnenstad.


We wandelen veel door Guadalajara wat een verrassend mooie stad blijkt te zijn, er is overal wel wat te beleven en het historisch centrum is echt prachtig. Na een week begin ik al goed mijn weg te weten in Guadalajara, ik weet waar ze het beste brood hebben, waar de beste mercado is om groenten en fruit te kopen en waar ik mijn was kan laten doen. We babbelen veel met Raul en Manuel, de bewakers, en ook de vaste klanten op de parking kennen we allemaal na een week en ons Spaans wordt alle dagen beter. We leren hier Mexico langs een heel andere kant kennen dan als je als gewone toerist zou doen, we horen grappige verhalen maar ook heel schrijnende verhalen en ik heb een huizenhoog respect voor de hardwerkende, altijd vriendelijke, warme Mexicanen.


Na een dag of twaalf horen we van Mercedes dat het toch nog een paar dagen langer zal duren en daarom gaan we op weekend in het hartje Guadalajara. We laten de Josmobiel achter in de veilige handen van Raul en Manuel en trekken voor 2 nachten in een hotelletje. Het is zalig om eens een paar dagen op hotel te gaan en je te laten verwennen en hopelijk zijn de bestelde onderdelen binnen een paar dagen bij Mercedes en kunnen we verder.

We hebben Guadalajara noodgedwongen goed leren kennen, voordien waren we met een grote boog om deze grote stad (ongeveer 1.5 milj. inwoners) omgereden maar het blijkt een mooie, heel levendige stad te zijn waar we ondanks alles van genoten hebben. Hopelijk zijn we binnen een paar dagen terug op de baan en komt ons volgende verslag van ergens op de Mexicaanse stranden.

dinsdag 21 november 2017

MEXICO - PLAYAS en TEQUILLA

De eerste dagen in Mexico zijn toch altijd weer een beetje wennen. Terug gewoon worden aan de chaos, de drukte, het lawaai, het getoeter en vooral aan de ontelbare verkeersdrempels, de beruchte topes. In Mexico rijdt iedereen met de auto, met of zonder rijbewijs en met of zonder verzekering. Mexicanen zijn op zijn zachts gezegd heel vlotjes in het verkeer en het enige wat je kan doen is, gewoon meedoen en terwijl heel goed uitkijken.


De eerste week doen we veel kilometers en rijden over de Cuota, de tolweg. Je moet dit echter niet vergelijken met onze Europese autostrades of met de Highway in de USA. Soms heb je vier rijstroken en soms heb je er ineens maar twee en heb je tegenliggers, op de pechstrook staan regelmatig eetstalletjes en wordt er van alles en nog wat verkocht. Wij hebben zelfs een dokter spreekuur zien houden op de middenberm van de cuota, hij zat daar onder een parasol met een mooie, witte jas aan en zijn stethoscoop rond zijn nek.

Na een paar dagen strand en palmbomen ontdekken we 50 km landinwaarts een echt juweeltje. In het authentieke dorpje Alamos is een kleine camping, je staat er onder grote bomen en er is een prachtig zwembad. Het zwembad is gevuld met koud water en dat kun je echt wel gebruiken bij deze tropische temperaturen. We blijven hier een paar dagen rondhangen en genieten van het zwembad en van het gezelschap op de kleine camping.


Terug richting kust besluiten we de Cuota te verlaten en over de Libre (gratis) te gaan rijden. De libre is totaal anders, hij gaat dwars door kleine dorpjes en door drukke stadjes. Hier proef en ruik je het echte Mexico, het straatleven met veel drukte en overal muziek, de kleine winkeltjes (tiendas) en natuurlijk ook de altijd aanwezige verkeersdrempels. De drempels zijn zo hoog dat je volledig moet stoppen en er dan heel zachtjes over moet rijden, aan elke drempel staan verkopers van frisdrank, koekjes, tortillas, nootjes, garnalen en zelfs parkieten in een kooitje. Als we stoppen om te tanken, staan de pompbedienden uit volle borst mee te zingen met de radio. Dat zijn wij verloren in Europa, gewoon op straat keihard staan te zingen of het nu vals is of niet, gewoon zonder schaamte vol passie zingen. Ik geniet volop van de serenade die ik daar krijg en we rijden goedgezind weer verder.

Terug aan de stranden nemen we een kleine camping op het strand. Het is er gezellig met een aantal Zwitsers, een koppel de vlaktes van Manitoba, Iemand uit Vancouver en mensen uit Wyoming, ze zijn allemaal de winter ontvlucht en genieten van de Mexicaanse zon. Ik mag de wasmachine van de eigenares gebruiken en drogen doet het hier ook wel zonder droogkast.
Iets verder naar het Zuiden zien we een wegwijzer naar Playa Hermosa. We rijden een hele, slechte zandweg in en komen op een klein strandje dat zo op een postkaart kan, buiten een Mexicaanse familie zijn we helemaal alleen en er is maar één woord voor dit strandje : hermosa. We parkeren onder een grote boom en krijgen al gauw het gezelschap van een Mexicaan, volgens hem is het hier heel veilig en kunnen we hier met een gerust hart overnachten wat we dan ook doen.  Het is hier pikdonker en met het geruis van de palmbomen en het geluid van de branding vallen we direct in slaap.


Naar Mexico gaan zonder het stadje Tequilla te bezoeken en de Mexicaanse nationale drank te proeven is een doodzonde. Het is een drukte van belang in Tequilla, alle straten zitten potdicht en je kan er over de koppen lopen maar met behulp van een vriendelijke politieagent vinden we een parkeerplaats vlakbij de Plaza. We komen er achter dat het “Dia de la Revolucion” is, de herdenking van de Mexicaanse revolutie. Overal zijn optochten van de plaatselijke verenigingen en scholen en het is een heel luidruchtig en kleurrijk schouwspel. Op de Plaza ruikt het overal naar lekker eten, de Mamita’s zijn volop in hun potten aan het roeren. We schuiven mee aan en het is altijd weer spannend wat er op je bord terecht gaat komen, soms valt het mee en soms valt het tegen  maar dat is ook een deel van het reizen en het ontdekken.


We laten Tequilla achter ons en omzeilen Guadelajara, de 2de grootste stad van Mexico. Omdat ik verjaar besluiten we naar Laguna de Chapala te rijden en daar een camping te nemen. De camping valt wel mee maar we hadden gedacht dat hier wel restaurantjes en terrasjes zouden zijn maar er is helemaal niets te beleven. ’s Morgens is het internet goed genoeg om met onze Koen, Liesbeth en Weking en met ons moeder te bellen en dat is voor mij het allerbelangrijkste. Met een mobilhome ben je altijd op alles voorzien dus ik tover twee grote biefstukken uit de diepvriezer, zet de wijn koud en vieren met ons tweetjes, heel rustig mijn verjaardag.

zaterdag 11 november 2017

U.S.A. MEXICO

Na een lange zomer in Belgie is het weer tijd om te vertrekken. Jos verteert de koude hier maar moeilijk dus vliegen we naar het Zuiden, we ruilen de Maatjes in voor de woestijn.

Wij hebben een heel relaxte vlucht van 9 uur naar Minneapolis waar we de USA binnenkomen en waar we 4 uur moeten wachten op onze aansluiting naar Phoenix. Na 3 uurtjes vliegen zijn we in Phoenix waar we heel snel onze koffers hebben en heel vlotjes een taxi vinden naar de Storage. Het gaat nogal gemakkelijk allemaal en dat blijft gewoonlijk niet lang duren.

Als we bij de Storage aanko;en staat de Josmobiel al van verre te blinken maar, zoals Jos al verwacht had, wil hij niet stqrten. 6 maanden stilstaan is niet echt gezond voor een autobatterij. De Jos wordt thuis niet voor niets Mc Gyver genoemd en knutselt iets ineen waarmee hij, via de batterij van de mobilhome, de batterij van de auto kan starten. Het klinkt allemaal veel simpelder dan het op dat moment was maar na veel gevonk, geknetter en gevloek doet de Josmobiel wat hij moet doen, starten. Omdat we inmiddels bijna 24 u wakker zijn, blijven we bij de  Storage overnachten.

-s Morgens rijden we naar Reinhards German Autohaus, onze garage in Phoenix. Reinhard plaatst een nieuwe batterij en alle onderdelen die we van thuis meegebracht hebben. De volgende dagen zijn goedgevuld met werken aan de electriciteit van de mobilhome want er zijn hier en daar wat problemen. Jos legt me rustig en duidelijk uit wat ik  moet doen zodat de schakelkast niet langer een buitenaards ding is voor mij. Ik plaats, op zijn aanwijzingen, nieuwe zekeringen en vervang hier en daar wat, wij zijn een goed team.

Voor we naar Mexico gaan, willen we eerst de Apache Trail nog eens rijden. De weg is 65 km lang en is voor de helft slecht geasfalteerd en voor de helft gravel. De Apache Trail is een van de mooiste wegen die wij ooit in de USA gedaan hebben. De gravelweg is slecht, veel wasbord, veel putten maar de omringende natuur doet ons al dat geschud en gekraak van de auto vergeten. Okerkleurige rotsen in allerlei vormen, verborgen kloven en ravijnen, azuurblauwe meren en honderden verschillende soorten cactussen maken het plaatje compleet, het enige wat ontbreekt zijn de Apachen.

Bij Apache Lake vinden we een droomplekje, onder de bomen met zicht op het meer en hier gaan we een paar dagen uitrusten. Al gauw krijgen we het gezelschap van een Duits koppel, ze zijn op weg naar Zuid Amerika en kunnen best wat informatie gebruiken van een paar oude rotten in het vak.

Terug in Phoenix doen we wat boodschappen, bellen we met het thuisfront en maken alles in orde om naar Mexico te vertrekken. Onderweg naar de Mexicaanse grens stoppen we bij het Indianenreservaat van Xavier Del Bac, we rijden hier speciaal naartoe om fry bread te kopen. De Indianen gooien een bolletje deeg in kokend vet en dan krijg je een soort opgeblazen, krokante pannekoek. Het is in ieder geval grellig lekker. In Nogales, de laatste plaats voor de grens, stoppen we om te overnachten en nog eens goedkoop te tanken. Omdat de politiecontroles in Nogales zo opgedreven zijn, mag je nergens meer vrij overnachten en gaan we noodgedwongen naar een trailerpark.

De volgende morgen staan we al goed op tijd bij de Mexicaanse grens waar we heel vriendelijk ontvangen worden door de Mexicaanse douanes. Ze leggen alles duidelijk uit, kijken eens vluchtig in onze auto en wensen ons een heel goede reis door Mexico. 20 km over de grens zijn de kantoren om onze auto in te voeren en ook daar verloopt alles heel soepel. Ik ga alleen naar de kantoren voor de formaliteiten en als ik zeg dat mijn man in een rolstoel zit, gaan de douanes gewoon met mij terug naar de auto en daar wordt alles ter plaatse geregeld.

Mexicanen zijn gewoon een heel vriendelijk en warmn volk, wij voelen ons hier echt op ons gemak. Na een aantal uren rijden en ontelbare verkeersdrempels stoppen we bij een kleine camping voor onze 1ste nacht in Mexico. Het volgende verslag zal er waarschijnlijk een zijn vanop een Mexicaans strand van onder de palmbomen.


dinsdag 14 maart 2017

ZUID-ARIZONA

ZUID ARIZONA



Wij starten onze zoektocht naar storage voor de Josmobiel en algauw blijkt dat wij echt niet de enigen zijn die storage aan het zoeken zijn. We stoppen bij de eerste storage die we zien en daar is geen enkel plekje vrij maar die geven je dan weer een paar andere adressen. Zo rijden we van het ene bedrijf naar het andere en uiteindelijk na 11 keren “sorry we are full” is er eindelijk een plekje vrij voor de Josmobiel.  Het is een hele opluchting dat we een veilig plekje gevonden hebben voor de auto en nu resten ons nog twee weken in Arizona.

We hebben alletwee het gevoel dat we veel te vroeg vertrokken zijn uit Mexico en kunnen hier in het zuiden van Arizona onze draai niet goed vinden. Het verschil is te groot, van de vriendelijke, open Mexicanen ineens naar de stugge mensen in Phoenix, hier wonen niet bepaald de meest vriendelijke Amerikanen. Ik krijg het ook serieus op mijn heupen van de waanideeën die ze hier hebben over Mexico, als ze horen dat we de winter doorgebracht hebben in Baja en volgende winter naar Mexico willen gaan dan schudden ze verbaasd hun hoofd……………..zo gevaarlijk daar in Mexico.  Ze zitten hier in het zuiden van Arizona met duizenden bejaarden te overwinteren , allemaal met hun wapens bij en dan maar verhalen verzinnen over shooting incidents aan de andere kant van de grens. Het is op die enorme campings met overwinteraars gevaarlijker dan gelijk waar want elke bejaarde heeft minstens één geweer bij en volgens mij zijn daar ook wel eens shooting incidents.

We laten Phoenix en de overwinteraars achter ons en rijden een beetje verder naar het zuiden. Aan  het kerkje van Mission Xavier del  Bac stoppen we om Indian Fry bread te kopen. Op het plein voor de prachtige kerk verkopen de Indianen, uit het reservaat, Fry bread.  Het brood wordt in kokende olie gebakken, het is vet en waarschijnlijk niet echt gezonde voeding maar wel crimineel lekker. Tegen de avond vinden we een kampplaats op BLM land en dat is bijna altijd gratis. We staan in de heuvelachtige prairie, er zijn hier totaal geen voorzieningen en ’s nachts hoor je de coyotes, vlakbij de auto, huilen.  Een beetje verder naar het zuiden vinden we per toeval een wondermooi plekje, de kleine camping ligt verscholen tussen de bomen en is omringd door hoge rotsen.  De kleine camping doet zijn naam, Sunny Flats, eer aan want de zon schijnt volop en we besluiten hier drie dagen te blijven. We kunnen hier lange wandelingen maken en het plekje is vooral bekend bij vogelliefhebbers, dus Jos kan zijn hart ophalen.

We laten Sunny Flats achter ons en rijden over de bergen naar Chiricahua National Monument, het is een mooie rit over een smalle, steile gravelweg. Het is stil hierboven in de bergen, we zien een paar groepen herten en iets later zelfs een lynx. Het Chiricahua National Monument is een klein Nationaal Park, dit was vroeger het territorium van de Apache indianen. Ze waren hier heer en meester, hun kuddes graasden hier op de vlaktes en ze jaagden in de smalle kloven van dit prachtige natuurgebied. Als we hier rondrijden zie ik de Apachen bijna voor mijn ogen, ik zie ze zich schuilhouden tussen de rotsen en in de kloven op de vlucht voor de blanken.  De blanken hebben hier alle land van de Apachen afgepakt en ze hebben hen in reservaten gestopt in Oklahoma en in New-Mexico, verschrikkelijk.  Ik besluit een korte wandeling te maken naar één van de uitzichtpunten en spreek met de Jos af dat ik maar een half uur weg blijf. Ik vertrek, stom genoeg, zonder water of hoofddeksel naar het uitzichtpunt en daar heb ik waarschijnlijk een verkeerde weg genomen. Ik blijf maar lopen, zie nergens wegwijzers meer en ik krijg een verschrikkelijke dorst en na 2.5 u, in de brandende zon, kom ik eindelijk terug op de parking bij een dodelijk, ongeruste Jos aan.  Mijn lippen staan vol koortsblaren en ik ben misselijk en heb hoofdpijn, ik zal voortaan wel water meenemen en misschien ook een kaart.

We blijven nog een paar dagen in Phoenix en rijden de bekende Apache trail, over de bergen en dan wordt het stilaan tijd om in te pakken. We gaan langs een garage voor de nodige oliewissels,  we kopen nog gauw wat zomerkleding voor deze zomer in België en geven onze was af bij de wasserij. We zitten nu in de luchthaven van Phoenix, van hieruit vliegen we naar Atlanta/Georgia en daarna verder naar Amsterdam.  We hebben een geweldige winter gehad in Baja California en onze volgende winter willen we ook weer in Mexico doorbrengen.  De laatste weken in Arizona viel er nog van alles te regelen maar we hebben toch nog een paar mooie stukjes natuur gevonden.

Het zal weer aanpassen zijn in België, terug in een huis wonen, minder zon en veel meer mensen maar het zal heel goed doen om onze familie en vrienden weer terug te zien.  Tot de volgende reis.




donderdag 2 maart 2017

AFSCHEID VAN BAJA




Hoewel we nog in het zuiden van Baja zijn, beginnen we stilaan afscheid te nemen van Mexico.


We rijden voor de laatste keer het Tecolote strand op, we blijven hier om de 66ste verjaardag van Gebhard te vieren.  We hebben Gebhard & Liesl ergens onderweg leren kennen en we zijn mekaar steeds weer, op de meest onverwachte plaatsen, tegen gekomen.  De volgende dag nemen we afscheid van onze vrienden en vanaf nu gaat het, heel traag maar zeker, richting USA.


Na enkele dagen, altijd recht op recht door de saaie pampa’s, slaan we een gravelweg in naar de kust. De stoffige gravelweg voert ons door de bergen, soms gaat het redelijk steil omhoog en weer naar beneden. De Josmobiel kreunt en kraakt weer, wij zijn helemaal door mekaar geschud en het zand komt langs elke spleet in de mobilhome binnen.
Maar als we boven komen is al het ongemak vergeten : wat een uitzicht !!! We zetten de auto aan de kant en zitten stilletjes te genieten van dit prachtig stukje natuur.  Als we beneden aan de kust komen, zien we een klein dorpje met een strandje, Playa San Cosme. Dit is voor een paar dagen onze plek, er staan nog twee andere mobilhomes en dat zijn gelijkgestemden want anders rijdt je niet helemaal tot hier. De mensen van dit afgelegen dorpje leven heel eenvoudig, geen stromend water, geen elektriciteit maar het is wel heel opvallend hoe vriendelijk, rustig en blij de mensen hier zijn.


Op Playa Requeson, een droomstrand, waar we altijd moeilijk weggeraken, koop ik eindelijk iets van de verkopers. Ze komen met hun auto’s vol spullen alle dagen langs alle stranden en proberen je iets aan te smeren.  Dezelfde verkoper komt al weken langs onze mobilhome, ik zeg alle dagen nee en hij komt trouw elke dag weer. De laatste dag dat we daar zijn, zegt hij dat zijn hart breekt omdat ik niets koop en dat mogen we niet laten gebeuren dus laat ik me met een glimlach flink afzetten.


Langs de stranden tussen Loreto en Mulegé, waar we ook weer een paar dagen blijven hangen,  rijden we naar San Ignacio om walvissen te zien, deze tijd van het jaar zijn er heel veel grijze walvissen in de baai van San Ignacio, ze gaan daar met hele kleine bootjes het water op en wachten rustig tot de walvissen naar de bootjes komen.
De bootjes liggen in de branding en er is nergens een steiger, ik vraag me luidop af hoe Jos aan boord moet geraken. De Mexicanen lachen hun witte tanden bloot en zeggen : “no problema señora, tranquillo” en ik geloof ze op hun woord.   ’s Morgens zijn we al op tijd bij de bootjes en inderdaad, het is geen enkel probleem. Twee Mexicanen dragen de Jos, al lachend door het water, naar het bootje en ik kan je verzekeren : hier wordt een mens blij van.
Het was een fantastische schouwspel, overal waar je keek, zag je walvissen.  Op een gegeven moment waren er vijf van die enorme kolossen rond ons, ze zwommen naast en onder ons piepklein bootje door. Het water bruiste en kolkte en een beetje bang maar zo gelukkig genoten we van de indrukwekkend grote, zachtaardige reuzen.  Jos werd weer vakkundig van boord gedragen en moe maar voldaan rijden we terug naar San Ignacio. 
Dit charmante dorpje is een oase van rust en stilte, het ligt verscholen tussen de citroenbomen en dadelpalmen en op de kleine Plaza lijkt het of de tijd heeft stilgestaan. Dit is het perfecte decor om zo’n dag, met een lekkere Margarita, af te sluiten.


Verder naar het Noorden blijven we nog een paar dagen op een strand hangen om al onze groenten, fruit en vlees op te eten want dat mag je niet binnenbrengen in de USA. Het is zover we staan, met een lege ijskast, aan te schuiven om de USA binnen te rijden. We rijden langs de muur (die er al jaren staat) en het is grappig om te zien dat de Mexicaanse verkopers de muur gebruiken om hun koopwaar aan op te hangen. De grensformaliteiten gaan heel vlotjes, de douanes zijn heel vriendelijk en we worden hartelijk welkom geheten in de USA.

We hebben een zalige winter doorgebracht in Baja het was meer dan dat, we voelden ons daar echt thuis. De Mexicanen zijn een warm, vriendelijk en opgewekt volk, het is er rommelig en alles verloopt er een beetje chaotisch maar dat heeft ook zijn charme. Het eten in Mexico is echt goed, zelfs op straat aan de typische eetstandjes kan je goed eten.  We hebben regelmatig vis gekocht bij de vissers aan de stranden en groenten en fruit kan je overal, langs de kant van de weg, in overvloed kopen.  Wat het weer betreft, dat was schitterend. We zijn 10 december binnengekomen in Mexico en we zijn 25 februari terug vertrokken  en  in deze periode hebben we twee keer regen gehad, in de winter regent het zelden in Baja.  Het is, vooral in het zuiden, heel de winter warm en zonnig en wij gaan zeker en vast terug komen.


We zijn nu in Arizona en we gaan, in Phoenix, op zoek naar storage voor de Josmobiel, die het trouwens supergoed gedaan heeft en nu wat rust verdient.